De Sovjet-Unie ©0

IN DE VERKLARING waarmee Rusland, de Oekraïne en Wit-Rusland dit weekeinde hun nieuwe "Vereniging van Onafhankelijke Staten' ten doop hielden verwijzen zij naar het Unie-verdrag van 1922, de formele oprichting van de gisteren ten grave gedragen Unie van Socialistische Sovjet-Republieken.

Die verwijzing stemt melancholiek: alweer is een poging tot supranationale staatsvorming met een echec bezegeld. Lenins Sovjet-Unie was immers bedoeld om een einde te maken aan de "gevangenis der volkeren', die het oude Russische Rijk heette te zijn. Er kwam een uitgebreid stelsel van erkende nationaliteiten tot stand, met voor elk volk een thuisland, een echte republiek voor de grotere naties, en voor de hele kleintjes een zogeheten "autonome' republiek, of desnoods een autonome provincie. Meer dan honderd van die in naam zelfstandige eenheden kwamen er en bij de toekenning van nationale rechten was het Kremlin in de jaren twintig niet kinderachtig: taalgroepen met slechts enkele duizenden sprekers zagen zich voorzien van eigen kranten in de landstaal, een eigen grammatica, een nationaal theater, dus ook een eigen parlement en eigen regering. En waar geen natie was, werd er zonodig een gemaakt. Een bekend voorbeeld zijn de Wit-Russen, waarvan vroeger nooit iemand gehoord had, maar wier dialecten door vlijtige taalgeleerden in de jaren twintig zijn gestandaardiseerd tot een taal, die zoveel mogelijk van het Russisch afweek.

Deze nationalistische idylle is het slecht vergaan: uit de "gevangenis der volkeren' werd een onderdrukkend systeem geschapen, dat in aantallen slachtoffers, culturele eenvormigheid en centralistisch bestuur zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

HET WESTEN stond niet te juichen bij Lenins experiment met een multinationale staat. Integendeel, het had bij zijn interventies tijdens de Russische burgeroorlog actief gepoogd nationale tegenstellingen te gebruiken om de gehate bolsjevieken zoveel mogelijk territorium en macht te ontnemen. Wat dit betreft is de situatie anno 1991 wel zeer anders. Het Westen staat nu méér dan terughoudend tegenover het avontuur waarin al die politici en naties van de voormalige Sovjet-Unie zich begeven. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, én Sovjet-president Michail Gorbatsjov schilderden dit weekeinde al het beeld van de Sovjet-Unie als een tweede Joegoslavië, maar nu een waarvan de samenstellende delen hun conflicten kunnen uitvechten met kernwapens.

Is deze vrees gerechtvaardigd? De kernwapens zijn er, op het grondgebied van Rusland, de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan. De conflicten zullen er ook zijn. Een belangrijk verschil met het Joegoslavië lijkt dat over de noodzaak tot staatkundige hervorming de nationale politieke elites in de Sovjet-Unie niet van mening verschillen.

In Joegoslavië vond Servië dat voor de communistische dictatuur een Servische dominantie in de plaats moest komen. De lokale politieke elites in Slovenië en Kroatië zagen in de oorlog het voornaamste middel om hun eigen nationale aspiraties te verwezenlijken. In de voormalige Sovjet-Unie is de situatie geheel anders. De democraten die Rusland besturen maken geen aanstalten een Russische hegemonie te willen vestigen en hebben bijvoorbeeld de Baltische republieken de onafhankelijkheid gegund. De staatkundige hervorming van de Sovjet-Unie voltrekt zich nu nog langs de weg van consensus. Dat mag een zegen heten en een bewijs voor de politieke bekwaamheden van de Sovjet-elites.

MAAR OF DAT ook zo blijft? De inwilliging van nationale verlangens lost in de hedendaagse wereld maar weinig problemen op. Er zullen nieuwe politici opkomen en heel wat ongenoegens zullen bestaan die door nationalistische haat- en liefdecampagnes van onverantwoordelijke politici van Joegoslavische snit aan het oog worden onttrokken. Er tikt ook een macro-economische tijdbom op het land van de Derde-wereldrepublieken in Centraal-Azië, die tot nu toe voornamelijk konden bestaan door kapitaalsoverdracht uit het slavische westen van de Unie.

Tal van vragen blijven open, voordat het Westen over de nieuwe staatkundige situatie kan juichen of tot erkenning kan overgaan. Van deze vragen is die van de nucleaire bewapening zonder twijfel de dringendste. De verklaring van de slavische republieken in vereniging, dat zij samen het nucleaire arsenaal "met één hand' zullen besturen, klinkt in ieder geval weinig bevredigend.