Britten doen op Eurotop belangrijke concessies; Unie EG binnen handbereik

MAASTRICHT, 10 DEC. Een Europese Unie is binnen handbereik, nadat gisteren besloten is uiterlijk in 1999 één Europese munt in te voeren.

De Britten hielden vanochtend bij het overleg over een politieke unie alleen nog vast aan hun verzet tegen EG-bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid. Op andere punten leken de Britten belangrijke concessies voor te bereiden.

Tien van de twaalf lidstaten onder leiding van minister Kok dwongen de Britten gisteravond akkoord te gaan met het principe van een “onomkeerbare” monetaire eenwording op een vaste datum. “Na Maastricht is er geen weg terug en kan niemand het proces meer blokkeren”, zei Kok gisteravond. De Britten werd wel een voorbehoud toegestaan om later een politieke beslissing te nemen over al dan niet toetreden. Ook gaven de andere staten toe aan de Britse wens om niet langer te spreken van een Europa met een "federale roeping'. Het verdrag rept nu van een “steeds nauwere Unie waarin de beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen”. Britse regeringswoordvoerders noemden het schrappen van het "f-woord' een “belangrijk succes”.

In de nieuwste verdragtekst die de afgelopen nacht is geschreven krijgen de aspirant-leden Zweden en Oostenrijk een voorrangspositie. De onderhandelingen over toetreding van deze landen beginnen in 1992, aldus het verdrag. Andere kandidaat-leden, zoals Turkije, Malta en Cyprus blijven ongenoemd.

Vanochtend namen premier Major en premier Lubbers artikel voor artikel de tekst van het verdrag door en was er politiek overleg tussen kanselier Kohl en president Mitterrand. De Fransen en de Britten stonden vanochtend nog lijnrecht tegenover elkaar op het punt van het sociaal beleid. De Britten zijn onder meer mordicus tegen het bepalen van maximum-arbeidstijden door de EG. De Fransen, daarin gesteund door de Belgen en de Duitsers, menen dat dergelijke regels onontbeerlijk zijn om eerlijke concurrentie op de interne markt te garanderen. De Britten vrezen echter een sterke groei van de werkloosheid op de eigen arbeidsmarkt en zeer hoge kosten voor het bedrijfsleven.

Minister van den Broek, die het roulerend voorzitterschap van de Raad bekleedt, zei gisteren dat geprobeerd zou worden om het begrip "sociaal beleid' in de verdragtekst nader te specificeren. Voor veel lidstaten zijn EG-bevoegdheden op dit terrein volgens hem “absoluut essentieel”.

Pag.4:

WEU wordt niet onderschikt aan Europese Unie

Daarover zou bovendien bij gekwalificeerde meerderheid besloten moeten worden. In de loop van vanmiddag en vanavond worden de definitieve beslissingen verwacht. Premier Lubbers komt dan met een eindvoorstel waarin zoveel mogelijk compromissen zijn verwerkt. Bij de Duitse, Franse en Britse delegatie was vanochtend de overheersende indruk dat er een verdrag gesloten zou kunnen worden. Volgens een Britse regeringsbron moet daarvoor vandaag wel een spel “twaalf-dimensionaal schaak” gespeeld worden.

De Britten legden er vanochtend de nadruk op dat de slag om het gemeenschappelijke defensiebeleid in Brits voordeel zou zijn besloten. De Westeuropese Unie wordt niet als een soort "EG-defensiepoot' ondergeschikt aan de EG, zoals de Fransen onder meer wilden. De Britten vreesden dat daardoor de Amerikaanse betrokkenheid bij de verdediging van Europa zou worden ondermijnd. In het laatste concept van het verdrag is expliciet vastgelegd dat het Europese defensiebeleid moet aansluiten op dat van de NAVO.

Immigratie

Aan de Britse bezwaren over EG-bevoegdheden bij het verlenen van een uniform visum aan niet-EG burgers, is gedeeltelijk tegemoetgekomen. In principe moet de Raad daarover nu unaniem beslissen, in plaats van bij gekwalificeerde meerderheid. Alleen in noodtoestanden waardoor een “plotseling toevloed” van immigranten dreigt, mag de Raad bij gekwalifceerde meerderheid voor een periode van zes maanden een beslissing nemen. In de nieuwe tekst wordt bovendien voorgesteld de Raad sowieso vanaf 1 januari 1996 over visa bij gekwalificeerde meerderheid te laten beslissen.

De Spaanse wens om in het verdrag een compensatie-regeling af te spreken voor armere lidstaten die relatief veel BTW afdragen aan Brussel, wordt niet gehonoreerd. In plaats daarvan spreekt het verdrag van de oprichting van een “cohesie-fonds” voor 31 december 1993, dat financiële bijdragen moet leveren aan projecten op het gebied van milieu en de "transeuropese netwerken'. Daarmee wordt gedoeld op aanleg van wegen, spoorlijnen en communicatienetwerken.

Eén munt

Het proces van economische en monetaire eenwording zal uiterlijk op 1 januari 1999 leiden tot de invoering van één munt in de EG-landen die voldoen aan harde criteria wat betreft inflatie, begrotingstekort, rente, overheidsschuld en stabiele wisselkoers. Landen die nog niet aan deze voorwaarden voldoen, komen onder een grotere druk te staan om hun economie op orde te brengen doordat is vastgelegd dat het proces naar monetaire unie onomkeerbaar zal zijn.

De ministers van financiën bereikten gisteravond overeenstemming over de manier waarop de overgang naar onlosmakelijk verbonden wisselkoersen en de oprichting van een Europese centrale bank zal worden gemaakt. Het pakket is vandaag voorgelegd aan de regeringsleiders en het Franse staatshoofd. “De monetaire unie ligt voor het grijpen”, aldus minister van financiën Kok, die de onderhandelingen over het EMU-verdrag leidt.

Eind 1996 zal onderzocht worden of meer dan de helft (bij het huidige aantal lidstaten ten minste zeven) van de EG-landen aan de voorwaarden voldoet om de definitieve stap naar één munt te maken. Dit zal beslist worden met een gekwalificeerde meerderheid - waarbij de grote EG-landen een zwaardere stem hebben dan de kleinere landen. Als eind 1996 onvoldoende landen gereed zijn of een gekwalificeerde meerderheid ontbreekt, dan zal eind 1997 besloten worden om de slotfase in ieder geval per 1 januari 1999 te laten beginnen en om al op 1 juli 1998 de Europese centrale bank op te richten. In dat geval kan iedere groep landen, ook een minderheid, die aan de financieel-economische criteria voldoet, de overstap maken.

Hiermee is de beslissing over de uiterste invoeringsdatum van de gemeenschappelijke munt met een jaar vervroegd. “De datum heeft zich verhard want we willen geen twee jaar laten verlopen tussen het eerste en tweede moment van besluitvorming. We willen de druk op de ketel houden”, zei Kok gisteravond laat.

Slotfase

In vergelijking met eerdere ontwerpteksten van de EMU is de overgang naar de slotfase in Maastricht nog verder gecomprimeerd. Op aandrang van Italië en Frankrijk is een uiterste datum voor de overgang naar één munt opgenomen en op aandrang van Duitsland is het proces onomkeerbaar gemaakt. Hoewel nog steeds vastgehouden wordt aan de harde criteria, is in het verdrag opgenomen dat deze niet mechanisch zullen worden toegepast. Ook met “andere relevante factoren” zal rekening worden gehouden. Hiermee zijn de politici, de ministers van financiën en de regeringsleiders, aanzienlijk verder gegaan dan de meeste Europese centrale bankiers, de Bundesbank en De Nederlandsche Bank voorop, wenselijk achtten.

De lange tijd omstreden kwestie van de uitzonderingsclausule voor landen die in 1996 de politieke vrijheid willen behouden om alsnog te besluiten niet aan de slotfase van één munt deel te nemen, is vanochtend opgelost. Nadat gisteren bekrachtigd was dat tien landen niets voelden voor een algemene uitzonderingsregel, heeft minister Kok Denemarken en Groot-Brittannië voor het blok gezet. “Er bestaat geen compromis tussen ja en nee”, zei Kok en hij bood beide landen een specifieke verklaring aan waarin hun uitzonderingspositie is geregeld.

Uitzondering

In het geval van Denemarken, dat voorstander van één munt is, gaat het om een formule die het mogelijk maakt een referendum te houden zonder dat de Deense regering zich al heeft vastgelegd op de monetaire unie. De Britten willen dat het Lagerhuis het laatste woord behoudt over de afschaffing van het pond.

Vanmorgen maakte een hoge Britse functionaris duidelijk dat Groot-Brittannië een specifieke uitzonderingsregeling aanvaardt, zolang deze wettelijke geldingskracht heeft en Groot-Brittannië tot niets verplicht wordt.

Duitsland heeft in Maastricht de druk opgevoerd om de Europese centrale bank, die uiterlijk op 1 juli 1998 in werking zal treden, in Frankfurt te vestigen. De vestiging van de ECB in Frankfurt moet de bezorgdheid in Duitsland wegnemen dat het land zijn harde D-mark weggeeft zonder er iets voor terug te krijgen. Nederland lobbiet voor Amsterdam als zetel van de ECB en heeft hiervoor de steun van onder meer Commissievoorzitter Delors, maar gezien de kracht waarmee Duitsland Frankfurt naar voren schuift, zijn Nederlanders somber over de kansen van Amsterdam.