Niets baat meer tegen een steeds kritischer en zelfbewuster bevolking; Afrikaanse dictators verliezen terrein

NAIROBI, 7 DEC. Steeds meer regimes in zwart Afrika geven toe aan de binnen- en buitenlandse druk voor de invoering van het méér-partijensysteem. Vrijwel elke dag is er wel een land waar Afrikaanse journalisten hun rol als papegaai van de overheid van zich afschudden, een onafhankelijke positie opeisen, en tot voor kort ondenkbare verhalen over corruptie en machtsmisbruik publiceren, hun lezers daarmee prikkelend ook hun mond open te doen.

In landen als Togo, Kenia of Zaïre wordt de bevolking kritischer, moediger en zelfbewuster. Er voltrekt zich een langzame revolutie op politiek en psychologisch gebied, veranderingen die volgens veel Afrikanen ingrijpender gevolgen zullen hebben dan het verkrijgen van de onafhankelijkheid bijna dertig jaar geleden. Regeringen van de voormalige koloniale grootmachten laten autoritaire Afrikaanse presidenten, die ze veelal zelf destijds aan de macht hielpen, nu vallen. Slechts een enkeling, zoals de bejaarde leider van Malawi, Hastings Banda, of de teenager-koning Mswati van Swaziland, lijken voorshands nog veilig voor deze Westerse druk.

De Frans-Afrikaanse topbijeenkomst in het Franse La Baule vorig jaar zette het democratiseringsproces in de francofone landen op de rails. De vergadering van het Gemenebest in Harare, in oktober dit jaar, bevestigde de trend naar meer openheid en pluralisme in de voormalige Britse koloniën. Als direct gevolg van zijn isolement op de jongste Gemenebestbijeenkomst introduceerde zelfs de weigerachtige Keniase president Moi deze week het meer-partijenstelsel.

In sommige Afrikaanse staten blijft de oude elite zich verzetten, veelal met de hulp van het leger. In Togo slaagden president Gnassingbe Eyadéma en zijn stamgenoten in de strijdkrachten er deze week in het democratiseringsproces te saboteren. Al vier keer sinds een democratische overgangsregering in augustus Eyadéma vrijwel al zijn macht ontnam, richtte het leger de geweerloop op premier Joseph Koffigoh. De activist voor de rechten van de mens Koffigoh kon weinig anders doen dan toegeven, toen het leger deze week zijn ambtswoning omsingelde. Hij ontbond zijn regering en vormde een coalitiebewind met de oude machthebbers.

Evenals zijn grote voorbeeld, de Zaïrese leider Mobutu, bouwde Eyadéma ruim twintig jaar aan een bijna waterdichte bescherming van zijn positie. Het leger bestaat voor driekwart uit leden van zijn stam, de Rabye, speciale paramilitaire eenheden hebben aan hun leider trouw tot in de dood gezworen. Een invloedrijke kliek van zakenlui, politici en militairen klampt zich vast aan de leider. Deze groep aanhangers heeft meer te verliezen dan de president zelf, als het regime valt. Mobutu en Eyadéma hebben hun schaapjes allang op het droge gebracht. Wanneer zij nog op tijd het zinkende schip verlaten, wacht hun een gouden pensioen in Zuid-Frankrijk.

De martelende soldaat en de corrupte politicus of zakenman bezitten geen kastelen in Europa. Zij zullen achterblijven en worden geconfronteerd met de wraak van het nieuwe regime. Daarom houdt deze kliek verbeten vast aan zijn in diskrediet geraakte leider. Mobutu en Eyadéma zijn zo ten dele gijzelaar geworden van hun eigen achterban. In Togo beriepen de driehonderd rebelse soldaten zich steeds op Eyadéma. De president weigerde hun actie te veroordelen. Om de woede van Parijs niet over zich af te roepen - en om een Franse interventie te voorkomen - bleef Eyadéma tijdens de crisis eveneens zijn geloof beleiden in het democratiseringsproces.

In Zaïre verzet de kliek belanghebbenden rondom Mobutu zich tegen een compromis met de oppositie. Iedere concessie kan immers de sluisdeuren openen, waarna de machthebbers hun greep op de ontwikkelingen verliezen en ten prooi vallen aan de volkswoede.

Zaïre en Togo zijn door militaire leiders bestuurde staten. De invloed van het leger geeft de doorslag, de intern verdeelde oppositie kan niet tegen de macht van het geweer op. Maar ook onder enkele burgerregimes blijkt de macht van de heersende elites nog te groot voor de oppositie. Zes maanden met talrijke mammoetbijeenkomsten van de oppositie en verlammende stakingen kregen de regeringen van Madagascar en Kameroen niet op de knieën. In de impasse glijden deze landen af naar een permanente staat van anarchie. In de Centraalafrikaanse Republiek betoogden afgelopen weekeinde ruim 25.000 demonstranten, maar de regering blijft er doof voor de eisen van de achttien oppositiepartijen.

Andere burgerregimes daarentegen geven zonder al teveel tegenwerking toe aan het verlangen naar pluralisme. Tanzania zal vermoedelijk volgend jaar het méér-partijenstelsel invoeren. De Seychellen schrapten gisteren de één-partijstaat. Equatoriaal Guinée, Guinée Bissau en Sierra Leone deden dat al eerder.

Door sterke stammentegenstellingen komt in sommige landen het democratiseringsproces niet van de grond. Twee nieuwe Afrikaanse staten stortten zich in de afgelopen maand in een burgeroorlog. In Djibouti weigert president Gouled Aptidon een dialoog aan te gaan met zijn opposanten en houdt vast aan de één-partijstaat. De oppositie van Djibouti is op tribale grondslag georganiseerd. Het regeringsleger levert op grote schaal slag met een guerrillabeweging van de stam van de Afar. Elders in het land wacht een guerrillabeweging van de stam de Issa op haar kans.

In Burundi, in het hartje van Afrika, zijn guerrillastrijders van de stam de Hutu in hevige strijd verwikkeld met regeringstroepen. Politieke hervormingen en pogingen van president Pierre Buyoya om de rivaliserende Hutu- en Tutsi-stammen te verzoenen, konden de gewapende oppositie niet tevreden stellen.

Tot het groepje landen in burgeroorlog behoren al langer Somalië, Soedan, Rwanda en Liberia. De hoofdrolspelers in deze oorlogen wakkeren uit opportunistische overwegingen religieuze en tribale verschillen aan. In deze verdeelde landen maakt de democratie op korte termijn geen enkele kans.