Voetballers anno 1991 vooral rekenaars

UTRECHT, 9 DEC. Wat is er belangrijker in het moderne voetballen dan winnen? Niet verliezen. In die opzet zijn PSV en Utrecht (1-1) gisteren allebei geslaagd. Voor de wedstrijd hadden de ploegen zich vergaapt aan elkanders erelijsten. PSV had deze competitie nog geen nederlaag geleden. Daar tegenover stond dat FC Utrecht in de laatste 25 thuiswedstrijden ongeslagen was gebleven. Imponerende reeksen die erom schreeuwden gesloopt te worden. Of kost wat kost te worden verdedigd. Utrecht en PSV verkozen allebei behoud boven kans op winst.

De ploegen wedijverden in heilig ontzag voor elkaar. Geen van beiden hadden ze lef en zelfbewustzijn om het spel te maken. Allebei hadden ze zich met overgave op hun tegenstander ingesteld. De Kock contra Kieft, Van der Net contra Kalusha, Vierklau contra Ellerman, Roest contra Linskens, Van Tiggelen contra Smolarek, Koeman contra De Kruiff, Gerets contra Cooke. En zo verder. Allemaal waren ze zo druk bezig met het elimineren van hun tegenstander, dat er niemand aan voetballen toekwam. Je kon de spelers eenvoudig tegen elkaar wegstrepen en dan bleven uiteindelijk Jan-Willem van Ede en Hans van Breukelen over. Als bij een schaakpartij waarbij de stukken plichtmatig worden afgeruild.

In zo'n wedstrijd vallen alleen maar doelpunten door individuele fouten of bevliegingen. Ook in dat opzicht hielden PSV en Utrecht elkaar gisteren in evenwicht. In de 15de minuut vergat Giga Popescu dat hij zich over Jan Oosterhuis zou ontfermen als de jonge linkshalf Tom van Mol tegenover twee man zou komen staan. Daardoor kreeg de Utrechtenaar alle kans om aan te leggen. Zijn ziedende schot verdween in de rechterbenedenhoek: 1-0.

Nog geen tien minuten later begon de overijverige Juul Ellerman weer eens aan een van zijn rushes die meestal blijven steken in de goede bedoelingen. Maar dit keer trof hij debutant Ferdy Vierklau op het verkeerde been, terwijl ook de rest van de Utrechtse defensie verzuimde in te grijpen. Weliswaar raakte hij het leer met links niet vol, maar zijn stuiterbal was voldoende om de stand weer gelijk te trekken: 1-1.

Na de eerste helft hadden PSV en Utrecht net zo goed in de kleedkamer kunnen blijven. Een gelijkspel vonden ze allebei voldoende en dat lieten ze ook schaamteloos zien. Adri van Tiggelen wist met zijn passes alleen nog Hans van Breukelen te bereiken. Robert Roest schoof liever drie keer breed dan een keer diep.

Utrecht-trainer Ab Fafi'e zei dat zijn ploeg misschien teveel respect had gehad voor PSV, waardoor “een patstelling” was ontstaan. En PSV-coach Bobby Robson vond dat zijn elftal best “wat meer initiatief en ambitie” had mogen tonen. “Ik had me twintig minuten voor tijd nog niet neergelegd bij een gelijkspel maar de spelers wel. Ze voegden zich naar de wedstrijd in plaats van de wedstrijd te maken.”

Daarbij vergat hij dat dit PSV - zonder de geblesseerde Vanenburg, Romario, Heintze en De Jong - niet in staat is om het spel te dicteren. De ploeg die haar middelmatigheid tegen Anderlecht demonstreerde, stelt zich daarom tevreden met het bijeensprokkelen van punten. Niet verliezen. In de hoop dat Vanenburg en Romario in de tweede helft van de competitie weer de nodige klasse kunnen toevoegen aan het team.

En Utrecht? Waarom zou Utrecht risico's nemen. De ploeg is nu eenmaal beter in het verdedigen dan in het scoren, beter in het counteren dan in het spel bepalen. Utrecht is nog altijd in opbouw. Na drie jaar achter elkaar in de anonieme middenmoot van de eredivisie te hebben verkeerd, eindigde de club vorig jaar als vierde. Dit jaar mikt Utrecht op een plaats bij de eerste zes, maar op langere termijn hoopt de club aan te haken bij de subtop. Dat zou moeten gebeuren door een geleidelijke verhoging van de begroting van 3,8 naar 6,5 miljoen gulden, nadat Utrecht door torenhoge schuldenlasten jarenlang op bijstandsniveau heeft gespeeld.

Utrecht heeft niet verloren. Net zomin als PSV. Voetballers anno 1991 moeten in de eerste plaats rekenaars zijn.