Obligatiemarkt in de ban van nieuwe staatslening

UTRECHT, 9 DEC. In afwachting van het Bundesbank beraad en de uitgifte van een nieuwe staatslening was er afgelopen week in het algemeen weinig handel. De markt vroeg zich met name af waartoe de Bundesbank donderdag zou besluiten: zowel voor verhoging van de officiële tarieven als voor handhaving op de huidige niveaus waren er goede argumenten.

Duidelijk was dat een eventuele Duitse renteverhoging door Nederland zou worden gevolgd. Uiteindelijk bleven de rentetarieven ongewijzigd, maar de mogelijkheid van een renteverhoging in de nabije toekomst werd in Frankfurt niet uitgesloten. Een tweede factor die meespeelde was dat de markt in sterke mate rekening hield met een nieuwe staatslening. De Agent liet zich afgelopen week tegen de verwachtingen in niet zien, waardoor op donderdag een ongekende rally op de obligatiemarkt plaatsvond; dit geldt temeer omdat eerder ingenomen posities werden teruggedraaid.

Toen evenwel vrijdag bekend werd dat de inflatie in ons land in november was opgelopen tot 4,8 procent namen beleggers weer een afwachtende houding in. Ons land wijkt op dit punt af van veel andere EG landen en zou momenteel de EMU-normen voor de Europese munt niet halen. Ook op andere onderdelen heeft Nederland nog moeite met de normen; het begrotingstekort en de overheidsschuld als percentage van het bruto binnenlands produkt zijn eveneens te hoog.

Buitenlandse beleggers, toch al gevoelig voor dit soort macro-economische cijfers, reageerden weinig enthousiast op het Nederlandse inflatiecijfer en deden de spread met Duitsland weer oplopen tot een half procentpunt.

Binnen het EMS is de valutaire spanning iets afgenomen, zij het dat de posities van het Britse pond en de Deense kroon onderaan niet zonder zorgen zijn. Het feit dat de Britten graag zien dat er een mogelijkheid open wordt gelaten om op een later tijdstip af te zien van het opgaan van hun valuta in één Europese munt, plaatst het pond voorlopig in een moeilijke positie. Indien er immers een reële kans bestaat dat het pond als zelfstandige valuta blijft voortbestaan dan is hieraan een groter valutarisico verbonden dan aan de andere Europese valuta's.

Internationale obligatiemarkten

In de Verenigde Staten richtte de aandacht van de valutamarkten eerder dan de obligatiemarkt het vizier op de economische fundamentals. Terwijl de dollar gedurende de week een nagenoeg constante daling doormaakte, verkeerden de treasuries nog even in de ban van de onrust in de Sovjet-Unie. Hiervan kon (tot vrijdag) de 10 jaars staatslening profiteren. Beleggers verkozen de Amerikaanse obligatiemarkt als veilige haven en prefereerden met name het 10-jaars segment vanwege het relatief hoge rendement en de lagere rentegevoeligheid van de koersen in vergelijking met de 30-jaars treasury. Pas nadat vrijdag duidelijk werd dat de Amerikaanse economie nog steeds in een zorgwekkende toestand verkeert werd ook op basis van fundamenteel economische overwegingen gekozen voor Amerikaanse vastrentende beleggingen. Aanleiding hiervoor vormde de daling van het aantal arbeidsplaatsen met 241.000 in november, waarna de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, het tarief voor interbancair daggeld met 1-4 procent verlaagde tot 4,50 procent. Hierdoor vond een herallocatie plaats van de 10-jaars naar de 30-jaars staatslening. Resultaat van dit alles was een ongewoon sterk fluctuerend rendementsverschil tussen 30- en 10-jaars papier waarbij dit verschil de afgelopen week per saldo gelijk bleef en de rente in beide segmenten met 13 basispunten daalde.

Ook op de eurokapitaalmarkt richtte de aandacht van de beleggers zich met name op de dollarleningen vanwege de veilige haven status. De europese vastrentende markten keken met argusogen naar de vergadering van de Bundesbank. Bovendien is de onzekerheid omtrent de Europese politieke- en monetaire unie ter gelegenheid van de top in Maastricht niet bevorderlijk voor een levendig emissieklimaat. De enige uitzondering hierop vormde het Franse Franc segment, waar naast overheidspapier ook euroleningen werden uitgegeven. Hierdoor bleef de Franse markt enigszins achter bij de overige Europese markten, die een lichte rentedaling lieten zien. De grootste koersstijgingen konden in Engeland worden genoteerd, waar ondanks de staatsleningen die door de Bank of England op de markt werden gebracht, de 10 jaars rente met 16 basispunten daalde tot een niveau van 9,72 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.