Koops draagt al vier schaatssters voor; Kwaliteit van ijs in Albertville door goede weer niet ter discussie

ALBERTVILLE, 9 DEC. Arie Koops, bondscoach van de vrouwen allrounders, zal vier schaatssters uit zijn kernploeg voordragen bij het Nederlands Olympisch Comité (NOC) voor deelneming aan de Winterspelen in Albertville. Sandra Voetelink (1000 en 1500 meter), Yvonne van Gennip (1500), Carla Zijlstra en Lia van Schie (beiden 3000) hebben volgens Koops in het voorseizoen aan de kwalificatie-eisen voldaan. Op 16 december wijst het NOC op Papendal het eerste groepje afgevaardigden aan.

Koops maakte zijn voordracht gisteravond bekend in Albertville, na afloop van de derde wedstrijd om de Wereldbeker. De reeks om de Worldcup wordt voortgezet na de Nederlandse kampioenschappen afstanden, de volgende selectierace voor de Spelen. Voetelink, zevende op de 1000 en vijfde op de 1500 meter, greep in Albertville haar kans. Zijlstra en Van Schie hebben hun uitverkiezing te danken aan keurige klasseringen in zowel Berlijn (22-24 november) als in het Franse Alpenstadje.

Zijlstra werd op de Olympische ijspiste vierde in 4.31,35, Van Schie (amper hersteld van een griepaanval) vijfde in 4.32,09. In Berlijn eindigde het duo respectievelijk op de derde en tweede plaats. Van Gennip heeft in de ogen van Koops in het openingstoernooi in Duitsland met de vierde positie op de schaatsmijl (2.09,28) een startbewijs verdiend. In Albertville deed Van Gennip niet meer dan een beetje sfeer proeven. De 27-jarige Haarlemse kampte met maag- en darmklachten.

Voetelink, het talent dat het vorige seizoen na een mislukt NK (negende) ver terugviel, toonde op de buitenbaan van Albertville aan langzaam op toeren te komen. Op de 1500 meter eindigde de 21-jarige Noordhollandse zaterdag als beste Nederlandse, vijfde in 2.09,92. Een dag later reed zij op de kilometer een persoonlijk record (1.24,33), dat de zevende plaats opleverde.

Op de 3000 meter, gewonnen door Gunda Niemann-Kleemann, kwam Voetelink nog zichtbaar adem te kort. Het verschil van Niemann, vorig seizoen Europees- en wereldkampioene werd, met Zijlstra en Van Schie was nagenoeg hetzelfde als in Berlijn. Voor Koops was de drie kilometer van Voetelink een test of ze weer als allrounder kon functioneren. De Noordhollandse zakte op pijnlijke wijze voor het examen: negentiende in 4.44,66. Het EK vrouwen, half januari in Heerenveen, is derhalve nog ver weg voor haar. Maar de Winterspelen zijn heel dichtbij gekomen.

Bij de sprintsters maakte Christine Aaftink een sterke indruk, met name op de 500 meter. Ze noteerde zaterdag een tijd van 41,08, goed voor de tweede plaats achter de superieure Chinese Qiaobo Ye (40,87). De Nederlandse, nummer drie van het laatste WK, dook daarmee voor de tweede keer dit seizoen onder de NOC-limiet. Eerder kwam Aaftink op de overdekte baan in Berlijn uit op 40,95. Opmerkelijk genoeg was Aaftink allerminst tevreden over haar rit. “Met de tweede plaats in dit deelnemersveld mag ik eigenlijk niet klagen, maar mijn race verliep zeker niet vlekkeloos”, benadrukte ze. “Ik ben nu in een stadium beland, dat ik naar perfectie kan streven. Als je dan slecht start en een matige tweede bocht loopt, heb ik reden tot zelfkritiek. Ik kan en moet nog sneller.”

Afgezien van enkele schoonheidsfoutjes in de organisatie in Albertville onverwachts zonder wanklank. Duizenden Fransen vergaapten zich gisteren aan de voor hen vrijwel onbekende wintersport. Ze hadden voor deze speciale gelegenheid gratis toegang. Van enige sfeer op de tribunes was echter geen sprake. Het onwetende publiek hield zich muisstil bij de wedstrijden, die overigens niet uitblonken door topprestaties. De schaatsvriendelijke weersomstandigheden, rustig en met een temperatuur van iets onder het vriespunt, speelden de onervaren Franse ijsmeesters in de kaart. De resultaten van de meeste deelnemers waren redelijk normaal voor de tijd van het jaar. De kwaliteit van de Olympische ovaal stond mede daardoor (nog) niet ter discussie.

Ard Schenk, chef de mission van de Nederlandse ploeg bij de Winterspelen, had het liever anders gehad. “Onder deze omstandigheden is het geen kunst ijs te maken”, meende de oud-kampioen. “Ik had wel eens willen zien hoe de baan zich had gehouden bij een lekker windje en een temperatuur van tien graden boven nul. Omstandigheden die we in februari wellicht ook treffen. Voor de ijsmeesters zou dat een goede test zijn geweest. Nu zijn ze in feite niets wijzer geworden. We kunnen slechts hopen, dat in februari het weertype hetzelfde is.”