Netjes

"Dress: batik long sleeves', staat er op de uitnodiging. Invitaties voor sjieke partijen gaan nu eenmaal vergezeld van een kledingadvies. Voor de heren, wel te verstaan. Dames mogen alles aantrekken, valt mij op sinds ik af en toe meedraai in het hoofdstedelijke cocktail- en dinercircuit. Die is dat ook wel toevertrouwd; heren hebben een hint nodig. In Jakarta houden expatriates (vreemdelingen met domicilie ver van huis) het onder elkaar meestal op: "tenue de ville' (pak-met-strop), of op "casual' (trek-maar-wat-aan).

Indonesië kent een eigen variant: "batik met lange mouwen'. Recepties Westerse stijl moeten het qua kleur vooral hebben van de dames; hun begeleiders onderscheiden zich alleen door hun stropdaskeuze. Hoeveel kleuriger zijn de ontvangsten van hooggeplaatste Indonesiërs. Naast de vrouwen in hun sierlijke kain-kebaya en met een kunstig geboetseerde wrong in het haar, verschijnen de heren in katoenen hemden met gebatikte motieven, variërend van regenboogstrepen tot Chinese draken. Sjiek is een klein opstaand boordje, losser is de openstaande kraag. Maar altijd lange mouwen met manchetten; korte mouwen zijn bij dergelijke gelegenheden kurang rapih (niet netjes).

Wat rapih (netjes) is, hangt af van rang en gelegenheid. Ministers en hoge ambtenaren gaan naar kantoor in effen donkerblauwe safari-pakken met korte mouwen, alles vlijmscherp in de vouw. Het lagere ambtelijke personeel werkt in een kaki of blauwgrijs uniform: de dames in rok en blouse, de heren in gestreken broek en hemd, met op de linkerschouder het embleem van dienst of departement.

Het openbare leven is grotendeels geüniformeerd. Legerofficieren bewegen zich door de week in donkergroene, strak gesneden uniformen met korte mouw, de naam op de linker borstzak gespeld. Taxichauffeurs dragen lichtblauwe hemden en parkeerwachters opereren in fel oranje. Lagere-schoolkinderen lopen in het nationale rood-wit, middelbare scholieren van de onderbouw in donkerblauw en wit, die van de bovenbouw in wit en grijs. Alle jongedames dragen hagelwitte kniekousen. Sinds september kent het schooluniform voor de meiden een islamitische variant: witte sluiers die hoofd en schouders bedekken, enkellange rokken en blouses met lange mouwen.

Het door-de-weekse straatbeeld van Jakarta mag dan chaotisch zijn, bij nader inzien oogt iedereen netjes. Het pakaian dinas (dienst-tenue) van de ambtenaren, de uniformen van soldaten, schoolkinderen en parkeerwachters en de eenvoudige kebaya van de fruitverkoopster, alles is kraakhelder. Het toppunt van netheid zijn de klerken van particuliere banken en andere kantoren. De heren dragen lange witte hemdsmouwen en stropdas en de dames doen dienst in bloesjes met roesjes of mantelpakjes. Korte rokken zijn zeldzaam, want kurang rapih. Wil je een vrouwenknie zien, dan moet je het nachtleven in.

"Netjes' is geen obsessie van de middenklasse. Ook in de kampong maken de kleren de mens. Hoe klein de garderobe ook is, iedereen trekt 's middags na het baden wat anders aan. Wassen en strijken kost vrouwen uren per dag.

Ook ik, vreemdeling uit het slordige Nederland, ontkom niet aan het netheidsregime. Als ik de euvele moed heb 's morgens dezelfde pantalon aan te trekken als de dag daarvoor, kan ik rekenen op vernietigend commentaar aan de ontbijttafel. De broekriem mag geen lusje overslaan, de schoenen moeten glimmen. Als ik de stad in ga en mij in smetteloos gewassen en gestreken kleren heb gestoken, ontmoet ik thuis tevreden blikken. Rapih dong!