"Wat de druk betreft, zou ik echt niet met een Becker willen ruilen'; "Materiaal is nog steeds een hulpmiddel. Geen garantie voor een absolute topprestatie'; "Wat ik van die Amerikanen heb geleerd, is dat het voetenwerk in het tennis het belangrijkst...

Zijn trainer Henk van Hulst vergelijkt hem met Jimmy Connors. Evenmin als de legendarische Amerikaan beschikt PAUL HAARHUIS over een fluwelen touch. Zijn spel wordt gekenmerkt door een gedegen opbouw van achteruit. Het is het watermerk van de werkers in het toptennis, waar arbeid meer dan loont. Haarhuis verdient woensdagmiddag in München in de Grand Slam Cup zelfs bij een eventuele nederlaag tegen David Wheaton nog 100.000 gulden.

In International Tennis, het vakblad van de ATP en de eigentijdse tennisprof, wordt wekelijks een ranglijst van spelers gepubliceerd per grootste vaardigheid. Wie de meeste aces slaat, de beste eerste of tweede service heeft, welke speler de meeste games heeft gewonnen, wie het beste retourneert en de meeste break-points heeft verzilverd. De enige Nederlander die op deze hitparade staat, is Richard Krajicek. Hij bezet de negende plaats van de top tien van tennissers die dit seizoen de meeste aces hebben geslagen.

De naam van Paul Haarhuis ontbreekt. Niettemin heeft de 25-jarige Eindhovenaar met domicilie in Monaco, het meest regelmatig gepresteerd van de 'Nederlandse tennisbende' Siemerink-Krajicek-Haarhuis-Koevermans, waar in het buitenland met steeds meer ontzag over wordt gesproken. Dat blijkt uit de uitverkiezing van Haarhuis voor de Grand Slam Cup, het slotevenement van de ITF waaraan volgende week de zestien spelers meedoen die het best gepresteerd hebben op de Grand-Slamtoernooien van Melbourne, Parijs, Londen en New York. Met het behalen van de tweede ronde in Melbourne, de derde ronde in Roland Garros, de eerste ronde op Wimbledon en het absolute hoogtepunt, de kwartfinaleplaats in New York op Flushing Meadow tegen Jimmy Connors, mag Haarhuis een graai doen in de prijzenpot van twaalf miljoen gulden die er in München te verdelen valt. Met een hoofdprijs van twee miljoen dollar voor de winnaar.

“Het geld is natuurlijk mooi meegenomen maar persoonlijk weegt voor mij zwaarder dat ik mij rechtstreeks voor dit toernooi heb geplaatst. Wat praktisch vertaald betekent dat ik zeer goed gespeeld heb dit jaar”, zegt Haarhuis over zijn komende confrontatie met de Amerikaan David Wheaton. “Daarom zeggen die ranglijstjes in International Tennis mij niet zoveel. Ik vind het leuk om te lezen, maar geen maatstaf voor mijn kwaliteiten. Het gaat in iedere categorie om de beste 15 spelers. Dat ik niet word genoemd, zegt niet dat ik er niet dicht bij zit. Ik word voor vol aangezien door mijn collega's. Ik heb veel respect afgedwongen door veel wedstrijden op hoog niveau te winnen. De collega's zien mij als een tennisspeler en niet als een mannetje die daar loopt en toevallig ook nog tennist. In ieder geval zit ik nog niet aan mijn plafond. Mijn forehand kan gevaarlijker, mijn service kan beter, maar dat heeft met trainen en nog eens trainen te maken. En veel wedstrijden spelen. Kijk, als ik een Ivanisevic in de top tien zie staan, dan zul je mij niet horen roepen: 'dat kan ik ook.' Maar als ik dan zie dat een Gustafsson en Karel Novacek ook al bij de top tien komen, dan zijn dat harde werkers, die weliswaar de goede slagen in huis hebben, maar niet meer dan dat. Het zijn niet de grootste talenten. Dan zeg ik wél tegen mezelf dat ik dat ook kan. Dan heb je toch een realistisch beeld voor ogen.”

Trainer Henk van Hulst of zijn assistent Alex Reijnders begeleiden Haarhuis regelmatig in het buitenland. Er bestaat een samenwerkingsverband met Frits Don, trainer van Mark Koevermans, dat hij de honneurs waarneemt wanneer Van Hulst zijn drukke werkzaamheden van zijn tennisschool in Valkenswaard niet kan combineren met het nomaden-bestaan van Haarhuis. “Ik vergelijk Paul altijd een beetje met Jimmy Connors”, zegt Van Hulst. Connors staat ook niet op die lijstjes met spelers die één of meerdere onderdelen van het spel perfect beheersen. Hij heeft ook niet één echt wapen, hoewel zijn service-return natuurlijk formidabel is. Maar het zijn vooral zijn taktische opstelling op de baan en de zorgvuldig opgebouwde groundstrokes vanaf de baseline die van Connors een speler van wereldklasse maken. Paul heeft prestaties neergezet. Ik vind dat 'ie ten opzichte van de echte groten ook niet zoveel tekort meer komt. Op 22-jarige leeftijd stond hij op de 500ste plaats. Nu, drie jaar later, staat hij bij de beste dertig. Deze week heeft hij al twee keer zeven uur 's ochtends op de baan gestaan. Acht uur achter elkaar getraind. Alleen 's middags even gevoetbald. Er wordt wel gewerkt.”

Een paar jaar geleden raakten Van Hulst en Haarhuis geïmponeerd door de snelle manier van slaan van de Amerikanen. “We zaten naar de training te kijken en konden onze ogen niet geloven”, herinnert Haarhuis zich. “Moet je die Courier, Sampras en Agassi eens zien, zeiden we tegen elkaar. Die nemen de ballen zo snel. Zo'n Courier slaat zo hard en snel, staat zo te timmeren, dat het een leerzame ervaring is om daar naar te kijken. Ik vergelijk mijn spel slechts ten dele met dat van hem. Alle onderdelen van het spel zijn bij hem wat beter verzorgd. Maar wat ik van die Amerikanen heb geleerd, is dat het voetenwerk in het tennis het belangrijkste is. Dat bepaalt je tempo op de baan. Wanneer je een fractie sneller bij de bal bent, heb je meer tijd en kun je hem beter slaan. Als je er staat op het moment dat de bal komt, kun je ook het tempo van de toppers aan. Dan doe je zelfs op dat niveau mee.”

Paul Haarhuis bereikte op 16 september dit jaar de hoogste plaats op de ATP-ranking uit zijn loopbaan. Hij stond toen op de wereldranglijst 31, momenteel 37. Een hoge klassering die hij ondermeer dankt aan de overwinning op Becker op Flushing Meadow, waar hij twee jaar geleden ook John McEnroe uitschakelde. Haarhuis: “Dat had ook ergens anders kunnen gebeuren. Wel ligt Flushing Meadow mij op één of andere manier wel. De ondergrond is vertrouwd. Ik heb vier jaar in de Verenigde Staten gewoond en gestudeerd. Altijd op dergelijke banen gespeeld, die je nergens anders vindt. Ik heb een bachelors degree in de economie gehaald aan de State University van Florida. Daar wil ik na het tennis in het bedrijfsleven wat mee gaan doen. In de Verenigde Staten heb ik discipline en werken geleerd. Je bent als tennisprof weinig in de gelegenheid om een sociaal bestaan op te bouwen. Maar het studentenleven en de feestjes, ik heb het daar allemaal meegemaakt. Wat dat betreft heb ik momenteel niet het gevoel dat ik sociaal veel mis. Ik ben vier jaar later begonnen dan de meeste tennisprofs.”

Haarhuis ziet zich hooguit nog vijf, zes jaar spelen. Voor het geld hoeft hij het tegen die tijd waarschijnlijk niet meer te doen. Buiten zijn sponsorcontracten en extraatjes, waaronder ook zijn deelname aan de Grand Slam Cup kan worden gerekend, heeft Haarhuis in 1991 312.082 dollar officieel prijzengeld opgestreken. Over zijn hele loopbaan bedraagt dit bedrag al 632.744 dollar. Zijn contracten worden geregeld door het bureau Advantage, door Mickey den Tuinder, zijn vrouwelijke manager, die tijdens de US Open dit jaar al een zakelijke doorbraak voor Haarhuis voorspelde. “Haarhuis is interessant omdat hij als topspeler een volwassen uitstraling heeft en een intelligente indruk maakt. Hij is geen Chang, Agassi, maar een doodnormale kerel.”

“Wat die kant van de zaak betreft wil ik dat ook zo houden en zou ik niet eens in de top vijf willen staan”, verduidelijkt Haarhuis. “Wat de druk, de publiciteit betreft, zou ik echt niet met een Becker willen ruilen. Ieder woord dat hij zegt, wordt gewogen en kan ook tegen hem worden gebruikt. Becker heeft vorig jaar vanwege de extreme hoeveelheid geld die in München valt te verdienen, veel kritiek gehad op de Grand Slam Cup. Ik vind het ook buiten proportie. Maar hij kan dat makkelijk roepen. Als je zoals Becker al vijftig miljoen op de bank hebt, maakt het weinig meer uit of je er nog eens vijf ton bij krijgt. Maar als hij nu plotseling wél meedoet vraag ik me toch af, wat meent zo'n jongen nu eigenlijk allemaal van wat hij zegt. Als hij al bezwaar tegen zoveel geld zou hebben, laat hem dan zijn prijzengeld aan het Rode Kruis of het Aids-fonds geven. Dat zou ik klasse vinden. Maar zelf zou ik als ik zoveel kritiek op die Grand Slam Cup had gehad niet eens meer meespelen.”

Plezier in het tennis vormt voor Haarhuis de basis van waaruit hij aan de wereldtop opereert. “Maar het ligt zo vlak bij elkaar. Ik mis de touch van een Siemerink en ben geen service-kanon zoals Krajicek. Als Krajicek dat matchpoint tegen Lendl verzilvert en nog een potje op de US Open had gewonnen, had ook hij de Grand Slam Cup gespeeld. Ik houd van tennis. Het spel opbouwen en dan het punt maken. Ik heb geen aversie tegen gras, maar het is niet mijn favoriete baansoort. Het beng-boem-weer een punt, van Becker en Edberg op Wimbledon kan mij niet bekoren. Geef me dan maar zo'n finale van de US Open waar Edberg als een God speelt en Courier schitterend partij biedt. Dat het power-tennis de sport als kijkspel minder interessant maakt bestrijd ik. De wide-body rackets krijgen daar de schuld van. Maar geen van de top tien spelers tennist daar mee. Edberg rost met zijn oude Wilson, Courier, Sampras en Agassi hebben een dun frame maar een gewone mid-size, Stich heeft een Fischer en Lendl zijn oude jongensracket. Materiaal is nog steeds een hulpmiddel. Geen garantie voor een absolute topprestatie.”