WK-programma verlost KNVB van "probleem Cruijff'

ROTTERDAM, 9 DEC. Vanaf begin september 1992 tot eind 1993 moet het Nederlands elftal tien wedstrijden spelen om zich te kwalificeren voor het WK voetbal in de Verenigde Staten. Dat is gemiddeld bijna één wedstrijd per maand. De baan van bondscoach wordt daardoor plotseling erg arbeids-intensief en begint sterke overeenkomsten te vertonen met de werkzaamheden van een trainer bij een doorsnee topclub. Een combinatie van beide functies, waar Michels in 1974 en Happel in 1978 hun hand niet voor omdraaiden, is in het moderne voetbal met zijn uitgebreide Europese bekercompetities voor een trainer nauwelijks nog uitvoerbaar.

Deze wetenschap verlost de KNVB voorlopig van het probleem Johan Cruijff. De goeroe van zoveel Nederlandse topvoetballers is contractueel nog tot medio 1993 aan Barcelona verbonden. Voorzitter Nunez van Barcelona verklaarde gisteravond voor de camera's van Studio Sport dat die werkzaamheden niet het trainen van een stelletje amateurs betreffen, maar dat Cruijff de verantwoordelijkheid heeft voor een modern voetbalbedrijf, een miljoenenorganisatie. Een coach-functie op afstand voor Cruijff bij Oranje acht de voorzitter derhalve niet te verenigen met zijn werk bij Barcelona.

De opvolging voor Michels na het EK in Zweden dient daarom (voorlopig) in een andere richting te worden gezocht. De meest logische kandidaat op dit moment lijkt Dick Advocaat, de assistent van Michels, die door de huidige bondscoach bij de KNVB zelf naar voren is geschoven. Advocaat heeft zelfs bij de topspelers het nodige gezag en dat is ten minste al iets vergeleken bij de totaal fout uitgepakte manier waarop Rinus Michels voor het WK in Italië Leo Beenhakker in het zadel hielp.

De KNVB lijkt van die affaire te hebben geleerd. Een delegatie onder aanvoering van bestuurslid Boels maakte zijn opwachting in Barcelona, waar Cruijff door de halsstarige opstelling van Barcelona met een lastig dilemma zit. Van Rooijen cs hebben daarmee niet voor de tweede keer de fout gemaakt om Cruijff te passeren. Want wat dat in de praktijk betekent kan Michels zich nog herinneren als de dag van gisteren. Hij werd als een kleine jongen in het trainingskamp van Barcelona in Odoorn behandeld door Cruijff. De Barcelona-coach zag in de gouden EK-generatie van 1988, grotendeels in clubverband bij Ajax door hemzelf opgeleid, grote mogelijkheden om in Italië met succes een gooi naar de wereldtitel te doen. Dat Cruijff daar door de KNVB niet in de gelegenheid toe werd gesteld zat hem bijzonder hoog.

Hoewel Advocaat er de man niet naar lijkt zich zomaar opzij te laten schuiven is het in de praktijk altijd nog denkbaar dat Cruijff tijdens het WK in de Verenigde Staten door de KNVB als supervisor naar voren wordt geschoven. Met Michels in 1974 en Happel in 1978 pakte de aanstelling van een superchef tenslotte voortreffelijk uit. Bovendien wordt dan gehoor gegeven aan de smeekbede van de belangrijkste internationals.

Zeker wat het korte termijnwerk betreft lijkt Cruijff als enige in staat om uit de grotendeels verzadigde vaderlandse miljonairs in het profvoetbal nog één keer het beste naar boven te halen. Want de meesten geloven heilig in de magie van hun leermeester, wiens concept om zo aanvallend mogelijk te spelen ten minste niet op twee gedachten hinkt.

Anderzijds heeft het Nederlands elftal sinds het EK in 1988 bijna geen fatsoenlijke wedstrijd meer gespeeld en zit de sleet in het team. De gemiddelde leeftijd is nu al 29 jaar, volgend jaar dertig, wat betekent dat Nederland momenteel steunt op het oudste elftal sinds de oorlog. Opvolgers voor het Milanese supertrio hebben zich niet aangediend. Roy en Witschge zijn geen spelers die de kar kunnen trekken, Wouters heeft niet de eeuwige jeugd, Van Breukelen wil stoppen na het EK, voor een begaafd technicus als Arnold Mühren heeft Michels na het EK in 1988 geen adequate opvolger kunnen vinden.

Het is met het overladen programma van de topspelers bij hun clubs en met landen als Engeland, Polen, Turkije, Noorwegen en San Marino in de WK-poule voor de VS, voor het vaderlandse voetbal al met al geen opwekkend toekomst-perspectief met een brede marge voor nieuwe internationale successen.