Europa

In het televisieprogramma Salon Europa, waarin schrijvers uit verschillende landen over literatuur spraken, sprak de Rus Russisch, de Spanjaard Spaans en ook de Ier, de Zweed, de Duitser, de Italiaan en de Fransman spraken hun eigen taal.

Je zag dat ze een knopje in hun oor hadden waardoor ze een simultaanvertaling van de woorden van hun gesprekspartners konden horen. Ongetwijfeld een symbool voor het nieuwe Europa. Iedereen zingt zoals hij gebekt is en door de moderne techniek is toch een vlot gesprek mogelijk. Even symbolisch was het dat in de laatste uitzending, waar een Nederlandse schrijver aan meedeed, de knopjes werden weggelaten. In deze Nederlandse televisieserie was de Nederlander de enige die niet zijn eigen taal sprak. Hij sprak Frans. Misschien verbeeldde ik het me, maar het leek me dat de camera in die laatste uitzending af en toe de knoploze oren van de schrijvers groot in beeld bracht, als om dit wonder van cosmopolitisme te benadrukken. Denk niet dat ik me vrolijk wil maken over de spreekwoordelijke Nederlander die denkt dat zijn buitenlands gebrabbel niet van echt te onderscheiden is. Integendeel, die Nederlandse schrijver, Cees Nooteboom, sprak juist benijdenswaardig goed Frans. Toch kon het de kijker niet ontgaan dat hij in dezelfde tijd veel minder woorden sprak dan de anderen. Door de gespreksleidster Julia Kristeva, een schooljuffrouw van het type beschaafd ethisch kreng dat tijdens een les over geestelijke verheffing door de kunst de oren van lastige leerlingen losschroeft, werd hij een keer verbeterd en als ze hem niet verbeteren kon onderbrak ze zijn woorden, misschien omdat de les te langzaam opschoot naar haar zin.

Eigen schuld dacht ik. Wie een televisieopname opvat als een samenzijn van vrienden in plaats van een meedogenloze strijd op leven en dood, is aan het begin al verloren. Sinjavski en Goytisolo zouden zich vast ook wel in het Frans kunnen redden, maar ze spraken hun eigen taal. Wie andermans taal spreekt maakt zich ondergeschikt. Evelyn Waugh heeft in een van zijn reisboeken duidelijk aangegeven hoe je moet optreden in landen waar niemand je taal spreekt. Het heeft geen zin om de plaatselijke taal te bestuderen, de inboorlingen zullen je er alleen maar om verachten. Hij sprak ze luid en duidelijk in het Engels toe. Het gaf niet dat ze hem niet verstonden, ze deden in ieder geval wat hij wilde. Zo handelt een verstandig man die zichzelf serieus neemt.

Maar de Nederlander is altijd bereid om voor clown te spelen, als de trein uit verre streken de Nederlandse grens is gepasseerd ziet de verbaasde buitenlander de controleurs niet als hun Duitse collega's ingetogen de kaartjes knippen, maar gierend van het lachen, speels dollend en tegen elkaar opbotsend in de gangen, ze delen vrolijke complimentjes uit aan de klanten die hun abonnementen netjes klaar houden en in de verte klinkt het gerinkel van het karretje met de versnaperingen, maar het zal de uitgedroogde reiziger niet bereiken, want de karretjesduwer moet in ieder rijtuig een komische conference afsteken en de trein is nog lang niet uitgelachen als de reiziger zijn bestemming heeft bereikt. Als het Amsterdam is stapt hij in een tram die beschilderd is door een maniak. Als het Maastricht is krijgt hij een persmap waarin de regering de verjaardag van de schoonmoeder van Van den Broek heeft voorgedrukt. In de nabije toekomst zal hij merken dat de fiere Nederlandse Leeuw op het briefpapier vervangen is door de eeuwig giechelende Wammes Waggel, symbool voor de Nederlander die bereid is zichzelf uit te vlakken.

Ik begon de zo mooi Frans pratende Nooteboom bijna als een landverrader te beschouwen en de brute manier waarop hij door Kristeva werd afgekapt als een voorteken van de behandeling waar Nederlandse onderhandelaars in het nieuwe Europa op zullen kunnen rekenen.

Kijk, dat is nu interessant, ik wil zweren dat u het voorafgaande serieus genomen heeft. Misschien kreeg u even argwaan toen het over die halfgare Engelsman ging die dacht dat de Mexicaanse bomen en struiken in de houding zouden schieten als ze in het Engels werden afgeblaft, maar u las door, de tirade over het gebrek aan een gezond Nederlands nationalisme kwam u wel vertrouwd voor en u stond er helemaal niet bij stil wat een onzin u aan het lezen was. Natuurlijk had Nooteboom groot gelijk dat hij in het Frans sprak. Wat doet het er toe dat zijn Nederlands iets beter zou zijn. Er kon nu toch meer ontspannen gepraat worden dan wanneer drie mensen met een simultaanvertalende robot in hun oor zouden zitten. Hij was ook de enige die af en toe een gesprek probeerde te beginnen in plaats van het kruisverhoor. Het was niet zijn schande dat het niet lukte. Nu ik er nog eens over nadenk gaf zijn keuze voor het Frans ook blijk van een diep inzicht in de essentie van de televisie. Wie een andere taal spreekt is iets minder individu. De speciale hoekige kantjes gaan er een beetje af, de spreker benadert enigszins de algemene mens. Zo moet het ook op de televisie. Een al te geprononceerde individualiteit wekt agressie bij de kijker. Zoals het plamuur dat voor de uitzending wordt aangebracht zorgt dat de uiterlijke eigenaardigheden van het televisiegezicht iets worden weggestreken, zo moet ook zijn taal iets worden veralgemeend, wil het televisiegezicht geliefd kunnen worden. Een van de manieren waarop dat kan is het spreken van buitenlands.

Al die praatjes over de heiligheid en onontbeerlijkheid van de moedertaal zijn ontzettend overdreven. Op internationale congressen zijn Engelsen geïsoleerd. Niemand verstaat ze, ze spreken te mooi Engels. Een Pakistaan en een Nederlander verstaan elkaar heel goed. Ooit kwam ik een gelukkig echtpaar tegen, zij Hongaars, hij Nederlands, dat elkaar op een Esperantistencongres gevonden had. Na twintig jaar hadden ze nog niets van elkaars taal geleerd, ze spraken altijd Esperanto. Ze zouden raar hebben opgekeken als ze gehoord hadden dat ze hun intiemste gevoelens alleen in de moedertaal konden uiten.

Ik zal het u niet kwalijk nemen dat u het begin van dit stukje ernstig hebt genomen. Ik deed het zelf ook even, terwijl ik het schreef. De argumenten grijpen makkelijk in elkaar en als het is opgeschreven lijkt alles waar. Het was maar lucht en bellen. Ik kan u niets leren over het belang van het taalnationalisme in het nieuwe Europa, het was alleen maar om te zorgen dat u het voortaan niet meer zomaar gelooft, als u leest dat een echtpaar het best Esperanto thuis kan spreken.