HET VADERLAND IN EUROPA

Op uitnodiging van NRC Handelsblad en de studentenvereniging AEGEE debatteren staatssecretaris P. Dankert en VVD-fractieleider F. Bolkestein morgen over "Het Vaderland in Europa'. Zij zijn gevraagd in te gaan op drie vragen: Kan het Nederlandse EG-voorzitterschap als een succes worden gekwalificeerd? - Kan een klein land nog wel in staat worden geacht het EG-voorzitterschap te vervullen? - Ontstaat er in de Nederlandse publieke opinie meer begrip voor het Britse standpunt en zo ja, hoe is dat te verklaren? Vandaag betrekken zij de stellingen die zij morgen in de Stadsschouwburg van Maastricht zullen verdedigen. De bijdragen zijn bekort door de redactie.

"Eenheidsdrift is doodsdrift'; Zo vrij als mogelijk, zo gebonden als nodig

De visie van de grondleggers van de EG was zonder twijfel politiek. Adenauer, Schuman en De Gasperi wilden bovenal: nooit meer oorlog. Hun middelen waren economisch. De economische vervlechting moest het gebruik van de wapens ondenkbaar maken. Dat is gelukt. En de Europese Gemeenschap is tot op de dag van vandaag in de allereerste plaats een economische gemeenschap.

Die gemeenschap kent twee soorten maatregelen die fundamenteel verschillen: deregulering tegenover centraal beleid uit Brussel.

Het project "Europa '92' voorziet in vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Het is dus één grote dereguleringsoperatie. Deregulering kost weinig geld en leidt tot veel besparingen.

Geheel anders is het met de tweede soort gesteld: centraal beleid. Neem het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dat is een veelvraat die tot enorme problemen leidt. Voorts is er de zogenoemde cohesie: geld dat de rijkere lidstaten de armere toestoppen om hen te helpen zich te verdedigen tegen de Europese concurrentie. Het gaat hier om veel geld en dus ook om veel mogelijkheden om dat geld verkeerd te gebruiken.

Het voorstel voor de Europese Politieke Unie wil op deze weg doorgaan door centraal beleid af te spreken in een aantal sociale aangelegenheden. Arbeidsomstandigheden, maximum werktijden en de emancipatie van vrouwen zouden zo binnen het bereik van Brussel komen. Dat nieuwe sociale beleid zal slecht uitwerken want het zal de armere lidstaten opzadelen met de kosten van het rijkere Noorden. Als de Portugese industrie moet werken met Duitse kosten, komt zij niet ver.

Bovendien - een principiëlere overweging - kan dit centraal bepaalde sociale beleid zeer wel op nationaal niveau tot stand komen. Hier is de expansiedrift te zien die elke bureaucratie kenmerkt.

De bezwaren tegen centraal beleid tellen dubbel wanneer men denkt aan de nieuwe lidstaten die aan de deur kloppen. Over 15 of 20 jaar kan het huidige aantal lidstaten zijn verdubbeld. Alles wat wij nu beslissen, moet worden bezien in het licht van die uitbreiding, die in politiek opzicht noodzakelijk is.

Wat betreft de deregulering behoeft uitbreiding in beginsel geen probleem te geven. Het enige wat nieuwe lidstaten behoeven te doen, is belemmeringen - aan de grens en in het binnenland - wegnemen en de normen en standaarden van de gemeenschap aanvaarden.

De uitbreiding zal daarentegen wel grote problemen geven voor het centrale beleid. Bedenk wat onze landbouwtechniek kan aanrichten in het Poolse areaal wanneer het gepaard gaat met prijs- en afzetgaranties. De overschotten zouden monumentaal worden. En de "cohesie' zal ons duur komen te staan als zij zich moet uitstrekken tot de nieuwe lidstaten.

De conclusie moet luiden dat wij de deregulering van Europa met kracht moeten voortzetten maar dat wij zeer behoedzaam moeten zijn met centraal beleid. Die conclusie geldt nu al, maar wordt geheel en al onontkoombaar door de uitbreiding die op ons afkomt. Een liberaal richtsnoer moet hier zijn: zo vrij als mogelijk, zo gebonden als nodig.

Het is niet nodig dat arbeidsomstandigheden door Brussel worden bepaald. Het is wel nodig dat milieuwetgeving in Brussel tot stand komt want vervuiling eerbiedigt geen grenzen. Het is ook nodig dat Europa tot monetaire eenheid komt. Het economische verkeer zal dan geen hinder meer ondervinden van wisselkoersfluctuaties.

Is het project "Europa '92' voltooid en hebben wij een monetaire unie dan ontstaat een toestand die doet denken aan het einde van de vorige eeuw. Toen kon men zonder paspoort naar Moskou of San Francisco reizen. Toen kon men vrijelijk in Argentinië investeren en waren er weinig handelsbelemmeringen. Toen zorgde de gouden standaard voor monetaire discipline en voerden landen bijna geen begrotingsbeleid. De onzalige ideologieën van deze eeuw zullen dan niet alleen in politieke maar ook in economische zin zijn uitgewoed.

Niet alleen leidt veel centraal beleid tot ondoelmatigheid en politieke twisten, het heeft ook geleid tot een democratisch tekort dat alleen maar dreigt te groeien. Veel macht verschuift naar Brusselse bureaucraten die door niemand zijn verkozen, zonder dat een parlement - in Den Haag of in Straatsburg - daar vat op heeft. Dat kan natuurlijk niet.

De grondregel moet zijn: waar de Gemeenschap bij meerderheid van stemmen besluit, moet het Europese Parlement kunnen controleren. Zolang unanimiteit is vereist, heeft het Nederlandse parlement vat op de Nederlandse minister. Kan deze laatste worden overstemd, dan moet het Europese Parlement in de plaats treden van het Haagse. Dat betekent een aanmerkelijke uitbreiding van de bevoegdheden van het Parlement in Straatsburg.

De Gemeenschap moet krachtige bevoegdheden hebben maar onder democratische controle en vooral op een beperkt, nauwkeurig omschreven terrein. Het is zeer de vraag of de term "federale roeping' recht doet aan dit ideaal.

Zeker, de Gemeenschap kent federale trekken: de directe werking van richtlijnen, het Hof van Justitie, de toekomstige Europese Centrale Bank. Maar moet Nederland opgaan in een federatie? Welk voordeel brengt ons dat? Waarom zou Nederland zijn volkenrechtelijke identiteit moeten verliezen? Nogmaals: zo vrij als mogelijk, zo gebonden als nodig.

Het hangt er natuurlijk vanaf wat men onder een federatie verstaat. Er is geen federatie ter wereld die geen federaal leger kent. Het Joegoslavische federale leger is dagelijks in het nieuws. Willen we een Europees leger? Tegen welke veiligheidsrisico's zou dat leger zich moeten richten?

Er zijn drie soorten risico's denkbaar. Ten eerste een weer autoritair geregeerd, nog steeds nucleair zwaar bewapend Rusland. Tegen dat risico hebben wij de NAVO. Het tweede risico bestaat uit etnische twisten in een verbreed Europa, bijvoorbeeld tussen Hongaren en Slowaken. Dat zou een Europees leger niet ongemoeid laten. Zo er al een vredesmacht aan dergelijke onlusten te pas kan komen, dan toch een van naties die niets met de twistende partijen hebben uit te staan. Het derde risico kan van buiten het NAVO-verdragsgebied komen, bijvoorbeeld het Midden-Oosten. In theorie zou de Westeuropese Unie daar kunnen interveniëren.

Zijn de Fransen bang voor de Alleingang van een Wehrmacht? Laten ze dan terugkeren naar de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO want die is nog steeds de beste bedding voor een eventueel Duits militarisme, waar niets overigens op wijst.

Natuurlijk is het gewenst dat de Gemeenschap in de buitenlandse politiek met één stem spreekt. Recente taferelen in de Golfoorlog, Joegoslavië en de Baltische onafhankelijkheid waren beschamend. De vraag is hier of het Europese standpunt bij unanimiteit of bij meerderheid van stemmen moet worden vastgesteld.

Unanimiteit versterkt de Nederlandse stem. Daarom moeten wij er aan vasthouden, zeker waar het principiële zaken betreft. Welk voordeel heeft een besluitvorming-bij-meerderheid voor ons nu, laat staan in een Europese Gemeenschap van 24 leden? Kunnen wij ons vinden in het Belgische standpunt inzake de Golfcrisis? Het Duitse standpunt inzake Kroatië? Het Franse standpunt inzake de PLO?

Het argument hiertegen is dat de unanimiteitsregel in de praktijk zal betekenen dat er geen Europees standpunt komt. Welnu: op het gebied van de economie is een slechte beslissing misschien beter dan geen beslissing. Maar in de buitenlandse politiek is het waarschijnlijk omgekeerd. Zonder beslissing vallen wij terug op Washington. Alleen daar beschikt men over de middelen die gewicht in de schaal leggen, zoals de huidige vredesonderhandelingen over het Midden-Oosten duidelijk maken.

Samenvattend: de Europese deregulering is een grandioze onderneming die met kracht moet worden voortgezet. De Europese Gemeenschap behoeft centraal beleid maar alleen daar waar absoluut noodzakelijk en dan onder parlementaire controle. Een gemeenschappelijk buitenlands beleid is gewenst, maar op basis van eenparigheid van stemmen. Voor onze veiligheid hebben wij de NAVO. Voor onszelf een zo groot mogelijke culturele diversiteit. Daar geldt het motto van Carrie van Bruggen: “Distinctiedrift is levensdrift, eenheidsdrift is doodsdrift”.