Geen correspondentie, geen bezoek; Hiaat in toezicht bij eindfase van herstel Newman

AMSTERDAM, 10 DEC. Hoe nauwlettend heeft de begeleidingscommissie toegezien op het restauratieproces van Who's afraid of Red, Yellow and Blue III?

Bij een vergelijking van de rapportages van de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer van 5 augustus 1991 en dr. W.A.L. Beeren van 7 oktober 1991 valt een gat vanaf het moment dat Goldreyer aan het verven van de voorkant van het schilderij begint. In die periode (van oktober 1990 tot februari 1991) maken geen van beiden melding van correspondentie of bezoeken van commissieleden aan Goldreyer. Op een aantal punten wijken de rapportages van elkaar af. Een bezoek in maart 1991 van hoofdrestaurateur E. Bracht van het Stedelijk aan Goldreyer, waar ze ziet dat het schilderij is overgeschilderd, laat de restaurateur zelfs onvermeld.

Op 9 juli 1987 wordt het schilderij overgevlogen naar New York. Een definitief contract wordt pas negen maanden later, op 8 maart 1988 afgesloten. De werkzaamheden zijn dan al in volle gang. Dan volgt een bezoek van Bracht, volgens Beeren in mei, volgens Goldreyer in juni 1988. Beeren komt op 26 september 1988 terug om het weefproces te bekijken. Vervolgens wordt er over en weer gecorrespondeerd. In november brengt mr. E.L.L. de Wilde, Beerens voorganger als directeur, nog een bezoek aan het atelier, schrijft Goldreyer. De Wilde, die het schilderij aankocht, zit niet in de commissie.

In februari 1989 zijn de scheuren gerepareerd en moet het schilderij enige tijd rusten en drogen. In een brief van 20 oktober 1989 is vervolgens weer sprake van een bezoek dat Beeren in november zal brengen, maar noch uit Beerens rapportage, noch uit die van Goldreyer blijkt dat hij geweest is. Volgens Goldreyers opgave komt hoofdconservator Dippel in oktober 1989 kijken, en Beeren in januari 1990, maar in de brief van Beeren zijn geen van beide bezoeken vermeld.

Bij Beeren duikt pas op 12 juni 1990 weer een commissielid in New York op. Volgens hem meldt Bracht: “Na de verdoeking ziet de verflaag er redelijk uit. Het linnen langs de sneden is mooi vlak geworden.” In september 1990 reist Dippel naar Goldreyer. Het verven van de voorkant moet dan nog beginnen. Na het bezoek van Dippel worden geen bezoeken of brieven meer vermeld. Alleen brengen volgens Goldreyer in november 1990 Annalee Newman en De Wilde een bezoek aan het atelier. Dan is een klein proefstukje van het beschadigde gedeelte beschilderd. Goldreyer schrijft dat beiden tevreden zijn. Daarna wordt het schilderij rechtop gezet en begint het verven en vernissen.

Op 20 februari 1991 vindt Goldreyer dat de restauratie af is. Volgens zijn rapport nodigt hij Beeren in een brief uit te komen kijken. Die brief is niet terug te vinden in Beerens rapport. Deze vermeldt slechts een brief van de wethouder van cultuur M. Baak, die op 13 maart 1991 aan Goldreyer schrijft dat hij nu toch eens op moet schieten met de restauratie en voorbereidingen moet gaan treffen voor een spoedige terugkeer van het schilderij. Goldreyer antwoordt dezelfde dag: “Misschien bent u niet op de hoogte dat de restauratie al enige weken geleden met succes is afgerond. Dr. Beeren komt 16 maart 1991 in onze studio het werk bekijken”.

Beeren ziet het schilderij inderdaad op 16 maart en toont zich tevreden met het eindresultaat. Bracht gaat pas drie dagen later, een bezoek waarvan Goldreyer geen melding maakt. Op de 21ste slaat Bracht alarm. Ze heeft het schilderij gezien en meldt Beeren dat het is overgeschilderd. Beeren licht de andere commissieleden in, maar blijft bij zijn gunstig oordeel over de restauratie en bevestigt zijn oordeel nog eens in een brief van 15 april aan de restaurateur.

Wat de meeste vragen oproept bij de rapportages, is dat de commissie, op het belangrijke moment dat met de voorkant van het schilderij wordt begonnen kennelijk denkt dat het allemaal wel goed gaat en niet meer komt kijken. Ook is het opvallend dat Beeren zich enkele malen beroept op het oordeel van mevrouw Newman, hoewel zij zich altijd bewust heeft willen onthouden van uitspraken over het werk van haar man, zoals ze ons meedeelde.