"Legertop verliest controle'; Dubrovnik in brand na beschieting

LJUBLJANA, 7 DEC. Het door Servië gecontroleerde federale leger van Joegoslavië is gisteren een offensief begonnen, waarbij de eeuwenoude binnenstad van de Zuiddalmatische kustplaats Dubrovnik zwaar is beschadigd.

Volgens vertegenwoordigers van de UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, is dertig procent van de stad verwoest en zou een tiende van de stad nu in brand staan. Ten minste elf mensen kwamen om het leven en 40 mensen raakten gewond.

De speciale afgevaardigde van de VN, Cyrus Vance, die de mogelijkheden onderzoekt voor de stationering van een vredesmacht in Joegoslavië, heeft het bombardement scherp gekritiseerd.

In een perscommuniqué dat in Belgrado werd uitgegeven ontkende de legerleiding gisteren aanvankelijk dat haar eenheden de stad hebben beschoten. Volgens de officiële lezing waren Kroaten onderling slaags geraakt.

Later erkende de federale minister van defensie, Kadijevic, de beschieting en zei deze te betreuren. Hij beloofde “een onderzoek”. Waarnemers ter plekke leidden hieruit vanochtend af dat het opperbevel in Belgrado de controle over het leger te velde dreigt te verliezen.

Dubrovnik is al ruim twee maanden omsingeld door federale eenheden, die de stad regelmatig met mortieren, granaten en raketten hebben bestookt, waardoor bepaalde wijken en enkele nabijgelegen dorpen al veranderden in ruïnes. Dubrovnik zit sinds het begin van de beschietingen zonder elektriciteit en drinkwater. In de stad verblijven nog circa 35.000 mensen, onder wie naar schatting 8.000 kinderen. De Kroatische televisie was niet in staat beelden uit Dubrovnik te tonen, omdat een zendmast door het federale leger kapotgeschoten is.

De Verenigde Staten hebben gisteren economische sancties afgekondigd tegen alle zes republieken van Joegoslavië. Washington trekt alle handelsvoordelen in, staakt hulpprogramma's en bevriest een bilateraal textielakkoord. Vorig jaar importeerden de Verenigde Staten goederen en diensten uit Joegoslavië tot een waarde van 1,5 miljard gulden, vijf procent van de buitenlandse handel van Joegoslavië.

De twaalf lidstaten van de EG besloten deze week alleen de eerder genomen sancties tegen Servië en Montenegro te handhaven; op de andere vier republieken (Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië) zijn de EG-maatregelen niet langer van toepassing.