Identiteitscrisis binnen ETA door jongste serie aanslagen

MADRID, 7 DEC. Binnen de Baskische militante afscheidingsbeweging ETA wordt ernstig getwijfeld aan het nut van voortzetting van de gewapende strijd. Een reeks terroristische aanslagen van de laatste maanden waarbij kinderen werden gedood of gruwelijk verminkt heeft het imago van de organisatie grote schade bezorgd. Zelfs verstokte nationalisten generen zich voor deze acties en ook de ruim vijfhonderd terroristen die in Spaanse gevangenissen zitten, zijn het niet meer allemaal eens met de koers van hun organisatie. Dit kwam eerder deze week aan het licht door de openbaarmaking van bandopnamen met gesprekken tussen enkele prominente gevangenen en bezoekende familieleden.

“Ik heb er schoon genoeg van, ze zijn compleet gek geworden”, zei Juan Antonio Urrutia begin vorige maand tegen een bezoeker, nadat bij een aanslag in de plaats Erandio het twee jaar oude zoontje van een politieman was opgeblazen. “De gewapende strijd is vandaag de dag discutabel geworden, nee, méér dan discutabel (...) Maar het vermoorden van kinderen (...) Ik weet werkelijk niet meer wat we eigenlijk willen”, zei Urrutia. “Het is tijd ermee op te houden en de politieke weg te bewandelen. Wij hebben dat al honderdduizend keer gezegd, maar die imbecielen luisteren niet. Ze knallen je hoogstens neer en halen je naam als verrader door het slijk.” Urrutia werd in 1980 veroordeeld tot 32 jaar gevangenisstraf wegens zijn aandeel in zes aanslagen.

“Ze proberen altijd de indruk te wekken dat wij één blok vormen”, zei Isidro Etxabe (in 1981 veroordeeld tot 201 jaar). “Maar hierbinnen wordt er heel anders gedacht. Wij zijn het allang niet meer eens met wat er gebeurt. Het volk keert zich van ons af. Zelfs in Baskenland begint men ons te haten. Wij zijn de richting kwijt. Het is duidelijk welke kant het in Europa opgaat en dat bepaalde politieke schema's volledig hebben afgedaan. Het is tijd om met politieke middelen te werken.”

Urrutia en Etxabe, die beiden in de gevangenis van Nanclares (Alava) verblijven, hebben hun gedachten op papier gezet en verspreid onder andere ETA-gevangenen. In hun manifest wordt het voortduren van de gewapende strijd het belangrijkste obstakel genoemd voor het verwerkelijken van de droom van een onafhankelijk Baskenland. Het geweld zorgt voor conflicten tussen de Basken onderling, terwijl eensgezinde nationalisten tegenwoordig juist overal in Europa vooruitgang boeken.

De controverse binnen de gelederen is een gevoelige klap voor de leiding van ETA, die zich naar wordt aangenomen in Frankrijk bevindt. Tot dusver werd steeds volgehouden dat juist de gevangengenomen leden een voorbeeld vormden als het ging om eensgezindheid en revolutionaire vastberadenheid. Eerder dit jaar waren er echter al tekenen dat de gevangenen zich niet meer naar de directieven van de organisatie wilden schikken. Aan een oproep voor een hongerstaking werd nauwelijks gehoor gegeven. Sommige gevangenen deden concessies aan de autoriteiten in ruil voor een lichter regime. En een aantal veroordeelden weigerde het contact te verbreken met de advocaten Iñaki Esnaola en Christiane Fando, die zich jarenlang voor ETA hebben ingezet maar wegens hun twijfel aan het nut van de gewapende strijd zijn ontslagen en nu als verraders worden beschouwd.

Ook binnen Herri Batasuna, de in het parlement vertegenwoordigde "legale arm' van de ETA, bestaat al enige tijd twijfel over de wenselijkheid van politiek geweld. Prominente leden van de partij voorspellen zelfs het spoedige einde van de terreur, maar het officiële standpunt luidt nog altijd dat “bepaalde sectoren van ons volk de gewapende strijd zullen voortzetten, zolang de grondwet onze rechten negeert”.

Herri Batasuna verdedigt de stelling dat de Spaanse grondwet het recht op zelfbeschikking van Baskenland, en daarmee het recht op afscheiding, dient te erkennen. Volgens deze links-nationalistische groepering maakt de overheid zich in haar jacht op ETA evenzeer schuldig aan politiek geweld als de illegale organisatie zelf. Zij weigert daarom de aanslagen te veroordelen. Openbaarmaking van de privé gesprekken van gevangenen is illegaal en maakt onderdeel uit van een “campagne om het collectief van ETA-gevangenen te vergiftigen”, aldus Herri Batasuna.

De regering heeft tot dusver niet willen uitleggen hoe de bandopnames tot stand zijn gekomen en waarom zij openbaar zijn gemaakt. Het ministerie van binnenlandse zaken, dat zich nog onlangs zeer bezorgd heeft getoond over de schending van de privacy van politici door het afluisteren van gesprekken, heeft slechts verklaard dat hierbij “niets illegaals” is gebeurd en door de media is deze verklaring tot dusver aanvaard.

Woordvoerders van verschillende politieke partijen in Baskenland en in Madrid hebben het bewijs van verdeeldheid binnen ETA begroet als “een hoopvol teken, dat het begin kan zijn van een vredesproces in Baskenland”. Met name van rechts is echter ook de vrees geuit, dat de regering opnieuw gesprekken met de terroristen zou willen voeren, waarbij in ruil voor het neerleggen van de wapens concessies zouden kunnen worden gedaan.