Groots, beklemmend spel in Thyestes

Voorstelling: Thyestes van Hugo Claus door Het Zuidelijk Toneel. Regie: Dora van der Groen. Decor-licht: Jan Versweyveld. Kostuums: Tessa Lute. Spel: Elsie de Brauw, Hans Kesting, Teeken, Jeroen Willems e.a. Gezien: 7-12, Bergen op Zoom. Nog te zien: t-m 15-2 in het gehele land.

Toen Dora van der Groen vorig jaar met leerlingen van het Antwerps Conservatorium Hugo Claus' toneelstuk Pheadra maakte, liet zij op het overigens blanke programmavel zetten: “Haar lijf jeukt”. Geen dramaturgische apekool, geen geforceerde rechtvaardiging met verwijzing naar actuele problemen of naar misbruik van macht - nee, alleen maar die drie woorden. En die ensceneerde ze, even eenvoudig als intens.

Van der Groen, van oorsprong actrice, leidt sinds 1978 de Antwerpse toneelopleiding en is 64 jaar. Zij is de moeder van wat in de wandel wordt aangeduid als "de Vlaamse golf', een in de jaren tachtig opgekomen generatie opvallende theatermakers uit Vlaanderen. In een in het programmablad opgenomen interview zegt zij dat zij zich nooit door het theater heeft laten opslorpen: “Omdat het zo gevaarlijk is van je gevoelens je vak te maken.” Misschien is het daarom dat Van der Groen nu pas haar eerste professionele regie aflevert, met Thyestes, wederom van Hugo Claus, bij Het Zuidelijk Toneel. En misschien is het daarom dat zij zonder voorbehoud de strijd met het hooggestemde materiaal aangaat en die strijd even onvoorwaardelijk overleeft.

Thyestes, een bewerking van Seneca's oorspronkelijke drama, vertelt een episode uit een geschiedenis vol banvloeken en wraaknemingen. De kwelling die Tantalus door de goden kreeg opgelegd zet zich voort in een vervloeking van het nageslacht van zijn zoon Pelops. Pelops' zoons Thyestes en Atreus krijgen dan ook ruzie. Thyestes verraadt zijn broer en verwekt kinderen bij diens vrouw. In Thyestes wordt hij daarvoor gestraft: onder het voorwendsel de macht met hem te willen delen lokt Atreus hem naar zijn paleis, slacht zijn kinderen en dist hem die op bij wijze van feestmaal.

Van der Groen neemt de gruwelijkheid zo serieus mogelijk en deinst geen moment terug voor pathos. Ze brengt het publiek bewust in verwarring met een clip-achtige proloog van de schim van Tantalus, compleet met harde rock-muziek. De beklemming heerst daarna onafgebroken. In het schitterende decor van Jan Versweyveld, het tot de nok met gebleekt zeildoek bespannen toneelhuis, laat Van der Groen het verhaal zich op ritualistische en aardse wijze voltrekken.

Zoals Versweyveld iedere nieuwe fase van een fascinerende belichting voorziet, visualiseert zij de wraak, de liefde, de wanhoop. Tijdens de kroningsrite doopt Atreus Thyestes' voeten in bloed, de kroon is een over zijn hoofd getrokken streep witte substantie. De lotsverbondenheid van de vijanden wordt tastbaar als Atreus zijn borst insmeert met goudkleurige verf en vervolgens zijn broer tegen zich aandrukt. En na de onthulling van zijn misdaad valt de Stella-achtige sculptuur die zijn gouden ramshoorn verbeeldt, in stukken uiteen.

Dat alles zou slechts effect zijn als Van der Groen haar spelers niet tot grote prestaties had geïnspireerd. Jeroen Willems is al een meer dan acceptabele, stuurloze en door wrok verteerde Atreus, maar Hans Kesting als Thyestes is ronduit indrukwekkend in zijn achtereenvolgende gemoedsstemmingen, van betrekkelijk zorgeloos, baldadig bijna, via verontrust tot radeloos en uiteindelijk toch weer berustend. Maar zelfs hij wordt nog overtroffen door Elsie de Brauw in haar onvergelijkelijk mooie bode-scène.

Met een briljant gevoel voor ritmiek kotst zij het relaas van de slachting uit. Ze begint nog redelijk kordaat, zodat het eerste hakkelen een verspreking lijkt, maar daarna slaat haar brekende stem bressen in haar zelfbeheersing - en die van de toeschouwer. Haar verhaal wordt de gebeurtenis, haar tong Atreus' onbeheersbare zwaard. Maar De Brauw symboliseert meer dan dat. Ze wordt de belichaming van een uitzonderlijke enscenering.