Relatie tussen Japan en Amerika blijkt van levensbelang te zijn

De moraal van een oorlog die een halve eeuw geleden eindigde, heeft niet veel betekenis meer voor de toekomstige betrekkingen tussen Amerika en Japan. De onenigheid over de vraag wie voor die oorlog verantwoordelijk was, is al helemaal irrelevant. Wat vandaag telt, is de gezamenlijke ervaring die beide landen vanaf 1945 hebben opgebouwd; de toestand van het moment; en de vraag wat er op ons af komt.

Niettemin, als de vijftigste verjaardag van de aanval op Pearl Harbor aanleiding geeft tot een nadere beschouwing van het incident van 8 december 1941 (7 december in Amerika) moeten we ons bedenken dat een aantal Amerikaanse geleerden - historici die de sinds 1945 door de Amerikaanse regering vrijgegeven documenten hebben bestudeerd - tot de conclusie is gekomen dat de oorlog een Amerikaans opzetje is geweest en dat Japan in de val is getrapt. Met andere woorden: de Japanse aanval op Pearl Harbor was een Amerikaanse coup de main.

De nota van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hull, de laatste diplomatieke boodschap die Japan ontving, was duidelijk een ultimatum. Het lag voor de hand dat Amerika in zijn stoutste dromen niet verwachtte dat Japan zou instemmen met de teruggave van al het gebied dat het sinds het Meiji-tijdperk had veroverd - vooral omdat de eilanden Sachalin en Chishima deel daarvan uitmaakten, eilanden waarvan zelfs Theodore Roosevelt had toegegeven dat ze van Japan waren; sterker: Roosevelt hielp Japan zelfs deze tijdens de regeling van de Russisch-Japanse oorlog te verwerven.

Als een oorlog met een plotselinge aanval begint, zoals in 1941, en het land dat de aanval pleegt uiteindelijk wordt verslagen, wordt de aanval onveranderlijk berucht. In het geval van de Tweede Wereldoorlog was vanaf het begin duidelijk wat er op het spel stond. Het was een belangenbotsing op het gebied van de controle over koloniën, indertijd een fundamentele kwestie in de Europese politiek. Zelfs als de oorlog anders was afgelopen en als Japan en Duitsland hadden gewonnen, zou dat op één principieel punt geen verschil hebben gemaakt: het is niet aan de overwinnaars om Duitsland en Japan te beschuldigen, of omgekeerd, maar aan de mensen die leefden in de koloniën waarom werd gevochten. Voor hen ligt de schuldvraag bij het kolonialisme van Japan en het Westen, niet bij de vraag wie de door dat kolonialisme veroorzaakte oorlog is begonnen.

Bij talrijke gelegenheden sinds de oorlog is Japan en Duitsland de oorlog verweten en hebben ze schuld moeten bekennen en excuses moeten aanbieden. Niemand heeft ooit excuses gehoord van Amerika, Engeland, Frankrijk of Nederland. Toch hebben al die landen hun handen vuil gemaakt door hun koloniën te plunderen en de inwoners onmenselijk te behandelen.

Alles heeft een goede en een slechte kant, zelfs oorlog. Omdat Japan onder de grote mogendheden de enige "gekleurde' natie was, moedigde de koloniale oorlog in Azië de bevrijdingsbewegingen onder de andere "gekleurde' volkeren in Azië aan, in hun strijd tegen de uitbuiting door hun blanke koloniale meesters. Het lijdt geen twijfel dat dit uiteindelijk tot hun onafhankelijkheid heeft geleid.

We betreden eindelijk een nieuw historisch tijdperk. De culturele orde die men modern Europeanisme zou kunnen noemen, is ineengestort. Die val is veroorzaakt door de definitieve val van het kolonialisme, dat lang de glorie van die Europese beschaving hoog heeft gehouden. De recente Golfoorlog, die te maken had met het door Nasser en Gaddafi gepropageerde dogma van het Arabisch nationalisme, lijkt op een nieuw historisch tijdperk te duiden. De val van het marxisme in Europa doet hetzelfde.

Wat is in dat geval de volgende culturele orde? Zoals in Spenglers voorspelling van de ineenstorting van Europa, zal die alle puin van de laatste beschaving met zich meesleuren. De orde zal de weerspiegeling zijn van de huidige wereld, die in tijd en afstand kleiner is geworden en tot stand worden gebracht door een vermenging van Oost en West, eerder dan een door een confrontatie. De leiders zullen naar mijn mening Amerika en Japan zijn.

De wedijver en de rapprochement tussen Amerika en Japan - waarbij de eerste de laatste vaandeldrager is van het moderne Europeanisme en de tweede nu doorgaat voor een onderdeel van het Westen - wordt de bron van de nieuwe culturele orde. Hoe Europees Amerika ook zal zijn, het wordt nooit Europa. En Japan is lid van de Aziatische gemeenschap, maar het heeft als enig Aziatisch land de Europese cultuur geadopteerd. Maar waar het zijn eigen en zijn geadopteerde cultuur betreft, heeft Japan een koers gekozen die flink afwijkt van die van het Westen. De Japanse economie bijvoorbeeld verschilt volledig van die van Amerika of Europa - en het verschil verklaart voor een belangrijk deel het conflict tussen Amerika en Japan van dit moment.

Dit conflict kan een bron van dialectische verheffing zijn voor de volgende generatie - en van belang zijn voor de verhoging van het beschavingsniveau als zodanig. Amerika en Japan zullen waarschijnlijk in de naaste toekomst een economische synthese bereiken: ze zouden dat in elk geval terwille van de wereld moeten doen. Maar dat zal alleen lukken op basis van wederzijds begrip, en niet als de ene kant de andere politiek tot compromissen dwingt. Wederzijds begrip en vooruitgang komt er alleen als in Amerika wordt begrepen en geaccepteerd dat hun Japanse partners in een ander systeem werken en daarbij met dezelfde markteconomie in soms betere resultaten boeken.

Cultureel bepaalde verschillen bij het runnen van een economie resulteren in economische onverenigbaarheden. Maar de Amerikanen kunnen de Japanners er niet van beschuldigen oneerlijk te zijn omdat er toevallig verschillen bestaan in het culturele en economische systeem.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de stijl van het bedrijfsmanagement. De relatie tussen werkgevers en werknemers is in Japan veel meer dan in Amerika bepaald door samenwerking. Die relatie komt voort uit een gevoel van verantwoordelijkheid voor de werknemers aan de kant van de werknemer, en een overeenkomstige bereidheid bij de werknemers zich in te zetten. Dat leidt uiteindelijk bij bedrijven tot de ontwikkeling van een krachtige zin voor openbare verantwoordelijkheid voor de samenleving, een zin die in het Westen maar zelden voorkomt.

In een recessie leidt dat tot duidelijk verschillen in de wijze waarop Amerikaanse en Japanse bedrijven zich gedragen. Japanse managers gaan niet makkelijk over tot het ontslaan van werknemers en de last van de verminderde winst wordt mede gedragen door aandeelhouders die met minder dividend genoegen nemen. De aandeelhouders, de managers en de werknemers hebben dezelfde visie op het bedrijf. Iedereen brengt offers. Zo'n houding is in Amerika niet te vinden.

Als iemand niet open genoeg is om een systeem te introduceren dat duidelijk beter is dan het bestaande, is hij onvrij in zijn manier van denken. Als die iemand vervolgens overgaat tot het veroordelen van de ander, alleen omdat hij anders is, legt hij een barbaarse arrogantie aan de dag. Net zoals in de sport kom je in de economie niet ver met excuses. Elke hoogspringer-oude-stijl wipte met het gezicht naar beneden over de lat. Maar toen zacht rubber zand verving om de landing te verzachten kon de atleet zonder angst voor blessures ook ruggelings over de lat. Het resultaat: het wereldrecord ging voortdurend omhoog. Geen enkele atleet zou nu nog denken aan de oude stijl van springen.

Hetzelfde geldt voor het management. Het succes van Japanse bedrijven in het buitenland bewijst afdoende dat de bedrijfscultuur die voortkomt uit de Japanse tradities gewoon superieur is. De Japanse managementsstijl zou overal de plaats van de Westerse stijl hebben moeten innemen, net zoals de nieuwe stijl van hoogspringen overal de oude is opgevolgd.

Japan heeft eenderde van de kosten van de Golfoorlog betaald en de zege van de door Amerika geleide coalitie vergemakkelijkt door haar in staat te stellen tot precisiebombardementen. In één bepaald wapensysteem zaten 83 microchips, waarvan er 82 werden geleverd door Japanse bedrijven en de 83ste door een Brits bedrijf met Japans kapitaal. Dat weten Amerika's leiders beter dan wie dan ook.

De Golfoorlog heeft aangetoond dat de relatie tussen Japan en Amerika van levensbelang is. Ik denk dat die relatie niet alleen zal opbloeien, maar ook de komende eeuw zal bewijzen dat wederzijds begrip en samenwerking op economisch gebied, de onvermijdelijke ruzies ten spijt, een heel wat krachtiger motor vormen dan pure militaire macht.

Iedereen brengt offers. Zo'n houding is in Amerika niet te vinden

Foto: De USS Nevada wordt onder vuur genomen bij de aanval op Pearl Harbor. "De Japanse aanval was een Amerikaanse coup de main' (foto ArcNRC Handelsblad).

© The Economist