De laatste tournee van Eric Dolphy - een document

De Laatste Sessie wordt vandaag tijdens het International Documentary Festival in de Balie in Amsterdam getoond en vanaf 13 december in the Movies in Amsterdam en 't Hoogt in Utrecht.

Hans Hylkema (45) heeft sinds hij meer dan twintig jaar geleden begon met het maken van speelfilms, tv-drama's en documentaires, altijd een film willen maken over zijn passie: jazz. Hij deed dat niet omdat hij de juiste vorm en het geschikte onderwerp niet kon vinden. Hylkema: “Een film over jazz is per definitie gedoemd te mislukken, omdat de muziek bijna nooit goed in film te vangen is. De essentie van jazzmuziek kun je alleen maar live ervaren in een concertzaal of als tweede keus op plaat of cd. Zodra je het probeert te registreren krijg je een onbevredigend resultaat. De enige manier waarop het tot zijn recht komt, en waarop het nooit gedaan wordt, is met een camera op één standpunt met een goed overzicht over de hele groep en dan spelen maar. Zo zie je het in oude archiefopnamen. Niet al die close-ups van die handjes en die vingers op de kleppen van het blaasinstrument en dan lekker monteren.

“Ik heb er ook wel eens over gedacht een portret te maken van een hele sterke jazzpersoonlijkheid, maar dan wordt het toch pas interessant als de musicus een interessant persoon is die goed overkomt in beeld. En dan gaat het over een personage en niet over de muziek.”

Toen Hylkema twee jaar geleden weer eens zijn geliefde elpee Last Date van altsaxofonist, fluitist en basklarinettist Eric Dolphy, uit de kast pakte, had hij eindelijk zijn onderwerp gevonden. “Ik zag dat het bijna 25 jaar geleden was dat die sessie plaats vond. Toen dacht ik: daar zit een film in. Een befaamd jazzmusicus maakt in Nederland een paar weken voor zijn dood zijn laatste tournee met drie Nederlanders. Ze sluiten die tournee af met een schitterende radiosessie, waar na zijn dood een plaat van geperst wordt die door kenners als de beste plaat van Dolphy wordt beschouwd. Na gesprekken met mensen die bij die sessie betrokken waren, zoals Han Bennink, Misja Mengelberg en Michiel de Ruyter, kwam ik tot de opzet van een muziekdocumentaire, die een combinatie is van een reconstructie van die laatste tournee en van een biografisch portret van Dolphy. Als basis voor de vorm heb ik de plaat genomen. Zes hoofdstukken, naar de zes nummers op Last Date, met een proloog en een epiloog, die elk associatief verwijzen naar aspecten van Dolphy.”

Door de keuze van de nummers van de plaat als basis voor het verhaal is het niet mogelijk een nummer helemaal te laten horen, zonder interview er overheen. Vond u dat geen belemmering?

“Jawel. De muziek speelt een hele grote rol in de film. Het ritme van de muziek dicteert het ritme van de montage en de samenhang tussen de voortdurend aanwezige muziek en het gesproken woord krijgt een eigen werking. Maar de Laatste Sessie gaat over de persoon Dolphy en je kunt je afvragen of het genoeg over zijn muziek gaat. Die kun je verder alleen genieten door de plaat of de cd te kopen.”

Waarom heeft u een documentaire over Dolphy gemaakt en geen speelfilm?

“Daar heb ik nooit aan gedacht. Ik heb ook nooit behoefte gehad om het leven van Dolphy te dramatiseren, omdat er te weinig conflict in zit. Hij werd door iedereen op handen gedragen. In een drama moet iemand toch zeker één vijand hebben. Dolphy heeft wel strijd moeten leveren voor zijn ideeën, maar nooit keihard hoeven vechten voor zijn bestaan of in de goot gelegen. Hij voldoet helemaal niet aan het clichébeeld van de jazzmusicus. Hij was een gezondheidsfreak, die zich dood heeft gegeten aan suiker. Hij wist niet dat hij suikerziekte had. De artsen in het ziekenhuis in Berlijn, waar hij in coma binnengebracht werd, dachten: oh, dat is zeker weer zo'n zwarte jazzmusicus die aan de drugs is, laat maar liggen, die komt wel bij. Hij gebruikte niets, het was een keurige man. Dat is misschien wat saai voor een speelfilm.”

Federick Wiseman heeft eens gezegd dat hij het spannender vond om documentaires te maken dan speelfilms, omdat bij speelfilms alles al vast ligt voor je begint te filmen.

“Daar zitten twee kanten aan. Tijdens het filmen van een documentaire ben je als regisseur gedwongen nogal passief te zijn. Je kunt bedenken waar je iemand wilt neerzetten, je kunt met de cameraman over het kader overleggen en voor de rest zit je vragen te stellen. Als je een speelfilm opneemt, kun je steeds ingrijpen: "Ik wil dat je harder loopt, nee, zachter, en meer naar die kast'. Je hebt meer invloed op het vorm geven van een scène. Bij een documentaire kunnen er fantastische dingen gebeuren, die je niet had kunnen bedenken, maar je kunt de loop der zaken niet dwingen. Dat was bij de opnamen van de Laatste Sessie ook mijn frustratie, dat mensen niet zeiden wat ze in het voorgesprek hadden gezegd of ze zeiden het anders en dan dacht ik: ik schrijf wel even een tekstje voor je. Aan de andere kant heb je tijdens het monteren van een documentaire veel meer vrijheid. Je kunt onverwachte dingen die gebeurd zijn gebruiken, je kunt proberen of dingen werken. Ik heb het principe om Dolphy pas aan het einde van de film in levenden lijve te laten zien laten vallen, dat werkte niet. Je wilt hem eerder zien. Ik heb wel vastgehouden aan mijn streven om net als in een speelfilm een verhaal te vertellen met een dramaturgische opbouw, een climax en een ontknoping.

“Het scenario van een documentaire is een soort spoorboekje. Je kunt denkfouten over de opbouw van je film nog heel goed corrigeren in de montage. Als de structuur van het scenario van de speelfilm mis is, dan is het ook goed mis en dan moet je van goeden huize komen om daar in de montage nog iets aan te kunnen doen.

“Ik vind het werken met beide vormen erg leuk, al heb ik een voorkeur voor speelfilm. Maar we moeten eens afstappen van die nadruk op het verschil tussen speelfilm en documentaire en van het met dédain neerkijken van de ene groep op de andere, omdat een documentaire geen echte film is. Bij het zien van een goede documentaire geldt ook: een goede film is een goede film.”