Chef staf en president

EEN WISSELING van de wacht in de buurt van het Oval Office is een normale zaak.

Dat geldt ook voor het vertrek van chef staf John Sununu en de komst van Sam Skinner. Chefs staf zijn de laatste en belangrijkste sluiswachters voor de president. Zij worden door iedereen belaagd die een voet tussen de deur wil zetten. Toegang - access - is de business van Washington. Chefs staf zijn er dus om vijanden te maken en te worden versleten tot meerdere eer en glorie van hun baas.

De laatste maanden heeft president Bush gekwakkeld. Zijn buitenlandse beleid is onomstreden, maar het publiek heeft er geen belangstelling meer voor en dat is voor Bush een probleem, want hij wordt nu op een ongemakkelijk speelveld gejaagd. Bush heeft geen herkenbare binnenlandse agenda, heeft in dit opzicht een politiek verleden achter de rug van onnavolgbaarheid en opportunisme. Bij de vorige verkiezingen ging het nog net goed, omdat toen - voor het laatst - de Koude Oorlog en de nationale veiligheid weer de doorslag gaven: Dukakis in een tank, Bush in de vlaggenfabriek.

Die vlieger gaat niet meer op en in zoverre wordt ook Bush nog opgejaagd door het einde van de Koude Oorlog. De binnenlandse ongerustheid maakt het Witte Huis zenuwachtig. Hoe is anders te verklaren dat onlangs plotseling een reis van Bush naar het Verre Oosten werd afgezegd, terwijl men toch wist hoeveel irritatie dat juist in die regio teweegbrengt?

Of moet Japan bij de volgende verkiezingen misschien als de nieuwe bedreiging van de nationale veiligheid fungeren? De uitlatingen van de president duiden daar tot nu toe niet op. Op het gebied van de "Japan-bashing' zal hij trouwens stellig door andere presidentskandidaten straks worden overtroefd.

MET HET ONTSLAG van de flamboyante ideoloog Sununu maakt Bush nu schoon schip en geeft te kennen dat hij de binnenlands-politieke agenda herkent en aanvaardt. De schreden op dat pad waren tot nu toe angstvallig en onzeker. Bush' uitspraken over het economische beleid de laatste twee maanden waren verwarrend. De ene dag gaf hij te kennen dat er weinig te doen viel, de volgende dag dat de federale overheid stimulerende maatregelen moest nemen en een derde dag dat daarvoor de belastingen omlaag moesten.

De bevoegdheden van een president om economisch beleid te voeren zijn in Amerika beperkt (tenzij iemand in een ideologische golfstroom net in het Witte Huis is beland, zoals destijds met Ronald Reagan het geval was en twee decennia daarvoor met Johnson). Die beperkingen gelden ook voor Bush.

Dus gaat het er het komende jaar niet zozeer om als president een beslissende wending aan het binnenlandse stagnatie-gevoel te geven als wel om het Congres als zondebok de woestijn in te sturen. Daar hebben de Democraten de meerderheid en die moeten bij verkiezingen worden verslagen. In zoverre is de installatie van een campagne-team door president Bush tegelijk met het vertrek van Sununu een veelzeggend teken: de president durft het kennelijk niet aan om met behulp van zijn ambtsbonus hoog te paard te blijven en het krakeel van presidentskandidaten nog een half jaartje op afstand te houden.

EEN GELUK heeft Bush - de Democraten zijn bezig om wederom hun krachten met een hal vol presidentskandidaten te versnipperen. Een nieuw clubje Zeven Dwergen is in aantocht. Maar pech heeft Bush ook, want de verkiezingscampagne is ook voor hem nu al begonnen en dat met een onderwerp dat zich niet zo vlot onder een Stars and Stripes-doek laat verstoppen.