Delft Instruments toont vertrouwen in civiele sector

ROTTERDAM, 10 DEC. Overneming van een bedrijf met honderd werknemers en 50 miljoen gulden omzet is voor veel fondsen op de Amsterdamse effectenbeurs nauwelijks reden de trom te roeren. Zo niet voor Delft Instruments, dat gisteren een heuse persbijeenkomst bijeenriep om de overneming van Bosch Medizinelektronik (medische elektronica) bekend te maken.

Delft Instruments laat zich de laatste tijd graag gelden. De fabrikant van optische en elektronische apparatuur voor industrieel-wetenschappelijke, medische en militaire toepassingen heeft een public relations-offensief ingezet om zo snel mogelijk de negatieve gevolgen van een Amerikaanse boycotmaatregel te boven te komen. Een complete metamorfose lijkt zich te voltrekken. De pers werd gisteren nota bene ontvangen op het hoofdkantoor in Delft, dat in het verleden zo vaak hermetisch gesloten bleef.

Als gevolg van illegale levering van militaire apparatuur aan Irak en Jordanië verbood de Amerikaanse overheid begin dit jaar bedrijven in de VS nog zaken te doen met Delft Instruments. Dat kostte Delft een hoop goodwill en omzet en het leidt naar een verwacht verlies van 34 miljoen gulden over 1991.

De voorbije maanden beleed de directie van Delft Instruments bij herhaling haar schuld aan de onverkwikkelijke affaire - tegenover media, tegenover Justitie in Nederland, tegenover autoriteiten in de VS, tegenover aandeelhouders. En ze beloofde beterschap. Omdat het niet de eerste keer was dat Delft-apparatuur in verkeerde handen kwam, werd drastisch ingegrepen.

Het bedrijf verleende onvoorwaardelijke medewerking aan het tegen hem ingestelde justitiële onderzoek. Medewerkers van de Belgische dochter IOP Instrubel, verantwoordelijk voor de export van de gewraakte warmtebeeldapparatuur, werden overgeplaatst of ontslagen. Daarnaast trof de directie structurele maatregelen om herhaling van verboden export te voorkomen. Interne richtlijnen werden aangescherpt, uitvoercontroles verveelvoudigd. In de organisatie werd een strengere scheiding aangebracht tussen strategische en niet-strategische goederen.

Hoewel directie en commissarissen bleven zitten, bleken de genomen maatregelen voor het Amerikaanse ministerie van handel vorige maand voldoende om de boycot van niet-militaire produkten van Delft Instruments op te heffen. Iets eerder had het Openbaar Ministerie in Den Haag al laten weten Delft niet te vervolgen, opdat bij het bedrijf in beslag genomen documenten aan Amerikaanse onderzoeksautoriteiten konden worden overgedragen. Delft Instruments was met het verlies van tientallen arbeidsplaatsen en miljoenen guldens wel genoeg gestraft, oordeelde officier van justitie Vos. De Tweede kamer was het daarmee overigens niet eens; minister Hirsch Ballin bekijkt of vervolging van de Delft-directie alsnog mogelijk is.

In haar verdere pogingen het bevlekte blazoen te zuiveren, legt de directie van Delft Instruments nu bij voortduring het accent op de strategische koerswijziging van de onderneming. Was de ontspanning tussen Oost en West een jaar of twee geleden al reden niet zwaar in te zetten op defensie-activiteiten, de problemen met de VS gaven Delft een nieuw argument om zijn groei voortaan te zoeken in civiele sectoren.

Zorgde militaire apparatuur in 1989 nog voor ruim 30 procent van de omzet, een jaar later bedroeg het defensie-aandeel nog slechts een kwart van het totaal (109 miljoen op 433 miljoen gulden). Voor dit jaar wordt een omzet uit defensiewerk verwacht van 43 miljoen gulden.

Die ontwikkeling spoort met uitlatingen van bestuursvoorzitter ir. R.V. Kingma, die meermalen heeft aangegeven de toekomst van Delft Instruments in de medische, industriële en wetenschappelijke hoek te zoeken. Het uitgangspunt hiervoor formuleerde hij kernachtig in april van dit jaar, twee maanden nadat de Amerikanen hun sancties oplegden: “Het aandeel van defensie in de omzet zal in absolute noch relatieve zin nog groeien”, aldus Kingma.

De gisteren gepresenteerde voorgenomen aankoop van Bosch Medizinelektronik is een treffende illustratie van de gekozen strategie. Het aandeel van de defensietak in de totale omzet daalt bij effectuering van de transactie tot 10 procent.

Dat Delft Instruments niet geheel afziet van activiteiten in de defensiesector - juist de tak die het bedrijf herhaaldelijk in opspraak bracht - toont vertrouwen in de getroffen maatregelen om illegale leveringen verder te voorkomen. Of de intentie van de directie toekomstig heil te zoeken in de civiele sectoren oprecht is, valt eenvoudig te beoordelen. Op grond van Kingma's eerdere uitlatingen zou het defensieaandeel in de omzet ook de komende jaren niet boven 43 miljoen gulden mogen uitkomen.

Foto: De produktie van medische apparatuur zorgt, na de overneming van Bosch Elektronik, voor bijna 60 procent van de omzet van Delft Instruments. (Foto NRC Handelsblad-Freddy Rikken)