Voorzitter Koloskov van de voetbalbond probeert te redden wat er nog te redden valt; De sport is stervende, net als de Sovjet-Unie zelf

MOSKOU, 7 DEC. Om hem heen spoelt alles weg als een zandkasteel in de vloedlijn. Vjatsjeslav Koloskov, de voormalige centrale verdediger van de Moskouse voetbalvereniging Krylja Sovjetov (Vleugels der Sovjets), houdt niettemin stand. Vanuit zijn kantoortje tegenover het naar Lenin vernoemde Olympisch Stadion poogt hij als voorzitter van de ooit zo alomvattende voetbalbond te redden wat er nog te redden valt. Voor Koloskov is soevereiniteit in de sport nu eenmaal geen vanzelfsprekendheid.

Zijn kamer in een zijvleugel van het architectonische monstrum aan de Loezjnetskaja-kade, een gebouw waar sinds de Olympische Spelen van elf jaar geleden alle sportbonden gezamelijk zijn ondergebracht, is in december 1991 nog altijd opgefleurd met vlaggen en bustes van V.I. Lenin. Maar die kunnen hem bij zijn defensieve taak niet meer helpen. Koloskov moet nu vooral op zijn FIFA-collega's en "vrienden' Joao Havelange, Joseph Blatter en Jo van Marle bouwen. Alleen als die zich blijven verzetten tegen verdere versplintering van de Voetbalfederatie der Sovjet-Unie kan Koloskov voort.

En omdat Koloskov daarin alle vertrouwen heeft - hij is ook vice-president van de FIFA en kent zijn maten die hij deze week in New York weer eens heeft getroffen dan ook goed - kan de hoogste Russische voetbalbaas thans nog krachtige taal uitslaan. “De politiek doet er alles aan om dit land ten onder te laten gaan. De economie is al bijna ter ziele, de cultuur ook. Alleen de sport nog niet”, aldus Koloskov.

Als dat in zijn voetbalwereld onverhoopt toch zou gaan gebeuren, dan zal volgens hem de FIFA dat proces hoe dan ook niet stimuleren. Deze week bijvoorbeeld moest de wereldvoetbalunie beslissen over het verzoek van de drie Baltische landen om apart lid te mogen worden. Dat was onvermijdelijk, gelet op de diplomatieke positie die Estland, Letland en Litouwen inmiddels hebben. Maar de FIFA deed dat met tegenzin. Havelange en Blatter houden nu eenmaal niet van kleine bonden. Het zijn mannen die hun beleid liever baseren op grootmachten als de Duitse Voetbalbond (DFB). Tot die categorie met status beoorde Koloskovs federatie tot nu toe ook altijd en dat houden alle partijen liever zo.

De zelfverzekerheid die Koloskov uitstraalt is opmerkelijk. Want nadat de atletiekunie (met zes miljoen leden de belangrijkste in het land) zich al heeft laten opblazen in kleinere deelbonden en zelfs de Russische atleten zich opmaken hun eigen organisatie op te richten, staat nu ook Koloskovs eigen voetbalfederatie op springen. Nog geen dag nadat het Oekraïense volk zich zondag per referendum voor staatkundige onafhankelijkheid uitsprak, deed de republikeinse voetbalbond dat namelijk eveneens. Volgend voorjaar moet de competitie beginnen. En in 1994 wil de Oekraïne op de wereldkampioenschappen in Amerika een eigen elftal zien staan, aldus vice-voorzitter Jevgenni Kotelnikov van de onderbond in Kiev.

Tot nu toe hadden alleen de Litouwers en Georgiërs zich uit de Sovjet-voetbalfederatie teruggetrokken. Maar dat was amper een aderlating. In Litouwen kunnen ze eigenlijk alleen erg goed basketballen. En in Georgië hebben de voetballiefhebbers tot nu toe louter zichzelf in de vingers gesneden met hun politieke nationalisme. Tot een paar jaar geleden was de KGB-club Dynamo Tbilisi vaste deelnemer aan een van de Europese toernooien, nu kan de in Iveria omgedoopte club uit Georgië alleen nog op het niveau van een Nederlandse derde klasser spelen.

Maar een eventueel afscheid van de Oekraïne is van een andere orde. Van de zestien eredivisieclubs die de Sovjet-Unie telt, komen er uit het 150 miljoen inwoners tellende Rusland zes teams. In de Oekraïne (52 miljoen zielen) spelen er daarentegen maar liefst vijf: Metallist uit Charkov, Metalloerg (Zaporozje), Sjachtor (Donetsk), Tsjornomorets (Odessa) en uiteraard Dynamo Kiev. Dynamo wist in de jaren tachtig met trainer Lobanovski en spelers als Blochin, Belonov, Zavarov, Protasov en Michaïlitsjenko in zijn eentje zo ongeveer hét gezicht van het Sovjet-voetbal te bepalen.

Als de Oekraïense federatie woord houdt, is het met Koloskov dus gedaan. De president erkent dat zelf ook. “Dat zou inderdaad een slag zijn voor het voetbal, voor ons en voor hen omdat de competitie dan in alle opzichten aan waarde verliest en de Sovjetbond ook internationaal nog eens macht zal inboeten”. Koloskov wil daarom liever blijven geloven dat zijn Oekraïense collega's op het kritieke moment zullen inbinden.

Zeker als het nationale elftal, dat tot de Europese kampioenschappen komende zomer in tact blijft, daar in Zweden weer net zo ver komt als in 1988 in Duitsland (een finaleplaats tegen Nederland) zullen ze in Kiev eieren voor hun geld kiezen, is zijn redenering. Want alleen via zijn federatie, met vijfeneenhalf miljoen leden de tweede sportbond van de unie (ter vergelijking: in het vijf keer zo kleine Duitsland heeft de DFB evenveel leden en in het twintig kleinere Nederland kan de KNVB bogen op ruim een miljoen georganiseerde voetballers, met andere woorden de sport was in de Sovjet-Unie niet zo belangrijk als de mythe altijd wilde doen geloven), kan de Oekraïne dan putten uit de merendeels door sponsors gevulde ruif van 15 miljoen roebel en anderhalf miljoen dollar.

Het is dat zijn wat arrogante uitstraling het verhindert, anders zou je haast mededogen met Koloskov krijgen. Want letterlijk een tiental meters verder op de gangen in het complex aan de Loezjnetskaja-kade is het hele bouwwerk dat de Sovjet-sport altijd overeind hield precies op hetzelfde moment in elkaar aan het kletteren. Sinds deze week bestaat de Sovjet-sport namelijk niet meer.

Een maand geleden vaardigde president Michail Gorbatsjov nog een "oekaze' uit om de sporters die straks in Albertville en Barcelona aan de Olympische Spelen meedoen bij hun voorbereiding een hart onder de riem te steken. Dat leek aardig, maar het was een dooie mus. Want eergisteren kregen alle medewerkers van het vroeger zo gezaghebbende "staatscomité voor sport', Gossport, op hun kantoortjes een circulaire in handen waarin in feite de definitieve opheffing van hun werkgever werd aangekondigd, omdat al die zeventig andere ministeries en departementen die de Sovjet-Unie rijk nu ook geliquideerd moeten worden. Vanaf heden moet het comité zelf maar zien hoe ze zich bedruipt, aldus de tekst van de brief die donderdag aan de Loezjnetskaja-kade voor chaos en oproer zorgde. De salarissen voor 25.000 professionele sportlieden en 1200 trainers zouden daarom tegelijk ook maar even worden opgeschort, zo was in het briefje bovendien nog te lezen.

De leiders van de bonden zagen het weliswaar aankomen. Eerst kreeg Gossport onderling ruzie en trad vice-voorzitter Aleksandr Kozlovksij af uit onvrede over het beleid van zijn collega's. Daarna hebben de resterende bonzen tot de interim-regering van de zieltogende unie gewend met de wanhoopskreet de sport toch niet te vergeten. Maar het antwoord daarop laat uiteraard op zich wachten.

Van wie zou het trouwens moeten komen? Van Gorbatsjov aan wie de leiding van Gossport donderdag ook een brief heeft gestuurd met het verzoek de sport in het land te redden? Die heeft geen geld en dus geen macht meer. Van de Russische president Boris Jeltsin en de zijnen, die nu wel iets te zeggen hebben? Ze hebben nog geen sjoege gegeven. Hetgeen voorzitter Nikolaj Roesak van Gossport begin deze week deed verzuchten: “Die politici zijn ongevoelig en misdadig. Ze vernederen de sport. Hun voornaamste bezigheid is ons te vernietigen, hoewel de sport als enig nog in staat zou kunnen zijn de glorie van het vaderland te verdedigen”.

Roesak heeft natuurlijk geen gelijk. De politici die thans de macht denken of zeggen te hebben, willen de sport de nek niet omdraaien. Roesak kan hun gedrag alleen niet anders interpreteren omdat hij tot de oude garde behoort. Hij is een representant van een generatie bestuurders die dacht dat je ook voor Olympische Spelen een "plan' kon opstellen voor het aantal gouden, zilveren en bronzen medailles dat veroverd diende te worden. Hij komt uit een tijd dat getalenteerde sporters eerst in de watten werden gelegd, daarna tot halve junks omhoog werden gespoten en na hun carrière vervolgens aan hun lot werden overgelaten. Voor al topsporters, die na hun succesrijke loopbaan als anabolicus of speed-verslaafde in het criminele circuit rolden omdat ze alleen daar genoeg geld konden verdienen om in hun behoeften te voorzien, had zijn Gossport nooit overmatig veel aandacht.

En toch is het verdriet van Roesak en straks wellicht ook van voetbalbons Koloskov begrijpelijk. Altijd hebben ze geleefd in een illusie, het fantoom dat de sport in de Sovjet-Unie op het hoogste niveau stond. Dat is al veel langer niet meer waar. Het lijstje met wereldrecords in de atletiek kan dat illustreren. Bij de mannen heeft de voormalige Sovjet-Unie maar drie wereldrecordhouders in haar midden: Speerwerper Astapkovitsj, snelwandelaar Mersenario en poolsstokhoogspringer Boebka. Dat is net zoveel als Kenia en ruim drie keer zo weinig als de Verenigde Staten met tien wereldrecords.

Maar nu moeten de sporters zelfs die laatste fictieve strohalm gaan opgeven. Dat wordt een ramp. Want morele compensatie in de vorm van hysterisch volgepakte tribunes hebben ze ook al niet. De stadions zitten al een jaar zo goed als leeg.

De sport is stervende, net als de Sovjet-Unie zelf.