Restauratiedeskundige Van de Wetering: "Intimidatietactiek Goldreyer werkt in Nederland niet'

AMSTERDAM, 9 DEC. De kunsthistoricus en restauratiedeskundige prof.dr. E. van de Wetering, die de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer al direct na de terugkomst van het gerestaureerde schilderij van "bedrog' had beschuldigd, hoopt dat deze affaire aanleiding zal zijn tot een verbetering van de positie van de restaurateurs in de musea en de erkenning van de wetenschappelijke status van het vak. “Ik ben ook blij dat hierdoor bij de Nederlandse burger het bewustzijn is gegroeid dat een restauratie meer is dan alleen een technische ingreep. Op de langere termijn hoop ik dat men zich zal afvragen of de intellectuele, kunstpolitieke macht in de musea niet eens kritisch moet worden bekeken. We hebben hier een dramatische demonstratie gezien van de arrogantie van de macht”.

Van de Wetering vindt dat moet worden geprobeerd de overschildering van Goldreyer alsnog te verwijderen. “Je kunt proberen de laag alkyd er toch af te krijgen met een afbijtmiddel. Bij oude kunst komt het geregeld voor dat overschilderingen met een paardemiddel worden verwijderd. Alleen is er dan een groter tijdsverschil tussen het aanbrengen van de oude en de nieuwe laag, waardoor de oorspronkelijke laag meer weerstand heeft. Bij het schilderij van Newman bestaat de kans dat de originele verf al is aangetast. Het was mogelijk geweest het eraf te schrapen als Goldreyer eerst een laag beschermend materiaal had aangebracht, maar ook dat heeft hij niet gedaan, dat is echt misdadig. Maar misschien moet het schilderij als een soort Emmäusgangers in het Stedelijk Museum worden opgehangen als herinnering aan een curieuze periode uit de geschiedenis van het museum”.

Nadat hij kritiek op de restauratie had geuit, ontving Van de Wetering een brief van Goldreyers advocaat waarin hij werd gesommeerd zijn woorden in te trekken. “Daarna is er twee keer contact geweest tussen zijn advocaat en de mijne en is besloten eerst af te wachten wat er uit het onderzoek zou komen. Ik denk niet dat ik nog iets zal horen”, zei Van de Wetering. “Maar het tekent wel het optreden van Goldreyer. Toen hij in Nederland kwam om het schilderij te brengen was hij ook altijd vergezeld van een advocaat. Wij zijn er hier niet aan gewend dat mensen zo monumentaal jokken. Dat is misschien ook de reden dat Beeren zo lang in hem is blijven geloven, omdat hij ook niet kon geloven dat iemand hem zo bij de neus zou nemen”. Van de Wetering bevestigt de verhalen dat Goldreyer in Amerika mensen in de museumwereld onder druk zet, als zij kritiek hebben op zijn overschilderingen. Ook de musea hebben er belang bij overschilderingen geheim te houden, omdat de prijs van een kunstwerk daarmee dramatisch daalt. “Iedereen aarzelt om namen te noemen van betrokkenen uit vrees hen in moeilijkheden te brengen. Na mijn kritiek op de restauratie heb ik van topmensen uit de restauratiewereld, ook uit Amerika, felicitatiebrieven gekregen. In de Verenigde Staten werkt de intimidatietactiek, het dreigen met advocaten. Hier is dat niet gelukt, maar ik vond het geen pretje zo'n brief in de bus te krijgen. Je realiseert je namelijk dat in het juridische gebeuren niet vanzelfsprekend de waarheid zegeviert”.

Het restauratiecontract is afgesloten tussen Daniel Goldreyer Ltd., vertegenwoordigd door Daniel Goldreyer, en dr. W.A.L. Beeren, directeur van het Stedelijk Museum, die daarmee mede de gemeente Amsterdam vertegenwoordigde. Een specifieke omschrijving van de restauratiemethode ontbreekt, er wordt alleen gesproken van "een zo volledig mogelijk herstel'. Er zijn geen bepalingen opgenomen die de restauratie beperken tot de beschadigde delen, en er wordt ook geen eis gesteld aan de omkeerbaarheid van de ingreep. Goldreyer mocht zelf zijn werkmethode vaststellen.

Hoogleraar internationaal privaatrecht mr. Th.M. de Boer: “Mij viel op dat het wemelt van de bepalingen waarin iets staat over verplicht overleg met Beeren, specificaties, foto's, uitwisseling van gegevens. Als er zoveel informatieuitwisseling geweest moet zijn, dan heeft ofwel Goldreyer zich daar niet aan gehouden of de commissie heeft het te laks behandeld. Men heeft misschien gedacht dat het wel goed ging, en er niet op gestaan geïnformeerd te blijven. Zo'n belangrijk moment als het vullen van de scheuren en het opbrengen van een nieuwe verflaag wordt niet in het contract beschreven. Wel wordt van alles gezegd over het opnieuw weven, over de achterkant dus, maar niet over de voorkant. Je verwacht dat daar overleg over gepleegd zou worden, het zou een omissie zijn daar niet naar te vragen.”

Het contract geeft verder aan dat de restaurateur zich in zal spannen zijn taak zo goed mogelijk te vervullen. “Dat is een inspanningsverplichting in Nederlandse juridische termen”, zegt De Boer. “Je garandeert geen resultaat, maar zegt dat je het zo goed mogelijk zult doen. Als dan blijkt dat Goldreyer iets gedaan heeft wat een redelijk restaurateur niet zou hebben gedaan, kun je spreken van een wanprestaie. Tenzij de commissie gezegd heeft dat hij zijn gang kon gaan, maar ik ga ervan uit dat niemand hem heeft opgedragen de restauratie irreversibel te maken”.