Geduld met Londen raakt op

MAASTRICHT, 9 DEC. Moeten de Britten zich zorgen gaan maken over het verlies van de steun die Nederland hen altijd heeft gegeven in de Europese Gemeenschap? Wie recente discussies in de Tweede Kamer combineert met wat er op diverse bijeenkomsten dit weekeinde in Maastricht is gezegd, krijgt de indruk dat het geduld van zowel politici als gewone burgers tegenover Londen wat begint op te raken. Het Verenigd Koninkrijk kan toch niet als enige de verdere Europese integratie blokkeren, zo werd in diverse nuanceringen gezegd.

Het duidelijkst was wel een vraagsteller-uit-de-zaal in de Stadsschouwburg, die tijdens een debat zondagmiddag over de positie van Nederland in Europa onder luide bijval opriep de Britten maar een tijdje “in de ijskast” te stoppen. Ze zijn immers tegen alles: tegen het sociale Europa, tegen een democratischer Europa, tegen een Europa met één munt. “Wat doen ze eigenlijk nog in Europa?” Eenzelfde gretig applaus kreeg zaterdag tijdens een congres van de Europese Beweging elders in de stad de Europa-correspondent van het Britse dagblad The Guardian, John Palmer. Men kon premier John Major best wat steviger aanpakken, zo luidde zijn boodschap: als hij niet meedoet met de monetaire unie zou de City of Londen als een van de financiële centra in de wereld ineenstorten.

Iets van afkeer tegenover de Britse houding vond men ook bij de voorzitter van de Bondsdagcommissie voor buitenlandse zaken, Hans Stercken. Deze afkeer zat verpakt in zijn verzuchting tijdens een inleiding op hetzelfde congres, dat Europa toch niet kan functioneren zonder een Europees Parlement met werkelijke bevoegdheden. Daar zijn de Britten ook tegen. Voorzichtig geformuleerde, maar onmiskenbare afkeuring over het Britse standpunt trof men ook aan bij de Nederlandse vice-voorzitter van de Europese Commissie, Frans Andriessen. “Het is toch ondenkbaar Europa te bouwen zonder het sociale aspect erbij te betrekken. Het moet toch niet mogelijk zijn dat één land zoiets tegenhoudt.” Hij sprak zondagmiddag voor de European Club in De Groote Sociëteit & Eglantier aan het Vrijthof.

Een duidelijke sneer naar de Britten deelde in Maastricht ten slotte Jacques Delors uit, de voorzitter van de Europese Commissie. Zonder het federale denken zou Europa nooit zover zijn gekomen als het nu is, zei hij tijdens een grote manifestatie van de Unie van Europese Federalisten in de sporthal De Geusselt. De Britten moeten ophouden alleen maar “No, No, No” te zeggen, zei hij. Luid gejuich bij de zeker zeshonderd mensen in de bomvolle hal. “Hier verkeer ik tenminste te midden van mensen voor wie federalisme geen vies woord is.” Opnieuw luid gejoel en applaus. Delors werd bij de federalisten overigens helemaal met groot enthousiasme ontvangen, alsof hij al president van Europa was. Bij de ontvangst van minister-president Ruud Lubbers naderhand ging dat een stuk terughoudender toe. Ook hier was trouwens een Brit, vice-voorzitter van de Europese Beweging in Groot-Brittannië, John Pendin, die de aanwezigen opzette tegen de regering van zijn land. “De andere landen moeten zich niet zo laten gebruiken door de Britten. Als je stevig terugdrukt, bezwijkt John Major vanzelf wel.”

"Maastricht', dat wil zeggen de topconferentie van elf regeringsleiders en het Franse staatshoofd die vandaag en morgen in die stad wordt gehouden, staat zo langzamerhand mede symbool voor de batterij bezwaren die vanuit het Verenigd Koninkrijk tegen de monetaire en politieke unie zijn geuit. De verdragen daarvoor moeten hier worden vastgesteld, zodat ze vervolgens over een week of zes kunnen worden getekend. Door de Britten kan "Maastricht' mislukken. Door de "opting-out' clausule, die de mogelijkheid biedt in 1997 niet met de monetaire unie mee te doen, stellen de Britten het hele plan in zekere zin op losse schroeven. Door Britse tegenwerking kan er bij de politieke unie zo'n zwak compromis uitkomen, dat het Duitse parlement de hele zaak verwerpt en er dus helemaal niets uitkomt. Het Bondsdaglid Stercken, een machtig man in het Duitse parlement, sloot dat zaterdagmiddag “absoluut niet” uit. “Het is voor ons onaanvaardbaar als de naam Maastricht niet verbonden zou zijn met een democratischer Europa.”

In de Stadsschouwburg debatteerden VVD-fractieleider Frits Bolkestein en staatssecretaris Piet Dankert van Europese Zaken. In dat debat kwam de positie van Nederland in Europa wat fundamenteler ter sprake. Dankert stelde vast dat Nederland zijn twee traditionele doelstellingen van Atlantische samenwerking (die het met de Britten deelt) en een communautair, supranationaal Europa niet meer zo makkelijk met elkaar kan verzoenen, nu Duitsland op veiligheidsterrein de NAVO niet meer prioriteit geeft boven Frans-Duitse samenwerking. Daardoor moet Nederland zijn positie ook opnieuw bepalen en komt het daardoor in een andere verhouding tot Groot-Brittannië te staan.

De voorzitter van de bijeenkomst, NRC Handelsblad-hoofdredacteur Ben Knapen, constateerde daarop dat de schok van het verworpen Nederlandse ontwerp-verdrag voor een politieke unie dan misschien in elk geval helderheid heeft verschaft over het feit dat die tegenstelling bestaat en dat die nu opgelost moet worden.

Nederland heeft wellicht onbewust zijn keuze reeds bepaald in deze oude discussie, die - wanneer het er even op aankwam - tot nu toe uiteindelijk steeds in het voordeel van de Atlantici uitviel. De eerder genoemde John Palmer kreeg bij de Europese Beweging een donderend applaus toen hij het “obsessieve atlanticisme” kritiseerde, dat ten dele nog steeds in West-Europa heerst, “ook in Den Haag”. Als dat verandert, is Londen voor Europa, ook voor Nederland, minder belangrijk geworden.

Symbolisch wellicht voor deze houding van: moeten we eigenlijk nog wel zo ons best doen om het Verenigd Koninkrijk in de boot te houden, was ook een wat verrassende stellingname van Commissielid Frans Andriessen. De ten behoeve van de Britten in het monetaire unieverdrag uitgevonden mogelijkheid van "opting out', die hen in 1997 de mogelijkheid geeft niet mee te doen, zag hij eigenlijk als iets positiefs. Daarmee accepteer je op voorhand, aldus Andriessen, dat sommige elementen van de Gemeenschap niet door iedereen tegelijkertijd worden gedragen. Daarbij introduceerde Andriessen het begrip "Europese tolerantie' als vervanging van het begrip "Europa van twee snelheden'. "Opting out' biedt als het ware de mogelijkheid de Britten - en anderen bij andere thema's - in de wachtkamer te zetten, zonder dat het belaste begrip over de twee snelheden nog hoeft te worden gebruikt.

Mochten de Fransen bang zijn geweest dat Nederland te veel naar de Britten zou overleunen dan werd dat beeld gisteren in Maastricht duidelijk gecorrigeerd. Een speciale leerstoel voor interregionale studies, ingesteld door de universiteiten van Maastricht, Aken, Luik, Diepenbeek en Heerlen (Open Universiteit), kreeg tijdens een plechtige bijeenkomst in de Sint Janskerk de naam van de Fransman Jacques Delors. Premier Lubbers, de Limburgse gouverneur, tientallen hoogleraren en honderden andere genodigden keken zeer welwillend naar deze hulde voor de man, die in Groot-Brittannië het symbool is voor alles wat verkeerd is aan "Europa'.