Intensief overleg tussen EG-leiders over uiteenvallen van de Sovjet-Unie; Britten staan geheel alleen op top

MAASTRICHT, 9 DEC. Het Verenigd Koninkrijk staat geheel alleen in het verzet tegen de invoering van één Europese munt. Dit bleek vanochtend in Maastricht tijdens de Europese Raad van staats- en regeringsleiders. Tussen de landen onderling werd intussen druk overleg gevoerd over het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

De leiders van de twee Europese kernmogendheden, John Major en François Mitterrand, hebben daarover een apart gesprek gehad. Zij maken zich ernstig zorgen over het nucleaire wapenarsenaal in de drie republieken die gisteren in Minsk aankondigden een nieuwe federatie te beginnen.

Het overleg over de Economische en Monetaire Unie (EMU) vorderde intussen volgens minister van financiën Kok goed tot zeer goed. Op de twee belangrijkste geschilpunten maakte volgens Kok alleen het Verenigd Koninkrijk “grote voorbehouden”. Technisch overleg tussen de ministers van financiën onderling zou vanmiddag uitkomst moeten bieden.

De Europese Raad was “in zeer grote meerderheid” ingenomen met het voorbereidende werk van het Nederlandse voorzitterschap, aldus Kok. De top, die de nieuwe verdragen over EMU en Politieke Unie moet goedkeuren, duurt naar verwachting tot morgenmiddag, maar niet uitgesloten wordt dat ook de woensdagmorgen nog nodig zal zijn.

De Britten maken zich grote zorgen over de houding die het leger van de Sovjet-Unie zal innemen. Een Britse woordvoerder zei voor een opstand te vrezen. “Wie zal ze straks betalen?”

Als “geruststellend”, zoals een woordvoerder het uitdrukte, is intussen ervaren dat de Oekraïense regering vorige week dinsdag een brief heeft gestuurd aan het Nederlandse voorzitterschap van de EG waarin beloften worden gedaan over de nucleaire wapens. Een soortgelijke brief is verzonden aan de Amerikaanse president Bush.

In de brief wordt beloofd dat de Oekraïne zorgvuldig zal omgaan met de nucleaire wapens die in dat land zijn opgeslagen, dat er overleg wordt gevoerd met de autoriteiten van de Sovjet-Unie over wat ermee moet gebeuren, dat de bestaande grenzen worden erkend en dat de mensenrechten zullen worden beschermd.

Vanmorgen heeft de Europese top zich op de openingszitting bezig gehouden met het verdrag voor de EMU. Het debat concentreerde zich op de overgang naar het moment waarop de Europese centrale bank wordt opgericht en een groep landen zal overgaan op één gemeenschappelijke munt en op de positie van Groot-Brittannië.

Pag 7:

Londen blijft aan positie vasthouden

“Algemeen aanvaard is dat het proces naar monetaire eenwording onomkeerbaar is”, zei vanmiddag minister van financiën Kok. Volgens een grote meerderheid in de Raad, aldus Kok, betekent goedkeuring van het EMU-verdrag voor alle landen die tekenen, onherroepelijk dat één munt zal worden ingevoerd.

De meeste EG-leiders willen dat al in 1996 met een gekwalificeerde meerderheid zal worden besloten om de stap naar één munt te maken, zo bleek vanmorgen. Alleen Groot-Brittannië verzet zich hiertegen en wil dat daarover met unanimiteit wordt beslist. De Britten blijven ook ijveren voor een algemene uitzonderingsregel voor deelname aan de slotfase, maar geen van de andere landen is bereid om Groot-Brittannië daarmee terwille te zijn. Minister Kok zei vanmiddag dat gewerkt wordt aan de tekst voor een specifieke verklaring voor de uitzonderingspositie van Groot-Brittannië.

In 1996 zal een minimum van zeven landen economisch klaar moeten zijn om de stap naar één munt te maken. Als dit niet het geval is, zal de procedure zich in 1998 herhalen. Dan zal een kleiner aantal landen voldoende om over te gaan naar de slotfase. Theoretisch zijn volgens Kok dan vijf of zes landen voldoende. Ook hiertegen verzet Groot-Brittannië zich krachtig.

Duitsland eist in alle gevallen dat de strenge criteria voor het economische beleid niet verwateren om tot een groep landen te komen die klaar zijn voor de eindfase van EMU.

Vanmiddag is ook ander gevoelig onderwerp met betrekking tot EMU aan de orde geweest, de steun aan de arme EG-landen. Vooral Spanje maakt zich sterk voor meer geld van de noordelijke naar de zuidelijke lidstaten om de economische gevolgen van de invoering van een harde Europese munt te verzachten. De noordelijke landen weigeren dit in het verdrag vast te leggen en willen volstaan met een verklaring, die zal worden toegevoegd aan het verdrag voor de politieke unie.

Gisteren voorspelde vice-voorzitter van de Europese Commissie Frans Andriessen overigens, in een redevoering voor de European Club, een lobby-organisatie van Amsterdamse industriëlen, dat de top van Maastricht niet zou kunnen volstaan met het verdiepingsproces in de richting van een Europese Unie, maar ook uitzicht moest bieden op uitbreiding van de Europese Gemeenschap met nieuwe leden. “Er is een klimaat van instabiliteit”, zo zei Andriessen, “we kunnen het aangaan van veel nauwere relaties met de Oosteuropese landen niet meer vermijden. We moeten dus nieuwe vormen en mogelijkheden voor nieuwe koppelingen ontwikkelen.”

Volgens Andriessen moeten naar het voorbeeld van de "opting out'-formule die nu wordt gebruikt om de Britten mee te krijgen in de EMU “grotere toleranties” worden ingebouwd om de nieuwe democratieën in Europa te betrekken bij het Europese integratieproces. Andriessen verwees in dat verband naar het voorbeeld van het Europese monetaire stelsel, dat in 1978 werd opgericht, maar waarvan de Britten pas in 1990 lid werden. “Het EMS werd niettemin een successstory. Systemen kunnen, ook al zijn ze niet voor 100 procent perfect, goed functioneren”, zo zei Andriessen. “Ik pleit voor tolerantie tegenover gerechtvaardigde opting-out van landen als Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije.” Volgens Andriessen moet de Europese Gemeenschap ervoor zorgen dat er een passende structuur wordt gevonden om tegemoet te komen aan “die landen die zelfs na tien, twaalf jaar niet in staat zullen zijn te beantwoorden aan alle vereisten van de interne markt”. “Die landen zullen voorlopig evenmin aan de normen voor de Economische en Monetaire Unie kunnen voldoen. Er zal dus een specifieke structuur moeten komen.”

Andriessen stelde in het vooruitzicht dat op afzienbare termijn zeker tien aanmeldingen voor EG-lidmaatschap op tafel zullen liggen: Turkije, Cyprus, Malta, Oostenrijk en Zweden. Finland zal waarschijnlijk in februari besluiten een aanvraag in te dienen en Zwitserland zal zich waarschijnlijk volgend jaar ook aanmelden, en dan zal Noorwegen wel volgen en daarna Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije . Maar zelfs als de toetredingsonderhandelingen voorlopig zouden worden beperkt tot vijf, dan zal “het karakter van de EG veranderen”, zo voorspelde Andriessen. “We zijn daar niet op ingesteld. Ik ben bang dat het politiek niet meer mogelijk is om eerst te verdiepen en pas later uit te breiden.”