Geen nominatie voor de beste festivalfilm

AMSTERDAM, 10 DEC. De jury van het vierde International Documentary Filmfestival Amsterdam heeft gisteravond bekend gemaakt welke films zij voordraagt voor de Joris Ivens Award, de prijs voor de beste documentaire die morgenavond zal worden uitgereikt.

De eindstrijd zal worden uitgevochten tussen D.M.B. 91 van Alexei Khanjutin, Rêves et silences van Omar Al-Qattan en The Leader, the Driver and the Driver's Wife van Nick Broomfield. Deze drie films zullen morgen opnieuw worden vertoond in het Alfa 1-theater.

De beste film van het festivalprogramma naar mijn smaak werd buiten competitie vertoond. Hij is bijna vijfentwintig jaar oud en alleen schaars te zien geweest: Titicut Follies (1967), het debuut van Frederick Wiseman die daarna grote naam maakte met documentaire meesterwerken als Basic Training (1971), Welfare (1975) en Near Death (1989). Voor Titicut Follies liet Wiseman zich insluiten in een psychiatrische inrichting voor ter beschikking gestelde zware criminelen. De film die er uit dat verblijf voortkwam, leverde zo'n shockerend beeld op van het psychiatrisch gevangeniswezen in Massachusetts, dat vertoning zelfs nu nog problemen oplevert. Die shock wordt niet alleen opgeroepen door de treiterende bewakers of de naakte, brullende geïsoleerde gevangenen, maar ook door de helemaal niet kwaadwillende psychiater en een jeugdige, psychotische kinder-aanrander die volledig langs elkaar heen praten.

Wiseman had met deze film al direct de specifieke stijl te pakken die zijn films zou blijven kenmerken. Hij slaagt erin onbegrijpelijk dicht te naderen tot zijn onderwerp en toont schijnbaar zonder oordeel wat zijn camera ziet. Echter, wie kijkt stelt niet alleen vast dat hij iets ziet waar hij liever geen weet van had, hij constateert bovendien tot zijn ontsteltenis dat de mensen in beeld zich dat afgrijzen helemaal niet realiseren. Voor hun is aan de orde van de dag waarvoor wij liefst onder onze stoel zouden wegkruipen.

Wisemans nieuwste film dong wel mee naar de Joris Ivens Award: Aspen, waarvoor hij filmde in het, hier uit Dallas en Dynasty bekende, bergplaatsje waar zeer dure ski-vakanties worden doorgebracht. Aspen toont vooral aan dat Wisemans stijl zijn doel voorbijschiet wanneer hij afziet van een claustrofobische omgeving. Het aandachtige, lage tempo, de kalme observaties van heel dichtbij en het gebrek aan gène van de personages, ze zijn toegepast zoals bij zijn andere films, maar ze roepen weinig meer op dan spotlust. Er zijn geen slachtoffers, en iedereen kan weg als hij dat zou willen, ook de krankjorem zelfingenomen rijkaards die, steevast onder leiding van lachwekkend aperte bedriegers, met niets anders bezig zijn dan zich in allerlei bochten wringen om maar de tijd door te komen: op een schilderclubje, bij een moderne kwakzalver, in een religieuze discussiegroep of winkelend. Wat we zien gebeuren is mal maar niet kwalijk of erg, en toch lijkt Wiseman met deze film ineens een moralist.