Schenk schrik van bejaarden

Als ijsheld was Ard Schenk al een lastpost voor de ISU, de internationale schaatsunie.

De ex-kampioen uit Noord-Holland wees de bobo's op misstanden die er zijns inziens bestonden in de mini-wereld van het hardrijden. Toen Schenk in het begin van de jaren zeventig - tegen het einde van zijn carrière - mede-oprichter werd van een "wilde' professionele bond, reageerde de ISU geschokt maar ook opgelucht: ze was verlost van deze kwelgeest. De Nederlander werd zelfs geroyeerd.

Twee decennia later keerde Schenk terug. Hij werd lid van de BCK, de Begeleidings Commissie Kernploegen. Prompt promoveerde de fysiotherapeut uit de polder tot chef de mission van de Nederlandse afvaardiging bij de Olympische Winterspelen van 1992. Schenk was ouder en wijzer geworden, maar niet conservatiever. Zo ijverde hij met succes voor betere financiële vergoedingen voor de schaatssters en zette hij zich wéér af tegen de behoudende ISU.

“Ik heb in de Thialfhal enkele bejaarde ISU-bonzen op de tribune letterlijk in slaap zien vallen”, zei hij, doelend op het wereldkampioenschap van dit jaar in Heerenveen. En Schenk stelde boos vast dat de ISU zijn nuttige tips - en die van andere insiders - om het bijna zieltogende circuit om de Wereldbeker nieuw leven in te blazen zo maar naast zich neerlegde. Dezelfde Schenk is zaterdag, door de Nederlandse bondsvergadering, gevraagd zitting te nemen in het bestuur van de ISU. Gaat Schenk akkoord, dan zou men op spectaculaire verfrissingen rekenen.

Maar het heeft er alle schijn van dat Schenk zich thans minder strijdlustig opstelt dan gebruikelijk. In februari zei hij nog dat er weinig deugde van de Olympische schaatsbaan in Albertville en dat de ISU daar mede schuldig aan was. De laatste weken heeft hij ineens lof voor de Franse organisatie, hoewel hij dat, naar zijn zeggen, roept “om de nationale toppers niet te demotiveren.” Eergisteren was hij, in Albertville, toch weer opmerkelijk mild. De ISU is een log lichaam, liet hij doorschemeren, veranderingen gaan niet één-twee-drie. “Bovendien is de sectie hardrijden maar heel klein binnen die grote organisatie.”

Schenk viel daarmee even uit zijn rol van vernieuwer. Het is te hopen dat hij, eenmaal in de ISU, weer de progressieve ideeën spuit waar hij echt achter staat. Het ISU-bestuur, de oer-conservatieve oudjes, zal hij zeer aan het schrikken maken.