Bleskensgraaf bang na geruchten over nieuwe asielzoekers; "Als het dan moet, hebben we liever westerse asielzoekers'

BLESKENSGRAAF, 10 DEC. Om vijf uur valt de duisternis over Bleskensgraaf, een Zuidhollands dorp, in een lint langs de Graafstroom aaneengeregen met Ottoland, Laag Blokland, Gijbeland en Oud-Alblas. In de nieuwbouwstraten, die naar bomen en planten heten, heerst een diepe stilte. Alleen een krantenjongen fietst snel voorbij met zijn laatste exemplaren van het Reformatorisch dagblad. Een late forens parkeert op zijn woonerf.

In deze rustige sfeer, die hier ook zondagavond heerste, moet de aanslag van een stel dronken jongens op een asielzoekershuis aan de Klaproosstraat wel een diepe indruk hebben achtergelaten. Dat was ook zo, aldus overbuurman J. Blaak. En buurman C. Kwakernaak vertelt dat twee van de vier Afrikaanse mannen op blote voeten door de achterdeur zijn gevlucht toen de jongens zo hard op hun deur bonkten.

Sneu voor de jonge Afrikanen vinden ze het wel, die konden er echt niks aan doen, maar het geeft volgens de beide buren toch te denken dat het juist weer bij hen gebeurt. Verschillende culturen zo dicht op elkaar, dat moet wel botsen. Er waren vroeger al "details' waar de buurt zich aan ergerde. Zo werd Kwakernaak eens om één uur 's nachts door een dronken asielzoeker uit zijn bed gebeld met de vraag: Is deze kat van u?

Op zes november, vertelt Blaak, was er een opstootje rond het huis. De Afrikanen hadden landgenoten uit Dordrecht of Sliedrecht op bezoek. Ze kregen onderling ruzie en er ontstond een handgemeen waar de politie ten slotte bij moest komen.

Uit naam van een buurtcomité schreef Blaak aan de Gemeente. “Eerst verrast, via ongeloof, nu ontzetting en angst”, begint de brief over het gerucht dat er vier nieuwe "woon-units' voor asielzoekers zullen worden neergezet op het veldje achter de brandweerkazerne.

Blaak wil duidelijk stellen dat hij zijn brieven niet heeft geschreven uit vreemdelingenhaat. “Ons principe is: asielzoekers ja, centralisatie nee. Wij gedogen deze twee huizen omdat we de problematiek erkennen.” Maar als WVC aandringt op de opvang van meer asielzoekers in gemeente de Graafstroom, waarom dan geen asielzoekers in de andere kernen: Goudriaan, of Molenaarsgraaf, vraagt hij zich af.

Van zijn andere overburen, de Roemeense familie Paraschiv, niets dan goeds. “De Roemenen hebben een geweldige hoeveelheid respect afgedwongen. Wij beschouwen hen niet meer als asielzoekers maar als burgers.” De Paraschivs, vader, moeder en twee kinderen, spreken Nederlands, wonen hier nu sinds januari en mengen zich onder de bevolking. Het is een gezin, “dat is nog te overzien.” De Afrikanen zijn jongemannen die zich doodvervelen in het uitgaansleven van Bleskensgraaf. En ze zijn er te kort om echte vrienden te maken. “In dat huis zitten ze nooit langer dan twee maanden”, zegt Kwakernaak. “Te veel mensen hebben al details meegemaakt”, verduidelijkt Blaak.

Het grootste struikelblok is de cultuur, denkt hij. Dat maakt de Roemenen veel ontvankelijker voor de Bleskensgraafse gemeenschap. “Als je dan toch asielzoekers wilt opnemen in een woongemeenschap, laat het dan westerlingen zijn.”

De ongerustheid van de bewoners is nu ook doorgedrongen tot de gemeenteraad. Nadat burgemeester G.W. Abbring gisteravond is voorgegaan in gebed stelt raadslid M.J.J. Geeratz van de VVD de zaak aan de orde. De burgemeester zegt dat WVC er op aandringt dat zijn gemeente voldoet aan de eis dat zij twee promille van haar bevolking aan asielzoekers opneemt. In dit geval zou dat betekenen dat achttien asielzoekers in de Graafstroom een plaats moeten vinden.

Een van de raadsleden zegt dat hij bezoek heeft gekregen van een vrouw die zich wegens de spanningen onder doktersbehandeling heeft moeten stellen. Toch vindt de burgemeester de bezorgdheid van de buurt voorbarig. De gemeente heeft nog geen beslissing genomen over de zaak. Na de raadsvergadering, stelt hij voor, zal een besloten vergadering over dit onderwerp worden gehouden, met een werkgroep asielzoekers. Blaak betoont zich na afloop tevreden dat zijn comité dit ten minste in beweging heeft gezet. Twee huizen voor asielzoekers in een buurt is genoeg.

De Afrikanen zijn vanavond niet thuis, althans de lichten van hun huis aan de Klaproosstraat zijn gedoofd. In het huis ernaast zit Emilia Pasachiv naar Goede Tijden Slechte Tijden te kijken. Op tafel ligt een chocoladeletter. Ze is alleen thuis. Haar man werkt sinds kort aan de universiteit Twente en woont door de week in Enschede. Zij is bang, zegt ze in keurig Nederlands. “Wij hebben genoeg aan onze eigen problemen.” Gelukkig zijn alle mensen van Bleskensgraaf heel vriendelijk voor haar. Ze wil hier niet meer vandaan om te verhuizen naar Enschede. Uit het huis moet ze wel weg, nu de familie sinds vorige maand een verblijfsvergunning heeft gekregen.

De jongens naast haar kent ze wel. Ze heeft met twee van hen in een asielzoekerskamp in Gelderland gezeten. “Het is moeilijk voor deze mannen, ze spreken geen Nederlands, ze zijn alleen.” Toch zegt ze dat ze zich soms zorgen maakt voor haar dochter van dertien jaar - ze kijkt er een beetje gegeneerd bij. “Ze zijn niet slecht.”