"Kosten restauratie gaan in richting van miljoen'

AMSTERDAM, 7 DEC. Als blijkt dat de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer heeft gefraudeerd, moet het betaalde geld worden teruggevorderd.

Dat zeggen Amsterdamse gemeenteraadsleden in reactie op het bericht dat Goldreyer het doek Who's Afraid of Red Yellow and Blue III van zijn landgenoot Barnett Newman heeft overgeschilderd. De restauratie van het doek, dat in maart 1986 door een man met een mes werd vernield, werd begroot op 500.000 gulden, maar kwam uiteindelijk neer op acht ton. De raadscommissie voor cultuur bespreekt het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium op 18 december. B en W komen dinsdag met commentaar.

E.C. Bakker (D66), lid van de commissie voor cultuur, zegt: “Het is erger dan ik gedacht had. Technisch gezien is de restauratie een catastrofe. Er hangt geen originele Newman meer in het Stedelijk. Wij moeten nu toetsen of directeur Beeren van het Stedelijk Museum voldoende toezicht heeft gehouden op de restauratie en wat de rol is geweest van de commissie van het museum die de restauratie heeft begeleid. Ik wil ook weten wat het onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium heeft gekost. Want we gaan nu in de richting van een miljoen.”

A. Grewel (PvdA), eveneens lid van de commissie voor cultuur: “Als het waar is, dan denk ik dat we nauwkeurig moeten nagaan of wij - of liever gezegd Beeren - bedonderd zijn. Vijf ton plus een overschrijding lijkt me een beetje veel voor raamkozijnverf. De volgende vragen zijn nu aan de orde: Heeft de restauratie-expert Van de Wetering gelijk dat er een dummy aan de muur van het Stedelijk hangt? Kunnen we, als Goldreyer zich niet aan de opdracht heeft gehouden, juridisch gezien, ons geld terugvragen? Hebben de leden van de begeleidingscommissie hun werk wel goed gedaan, en, hadden zij niet een onderzoek als nu is uitgevoerd vooraf moeten laten doen?”

F. Spit (CDA), lid van de cultuurcommissie: “Als het zo is, kunnen we een groot vraagteken zetten achter het restauratiebeleid van Beeren, die tegen zijn eigen adviseurs in zijn zin heeft doorgedreven. De vraag is nu natuurlijk of hij vertrouwen genoeg heeft om een functie als zijn huidige nog langer te vervullen. Maar daarover schort ik mijn oordeel op totdat ik het rapport gelezen en besproken heb en Beeren commentaar heeft gegeven.”

Commissielid C. Hulsman (Groen links): “Het eerste dat aan de orde is, is of Goldreyer een wanprestatie heeft geleverd. Beeren heeft een contract met hem gesloten, dat zelfs door Amerikaanse juridische adviseurs is bekeken, en het is nu de vraag of Goldreyer zich daaraan heeft gehouden. Beeren zelf is onverstandig geweest door de norm "goed en bevredigend' over de restauratie uit te spreken. Het blijkt nu ook dat hij, waar het het geven van de opdracht aan Goldreyer betreft, onvoldoende waarde heeft gehecht aan de uitspraken van zijn eigen deskundigen.”

R. Spier-Van der Woude (VVD): “De kernvragen voor onze partij zijn of de opdracht van Beeren aan Goldreyer de ruimte heeft gegeven die hij nu genomen heeft en of er een wanprestatie is geleverd. Wij moeten het contract nu vlooien op punten en komma's.”

Een van de leden van de begeleidingscommissie, hoofdrestaurator schilderijen van het Stedelijk Museum Elisabeth Bracht, had al eerder gewaarschuwd dat het de verkeerde kant uitging met de restauratie. In een brief van 17 oktober die bij het rapport is gevoegd, wijst zij erop dat de overschildering niet verwijderd kan worden, gezien de aard van de door Goldreyer toegepaste materialen. “Deze eis van reversibiliteit is niet alleen door Europese maar ook door Amerikaanse restauratoren vastgesteld,” aldus de brief. “Tevens is het noodzakelijk dat een restaurator overlegt met een kunsthistoricus alvorens een beslissing te nemen over vervanging en restauratie van verloren gegane of beschadigde delen. Van enig overleg betreffende de overschildering was in dit geval echter geen sprake.” Bij een restauratie van deze omvang hoort ook een fotografische documentatie, maar die ontbreekt. Dat, schrijft Bracht, “vind ik een hiaat in de documentatie van de geschiedenis van het kunstwerk”. Er is volgens haar “geen sprake van een restauratie, maar van een reconstructie, die in de verkeerde techniek is uitgevoerd en bovendien nog op de originele materie van een uiterst belangrijk kunstwerk.”