Op een rustige ochtend in een vredig land

Vandaag precies vijftig jaar geleden maakten de Verenigde Staten hun eerste Japanse krijgsgevangene van de Tweede Wereldoorlog: Kazuo Sakamaki. Hij had de I-24 bestuurd, één van vijf kleine onderzeebootjes die tussen mijnen en stalen netten door het ondiepe water van Pearl Harbor moesten binnensluipen en met hun torpedo's de zeven Amerikaanse slagschepen die daar voor anker lagen aan te vallen.

Geen van de vijf Japanse onderzeebootjes was succesvol. Eén werd tot zinken gebracht door een Amerikaans schip, één zonk uit zichzelf, één is nooit gevonden en één slaagde er weliswaar in de haven binnen te dringen, maar schoot zijn torpedo's naast het doel. De I-24 had motorpech en spoelde aan op een naburig eiland.

Wanneer Sakamaki - tot voor kort onbekend, maar dezer dagen te gast op alle belangrijke Japanse televisiekanalen - en zijn collega's hun torpedo's hadden kunnen optellen bij de bommen en torpedo's van de Japanse vliegtuigen, was de verrassingsaanval op de grootste Amerikaanse vlootbasis in de Stille Oceaan aanzienlijk verwoestender geweest. Nu konden alle getroffen schepen betrekkelijk snel hersteld worden, op drie na: de Oklahoma, de Utah en de Arizona.

En omdat de vliegdekschepen en een aanzienlijk deel van de vloot tijdens de aanval veilig buitengaats waren, is het volgens sommige historici vandaag zelfs de vraag of de aanval op Pearl Harbor een andere betekenis heeft gehad dan dat hij de VS eindelijk een goede reden gaf om deel te nemen aan de oorlog. Ja, hebben de VS de aanval misschien zelfs willens en wetens laten gebeuren, juist om dat alibi te krijgen?

Geen historicus heeft die vraag volmondig met "ja' durven beantwoorden, maar de laatste dagen is in Japan een aantal boeken en tv-documentaires uitgebracht waarin het antwoord veelbetekenend in het midden wordt gelaten. Op zijn zachtst gezegd is Japan niet gelukkig met de traditionele Amerikaanse interpretatie van Pearl Harbor als “een dolkstoot in de rug”, die, in de woorden van de toenmalige president F.D. Roosevelt, “Japan in schande dompelde”.

Zo komt nu ook de oude theorie weer naar voren dat Japan de VS voorafgaand aan "Pearl Harbor' wel degelijk openlijk de oorlog had willen verklaren, maar dat diplomatieke communicatiestoringen een spaak in het wiel hadden gestoken. Hierdoor raakte bijvoorbeeld de Japanse publieke televisiezender NHK in een ernstig conflict met de Amerikaanse maatschappij ABC over een vandaag in beide landen uit te zenden documentaire co-productie onder de titel Pearl Harbor; twee uren die de wereld veranderden. De “verschillende interpretaties en gevoeligheden” aan beide zijden van de Stille Oceaan hebben uiteindelijk geleid tot twee, sterk uiteenlopende commentaren bij dezelfde beelden, waarbij de Japanners zorgvuldig vermeden hebben zichzelf als de onmiskenbare bad guys voor te stellen.

Indicatief voor de psychologische betekenis van die zevende december 1941 is ook de controverse in het Japanse parlement over het maken van een officieel excuus voor de aanval. De strijd tussen voor- en tegenstanders van zo'n resolutie is inmiddels beslecht: Japan zal niet openbaar spijt betuigen. De meerderheid vindt dat Japan door de afloop van de oorlog voldoende is gestraft. Volgens Takashi Hasegawa, voormalige minister van justitie en gezaghebbend lid van de regeringspartij LDP “hoeft een verliezer geen spijt te betuigen aan een overwinnaar”. “Waarom zouden wij onze vaderlandse geschiedenis met modder besmeuren?”, aldus Hasegawa. En àls er sprake zou zijn van excuses, dan “komt dat niet toe aan Groot-Brittannië, de VS, Frankrijk of Nederland, maar alleen aan de gekoloniseerde volken in Azië”, zo zei gisteren een ander conservatief parlementslid, Shintaro Ishihara.

Een gematigde fractie binnen de LDP had nog aangedrongen op formele excuses, in de hoop zo de steun van de oppositie te verkrijgen bij een ander wetsvoorstel dat Japan in staat zou stellen deel te nemen in een overzeese vredesmacht van de Verenigde Naties, een onderneming die volgens de na-oorlogse grondwet van Japan verboden is. Het voorstel heeft gefaald. De voorzitter van de commissie die de wet door het parlement had moeten loodsen is “om gezondheidsredenen” afgetreden.

De opmerkingen van de Japanse minister van buitenlandse zaken, Michio Watanabe tegenover The Washington Post kwamen het meest in de richting van een excuus. Hij zei “het ondraaglijke lijden” te betreuren dat Japan had veroorzaakt, maar tegelijkertijd sloot hij een formeel mea culpa uit door te zeggen dat Japan ook geen Amerikaans excuus verwachtte voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, tot woede van een prominente veteraan van de oorlog in de Pacific: de voormalige duikbommenwerperpiloot George H. Bush.

Onder zijn leiding zijn sinds vanochtend 7.55 uur plaatselijke tijd in Pearl Harbor, Hawaii, 90.000 mensen bijeen voor een herdenking van die beslissende gebeurtenissen op die zondag, 7 december 1941. De president neemt deel aan een ceremonie op de oorlogsbegraafplaats van Honolulu, waar iets minder dan de helft van de 2.403 Pearl Harbor-doden begraven liggen. Daarna spreekt hij overlevenden van de aanval en andere oorlogsveteranen toe vanaf het herdenkingsmonument: de witte ponton op het wrak van de Arizona, die zonk na een voltreffer in de munitiebergplaats in de boeg.

In Japan is gisteren een foto vrijgegeven van het effect van de eerste bom op Pearl Harbor. De foto werd genomen om 7.55 uur door kapitein Akira Sakamoto, die een jaar later als testpiloot om het leven zou komen. “Het was een mooie, rustige ochtend in een ideaal, vredig land”, schreef hij op de achterkant. “Ik kan alleen maar pijn voelen bij het vernietigen van dit tafereel met deze ontploffing.”