Oprichter van Tomado opent museum voor eigen collectie

AMSTELVEEN, 7 DEC. In 1923 richtte Jan van der Togt op zijn Dordtse zolderkamer een bedrijf op dat een begrip zou worden: Van der TOgts MAssaprodukten DOrdrecht, Tomado. Inmiddels is hij 86, en vorige week is in Amstelveen zijn nieuwste onderneming van start gegaan: een particulier museum voor zijn kunstcollectie.

Museum Van der Togt, Dorpsstraat 50, Amstelveen, tel. 020-6415754, vr t- m zo 12-17u.

Het Museum Van der Togt maakt deel uit van een nieuw complex, een ontwerp van architecten Arjen en Teun Hoogeveen dat achthonderd vierkante meter museumruimte bevat, twee woonhuizen en hun eigen bureau. Een van de woonhuizen is van Jan Verschoor, beeldhouwer en nu ook beheerder. Via Verschoor is Van der Togt, die in zowel Zwitserland als België woont, in Amstelveen terechtgekomen. “Verschoor had hier zijn atelier. Er stond werk van hem opgesteld in de prachtige ruimte van zijn buren, de architecten Hoogeveen. Ik moest er weer aan denken toen ik een jaar of vier geleden op het idee kwam voor mijn kunstverzameling een museum op te richten.”

De verzameling is, laten we zeggen, idiosyncratisch van samenstelling: Van der Togt heeft zich louter door zijn eigen smaak laten leiden, zonder te streven naar een afgerond beeld van een stroming of een tijdperk. Hoe groot de verzameling is, weet hij niet precies; volgens Witte van Leeuwen, neef van Van der Togt en bestuurslid, wordt volgend jaar een uitvoerige catalogus van het bezit van het museum samengesteld. “Het is wel zo,” legt Van der Togt uit, “dat toen het plan voor het museum ontstond, mijn ogen open gingen voor een nog breder gebied. Ongeveer driekwart van wat u hier ziet, heb ik in de afgelopen drie jaar gekocht.”

Van Jan Verschoor koopt hij echter al jaren werk: geacheveerde, vloeiende vormen van gladgepolijste steen of brons. Van der Togt bezit inmiddels bijna dertig beelden van hem, die tot nu toe waren ondergebracht in een aparte ruimte bij zijn huis in Zwitserland.

Ook voor Hans Kanters is hij een gulle maecenas geweest. Diverse van diens schilderijen, in een Jeroen Bosch-achtig surrealistische stijl, hangen in Amstelveen bij elkaar in een kleine zaal. “Kanters was berucht om zijn pornografische voorstellingen,” zegt Van der Togt. “Toen ik besloten had het museum op te richten gaf ik hem een vrije opdracht. Je mag schilderen wat je wilt, zei ik, als het maar geen porno is.” In een van die doeken heeft Kanters een persoonlijke verwijzing naar zijn opdrachtgever verwerkt: wie goed kijkt, bespeurt een zakje frites (een verwijzing naar België) en een Tomado-rekje waaraan briefjes van duizend te drogen hangen.

Op het gebied van schilderijen biedt de collectie wel meer verrassingen, bij voorbeeld een doek van de zeventiende-eeuwse schilder Hondecoeter en, in de "abstracte' zaal, werk van onder anderen Ger Lataster, Sam Francis, Rik van Iersel en "jurist-schilder' Beaumont, penningmeester van de Stichting Van der Togt.

Glas kocht Van der Togt allang voordat er van een museum sprake was. “Mijn eerste stukken heb ik in de jaren dertig in Venetië gekocht. Maar die laat ik thuis staan, want in vergelijking met het werk dat ik daarna heb gekocht doen ze ouderwets aan.” In het "glaszaal' staat werk van een enkele Amerikaan en een aantal Nederlanders, bij voorbeeld Misha Ignis, Willem Heesen, Bert Frijns en de beroemde Copier. Maar het leeuwedeel - ook tamelijk recent aangekocht - is werk van Tsjechische glaskunstenaars dat Van der Togt heeft aangekocht in overleg met de Haagse galeriehouder Rob van den Doel.

Het museum heeft geen subsidie. Gevraagd naar de investering in het privé-museum wil men niet meer kwijt, dan dat het om “een bedrag van zeven cijfers” gaat. Van Leeuwen: “De heer Van der Togt wil in dit opzicht een duidelijke bescheidenheid aan de dag leggen en daar zijn wij als bestuur mee eens. Het museum is zijn particuliere zorg en de kunstwerken spreken voor zichzelf.” Wel beschikt de stichting die het museum beheert, over een fonds waarmee de collectie van de oprichter in de toekomst kan worden aangevuld.

Enkele kunstwerken moeten letterlijk voor zichzelf spreken. Van Leeuwen wijst naar een sculptuur van in ijzer afgegoten draden. “Ik weet bijna zeker dat dit van de Italiaans-Amerikaanse ontwerper Harry Bertoia is. Maar van dat bronzen beeld hiernaast hebben we nog geen idee.”

Gevraagd naar zijn maatstaven bij het aankopen zegt Van der Togt met ontwapenende directheid: “Kunst is goed als het invloed heeft op mijn innerlijk. En wat ik mooi vind, wil ik hebben.”