l'Europe Vaticane

Vader Drees was niet de vurigste Europeaan van de regeringsleiders in de jaren vijftig, maar ook niet de verstokte anti-Europeaan "die niets heeft nagelaten om de politieke ontwikkeling van Europa tegen te houden', zoals zijn politieke geestverwanten hem schertsend wel hebben gekarakteriseerd (daarbij zijn oude grapje in herinnering brengend: “Marga [Klompé], zul je wel zuinig omspringen met onze soevereiniteit?”).

Drees was niet zonder meer bereid de prijs te betalen voor monetaire integratie (die de nationale soevereiniteit in het hart zou raken) maar hij had nog meer "misgivings' over een "Vaticaans' Europa dan hij voorzag. De door Schuman, Adenauer en De Gasperi gedroomde Europese integratie van het eerste uur was niet toevallig een christen-democratisch ideaal, het was een doortimmerde katholieke kongsie die Drees c.s. en de liberalen van die dagen danig uit hun slaap hield.

Van Drees' partijgenoot Ernst van der Beugel (staatssecretaris van buitenlandse zaken in zijn laatste kabinet) is de anekdote over de ingenue dochter van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken De Gasperi die de Nederlandse minister-president zich in zijn soep deed verslikken toen zij aan het diner ter ere van haar vader, vroeg of Drees het ook zo heerlijk vond om in "een katholiek Europa' te leven. “Het meisje was door de Italiaanse ambassadeur in Den Haag 's middags voorgelicht over de politieke situatie in Nederland en had daarbij in goede Italiaanse traditie verondersteld dat de minister-president wel een christen-democraat zou zijn. Na afloop siste Drees mij toe: “Zie je wel! Ik heb het altijd al gedacht”. (Van der Beugel in: Willem Drees- H. Daalder en N. Cramer, Houten, 1988).

Veertig jaar na dat gevreesde spookbeeld hebben de christendemocraten hun "katholieke Europa' glorieus tot stand gebracht: met een overtuigend krachtsvertoon en met een organisatorisch vernuft dat alles wat de concurrentie in diezelfde periode heeft gepresteerd in de schaduw stelt.

De (zes) christendemocratische regeringsleiders die maandag in Maastricht bijeenkomen leggen met elkaar meer gewicht in de schaal dan de "Pères de l'Europe' ooit hebben kunnen dromen. Kohl, Andreotti, Lubbers, Martens, Mitsotakis en Santer beheersen zes van de twaalf staatsapparaten en hebben met hun geoliede partijmachines (en stabiele kiezersmassa's) een politieke macht gevestigd die het hun mogelijk maakt in belangrijke mate de richting van de Europese eenwording te bepalen. Ook al zijn de christen-democraten nog niet zo oppermachtig dat ze volledig de dienst uitmaken of het tempo van de Europese integratie kunnen dicteren, in de coördinatie van hun Europese stappen hebben ze een voorsprong van vele straatlengtes op de andere Europese partijen, die nog lang geen internationale politieke macht vormen en zelfs hun politieke organisaties nog niet hebben geïntegreerd.

Met de politieke verhoudingen in Nederland is het al niet anders gesteld: het CDA is hier veruit de best georganiseerde partij, die de concurrenten in alles de baas is en haar zaken op alle gebieden van het staatsleven het best voor elkaar heeft. De concurrentie ziet al meer dan tien jaar geen kans de in alle opzichten professionele christen-democraten de wind uit de zeilen te nemen: de christen-democraten vormen een onaantastbare politieke homogeniteit, ze voeren een geruisloze en effectieve personeelspolitiek (die hen in het bezit heeft gebracht van de meeste sleutelposten in het overheidsapparaat), ze beheersen de subsidiestromen en ze beschikken over de beste netwerken in de economische structuren. De liberalen en de socialisten (D66 daarbij inbegrepen) hebben die kunst nooit verstaan, of hun greep op die structuren goeddeels verloren.

In de ontwikkeling van de Europese integratie is de politieke eenwording van de christen-democratische partijen niet meer te stuiten. Een "Vaticaans Europa' zal daaruit niet tevoorschijn komen, ook niet als het toekomstige Europa door katholieke politici wordt gedomineerd), maar hoe die figuratie er ook zal uitzien, voor links is er voorlopig niet veel eer aan te behalen. In de schuring van denkbeelden en politieke feiten (de historische strijd tussen "ideas' en "the march of events') speelt "links' Europa een te onbeduidende rol om het de christendemocratie echt moeilijk te maken. De malaise die het tegenwoordige socialisme beheerst, heeft niet alleen de ideeënproduktie van de linkse partijen aangetast, maar ook hun organisatorische krachten zo gesloopt dat ze nog steeds niet onder één naam in de internationale strijdperken opereren.

De staatkundige voorspoed die de christen-democraten in het Europa van Maastricht doormaken, vormt een ironisch hoofdstuk in de geschiedenis van het democratische partijwezen. De christen-democraten hebben er lang over gedaan hun internationalisme en hun Europese staatkundige eenheid te ontwikkelen. Honderd jaar geleden liepen de meeste christendemocratische partijen nog in de luiers van de democratie of vormden de staatkundige arm van de kerk, terwijl het socialisme al een internationalistische gemeenschap was en in Europa aan alle grenzen was ontstegen. De Duitse socialist Kautsky speelde bij zijn geestverwanten in het buitenland dezelfde rol die de christen-democraat Kohl nu voor Lubbers en Martens en Andreotti speelt: de godfather van de politieke geestverwanten in Europa. (Kautsky's invloed ging zover dat de Nederlander Troelstra zich na diens grote verkiezingswinst van 1913 pas naar koningin Wilhelmina op paleis Het Loo begaf nadat hij zich eerst aan de leiding van de Duitser had onderworpen en hem had gevraagd of hij wel aan de onderhandelingen over de kabinetsformatie mocht meedoen. Zoveel centralisme kennen de christen-democraten van deze tijd niet en het is moeilijk aan te nemen dat een christen-democratische Duitse kanselier ook in de toekomst een bindend oordeel over een Nederlandse kabinetsformatie zal uitspreken).

De rollen zijn intussen wel volledig omgedraaid: de vroegere voorlopers uit de politiek gaan bij elke verkiezing achteruit (en lopen achter de politieke feiten aan) en de voormalige clericalen vormen nu de moderne politieke voorhoede van Europa. Drees zal zelfs dat in zijn ergste dromen niet hebben voorzien.