Medezeggenschap prikkelt prestaties

In de tweede fase van het Nationale Economiedebat worden op zaterdagen op deze plaats in de krant negen thema's belicht. Ze zijn ontleend aan de uitkomst van de afgelopen zomer gehouden enquête, waarmee de discussie over de vitaliteit van de Nederlandse economie werd gestart. Vandaag de laatste aflevering: Managementkwaliteit en medezeggenschap. Lezers worden uitgenodigd hun oplossingen voor de knelpunten in de economie in te zenden met behulp van het hiernaast afgedrukte formulier.

In Maastricht wordt volgende week weer een stap gezet op de weg naar meer concurrentie. Een Europese Gemeenschap zonder grenzen moet voor ondernemers een effectieve thuismarkt (lees: machtsblok) zijn tegen de economische macht uit het Westen (de Verenigde Staten) en het Oosten (Japan). Zo wilde oud Philips-topman W. Dekker het, en zo zal geschieden.

Maar wat kunnen Nederlandse bedrijven doen om de toenemende concurrentie binnen Europa het hoofd te bieden. De panacee lijkt een grote zeggenschap van de factor arbeid.

In zijn proefschrift "Aandelen voor werknemers; motivatie door participatie' toont dr.A. Voûte aan dat bedrijven waarin werknemers zelf aandelen bezitten - en ook zeggenschap hebben in de onderneming - betere prestaties leveren dan concurrende ondernemingen. Wel waarschuwt hij dat alleen aandelenbezit van het personeel niet tot betere prestaties van de onderneming leidt. Noodzakelijk is dat het management permanent goed overleg voert met de werknemers-aandeelhouder. De emancipatie van de factor arbeid; niet op basis van idealistische motieven, maar op economische en juridische grondslag.

In de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland heeft het aandelenbezit door werknemers de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In de Verenigde Staten streven steeds meer beursgenoteerde ondernemingen ernaar ongeveer 15 procent van het aandelenkapitaal onder te brengeen bij de eigen werknemers. De loyale werknemer-aandeelhouder is een goede bescherming tegen een vijandelijke overname door een ander bedrijf.

De Federatie Nederlandse Vakbeweging streeft ook nog naar een grotere medezeggenschap van de factor arbeid binnen de onderneming. Het streven naar "economische democratie' ligt ten grondslag aan bestaan en werkzaamheden van de vakbeweging. Medezegenschap is middel tot belangenbehartiging en voor de vakbeweging een onmiskenbare ankerplaats tot realisering van haar eigen beleidsdoelstellingen, luidt een congresresolutie van het FNV van begin dit jaar. Medezeggenschap kan bijdragen aan het maatschappelijk aanvaardbaar handelen van ondernemingen: gelijke behandeling in arbeidssituaties, respect voor het leefmilieu, preventie van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Onderzoek uit de Verenigde Staten en Nederland toont minder ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in bedrijven waar de werknemer ook aandeelhouder is.

Bij de tiende verjaardag van de Wet op de Ondernemingsraden in 1979 kondigde FNV-voorzitter J. Stekelenburg een "medezeggenschapsoffensief' aan. De ideeën worden op dit moment verwerkt in een advies dat binnenkort in een werkgroep van de Sociaal-Economische Raad wordt besproken. De organisaties van werknemers willen de bevoegdheden van WOR uitbreiden; de werkgevers vinden de WOR'79 de limiet. Het aspect van een betere performance van bedrijven waarin werknemers aandelen bezitten, heeft de discussie-status (nog) niet gehaald. “Eerst even de studies op een rijtje zetten en de hardheid van de bevindingen controleren”, is het commentaar van werkgeverskant.

Uit een studie die minister B. de Vries (sociale zaken) deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het fenomeen ondernemingsraad bij bedrijven met minder dan honderd werknemers “schriel” afsteekt bij de situatie in België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken en Spanje. Wat betreft het instemmingsrecht, kent geen enkel ander land zo verstrekkende bevoegdheden aan de ondernemingsraad toe dan Nederland.

In de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland hebben de overheden via fiscale maatregelen de werknemersparticipatie bevordert. Om de produktiviteit ten opzichte van het concurrerende buitenland te verhogen, soms om een noodlijdend bedrijf te redden, om vijandige overnames te voorkomen.

In Nederland liggen plannen voor een winstdelingsregeling al jaren in de ijskast. In 1987 het Kamerlid W. Vermeend (PvdA) met een fiscale tegemoetkoming van winstdelingsregelingen. Hij lanceerde zijn voorstel als instrument om de lonen te matigen en zo werkgelegenheid te behouden- creëren.

Meer dan vier jaar geleden ging het voorstel voor beoordeling naar zijn collega's, maar ondanks hun fiat op hoofdlijnen verwacht Vermeend niet dat de wet nog in deze kabinetsperiode van kracht zal worden. Werkgevers en werknemers zijn verdeeld en W. Kok, PvdA-leider en minister van financiën, ligt dwars.

De FNV vindt dat winstdeling niet in de plaats kan komen voor "gewoon' loon, voor de grootste vakcentrale zou het om een leuk extraatje moeten gaan. De werkgevers zijn voor. De beschermingsconstructies tegen ongewenste overnames kunnen slechts nog een paar jaar stand houden, en die functie zou dan kunnen worden overgenomen door de werknemers. Daarnaast is winstdeling een instrument om de lonen flexibeler te maken en dus leiden tot relatief lagere vaste lasten.

Minister Kok houdt vast aan het Regeerakkoord. “Een beheerste ontwikkeling van de loonkosten kan tevens worden ondersteund door het bevorderen van winstdelingsregelingen en het bezit van aandelen door werknemers van het bedrijf waarin ze werkzaam zijn”, schreven CDA en PvdA twee jaar geleden bij het aantreden van het kabinet Lubbers-Kok. “Er is echter geen aanleiding hiervoor ten laste van de gemeenschap financiële ruimte te reserveren.” Kortom, het mag de schatkist geen geld kosten.

Op dit moment "plust en mint' men op het ministerie van financiën aan een budgettair neutrale variant. En met een achterstand van tenminste vijf jaar heeft Nederland een fiscale winstdelingsregeling. Een kleine stap is weer gezet op de weg van grotere betrokkenheid van werknemers bij het management. In een van zijn vele voordrachten heeft Dekker eens gezegd: “Het "wij-gevoel' om bij een onderneming te horen is een groter stimulans dan honderd gulden per maand extra in het loonzakje. Motivatie is het adagium”.