"Organisatie van de reclassering moet gewijzigd'

DEN HAAG, 7 DEC. De organisatie van de reclassering in Nederland moet drastisch worden gewijzigd. In plaats van 19 autonome stichtingen verenigd in een federatie zou er één organisatie moeten komen waarbij de regionale eenheden minder zelfstandigheid krijgen.

Dat stelt het bestuur van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (NFR) in een vertrouwelijke notitie. De reclassering moet voor 1994 8 miljoen gulden bezuinigen. Volgens het bestuur is een reorganisatie daardoor onvermijdelijk. “Het beeld dat de reclassering altijd voor iedereen beschikbaar is, zal moeten veranderen,” zo schrijft het bestuur.

Bij de reclassering werken in totaal 1.300 mensen. Twee werkgroepen, die in opdracht van het bestuur de taken en de organisatie hebben doorgelicht, concluderen dat voor 1994 maximaal 280 banen kunnen verdwijnen. Het gaat hierbij om 120 banen in de administratieve sector en ongeveer 160 banen van mensen met uitvoerende functies. Daarnaast zouden nog eens 76 mensen ander werk kunnen gaan doen.

In een vertrouwelijke standpuntbepaling neemt het bestuur deze conclusies nog niet over. Wel wordt opgemerkt dat “de richting die met de voorgestelde maatregelen wordt ingeslagen vérstrekkende gevolgen heeft voor de reclassering”.

De reclassering tracht het gedrag van mensen die met het strafrecht in aanraking komen zo te verbeteren dat zij niet in hun oude fouten vervallen. Daarbij onderscheidt de organisatie drie taken: het geven van voorlichting in alle fasen van het strafrechtelijk proces, hulpverlening aan delinquenten en uitvoering van alternatieve sancties.

De Rekenkamer heeft in een eerder dit jaar uitgelekt onderzoek dat binnenkort verschijnt forse kritiek geuit op het functioneren van de reclassering. Volgens de Rekenkamer heeft de federatieraad, waar alle stichtingsbesturen in vertegenwoordigd zijn, te grote bevoegdheden. Hierdoor loopt de besluitvorming van de reclassering vertraging op. Dit ondanks een waarschuwing van een extern organisatie-adviesbureau in 1987. Ook ontbreekt het bij de stichtingen aan goede voortgangscontrole, jaarrekeningen en jaarverslagen worden te laat verzonden naar Justitie en het automatiseringssysteem van de reclassering levert te weinig informatie om goede analyses te kunnen maken. Verder zijn de beleidsplannen van de reclassering niet concreet genoeg en financieel onvoldoende onderbouwd. De meetbaarheid van de effecten van het werk krijgt volgens de Rekenkamer onvoldoende aandacht.