De wanhopige hang naar valse schijn

AMSTERDAM, 9 DEC. Een aardig neveneffect van het International Documentary Filmfestival Amsterdam is, dat van uur tot uur wordt bewezen hoe veel beter de echte documentaire tot zijn recht komt op een bioscoopdoek, èn dat er blijkbaar een ruim publiek is voor zulke voorstellingen.

Zo zal een film als Paris is Burning, waarvoor Jennie Livingstone zich jarenlang ophield in de Newyorkse gay scene, heus mooi zijn op een televisiescherm. Maar het onderwerp, de wanhopig optimistische hang naar valse schijn en de glamourvolle visualisering daarvan, schreeuwen om vertoning in het groot.

Om precies te zijn in het donker, waar een collectief meelevend publiek zich heeft verzameld. Hoofdpersonen zijn homoseksuele mannen die hun schrale kostje bijelkaar graaien door zich te prostitueren, maar die weigeren hun identiteit te laten bepalen door dat beroep. Stuk voor stuk doodeenzaam en verstoten door hun familie werden ze elk "gered' door hun hobby: in een nachtclub nemen ze deel aan uitzinnige wedstrijden in verkleedkunst. Ze besteden al hun geld om voor een joelend publiek rond te paraderen als een, vaak ultra vrouwelijke, televisiester of popidool. En voor de kansloze die andere dromen koestert is het mogelijk te strijden om wie er uitziet als de meest geloofwaardige Wall Street executive of als de meest overtuigende sjieke schooljongen. Dat de voorstellingen van Paris is Burning op het festival steeds uitverkocht zijn, hoeft niemand te beletten deze film toch te zien te krijgen: hij wordt binnenkort uitgebracht in de filmhuizen.

Niet uitgebracht wordt D.M.B. 91 (van de Rus Alexei Khanjutin), al zou die film het wel verdienen. Khanjutin volgt een stel recruten van het Rode Leger. Als aantrekkelijke lefgozertjes zien we ze in dienst gaan, om zich te ontwikkelen tot de mentaal invaliden die nergens anders goed voor zijn dan om, verstoken van eigen gedachten, een tankdivisie te bemannen. De film wordt des te aangrijpender doordat Khanjutin hem wist te draaien met de allure van een speelfilm.

Bestemming Moskou, van de Nederlanders Gerard d'Olivat en Lou Brouwers, zal ook een filmhuisroulement krijgen, maar te vrezen valt dat deze film dan juist hard op zijn gezicht zal gaan. De achteloze televisiekijker zal misschien nog net genoegen nemen met de onnozelheid waarmee de makers hun anti-oorlogsboodschap proberen te slijten, en misschien zullen zelfs de holle landschapsplaatjes hem niet storen. Maar wie in de bioscoop al zijn aandacht erbij moet bepalen, gruwt van de onnozelheid die wordt uitgestort, bijvoorbeeld wanneer de film beweert dat iedereen die een oorlog overleefde op een zelfde manier slachtoffer is: de SS-soldaat die terugkwam van Russische krijgsgevangenschap, de jood die het concentratiekamp overleefde of de "Trümmerfrau' die hielp puin te ruimen in stukgebombardeerd Keulen.

Daarentegen hoort een film als Is the Devil Really a Child juist om zijn specifieke en niet te onderschatten kwaliteiten thuis op de televisie. De Oostenrijkse cineastes Margareta Heinrich en Margit Niederhuber doen verslag van het optreden van de, vermoedelijk door de Zuidafrikaanse geheime dienst georganiseerde, guerillabeweging in Mozambique, die onvoorstelbaar wreed gebruik maakt van de onschuld van jonge kinderen tussen de zes en de veertien jaar oud. Ze worden ontvoerd en onvoorstelbaar geterroriseerd tot ze inzetbaar zijn als willoze moordmachines. Als informatieve en opzwepende televisie-reportage is Is the Devil Really a Child knap, al helt hij in zijn betrokkenheid veelvuldig dicht naar de conventies van de propagandafilm. In de bioscoop stoort het dat er geen moeite is gedaan een andere persoonlijke vorm te vinden, dan die ternauwernood bedwingbare woede.