Francesco Mascini (37 jaar, getrouwd) studeerde ...

Francesco Mascini (37 jaar, getrouwd) studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit. Hij was medewerker van het Komitee Zuidelijk Afrika en voorlichter bij het Medisch Comité Nederland-Vietnam. Sinds 1987 is hij werkzaam bij Novib, de Nederlandse organisatie voor internationale ontwikkelingssamenwerking. Hij is hoofd van het algemeen secretariaat, een afdeling die zich naast voorlichting bezighoudt met onderzoek, beleidsontwikkeling en politieke pressie. Mascini is Cambodja-specialist. Afgelopen week bracht hij een bezoek aan Cambodja, kort nadat prins Sihanouk er in triomf was teruggekeerd en Rode Khmer-leider Khieu Samphan onmiddellijk na diens terugkeer tot een vlucht over de grens werd gedwongen.

Donderdag 28 november

De tv-beelden van de aanslag op de leider van de Rode Khmer, Khieu Samphan, spoken nog door mijn hoofd als ik 's ochtends op het Novib-kantoor in Den Haag de kranten doorblader. Op de voorpagina van de International Herald Tribune staat een foto van Khieu Samphan met een bebloed voorhoofd. "Cambodians try to lynch Khmer Rouge's leader', luidt de kop boven het artikel. Het wordt mij eens te meer duidelijk dat werkelijke vrede in Cambodja zonder berechting van de leiders van de Rode Khmer niet mogelijk is. ""In wat voor een wereld leven we toch, dat deze mensen vrij rond kunnen lopen'', zegt mijn vader 's avonds tegen me. En hij is bepaald niet de enige die dag. In de Herald Tribune wordt een van de demonstranten aan het woord gelaten, die zestien familieleden door toedoen van de Rode Khmer heeft verloren. ""Ik heb er nog steeds nachtmerries van'', zegt hij.

Novib heeft minister Van den Broek vorige week een brief geschreven waarin hem gevraagd wordt de juridische mogelijkheden te onderzoeken van een tribunaal dat de leiders van de Rode Khmer zou moeten berechten. Dat verzoek is ondersteund door VVD-woordvoerder Weisglas tijdens de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken deze week.

Fotograaf Vincent Mentzel is inmiddels gearriveerd. Hij zoekt naar een leuke achtergrond voor de foto en is pas tevreden als ik een kaart van Cambodja uit mijn bureaulade haal, die ik twee jaar geleden heb meegenomen. Toen hadden de Vietnamese troepen zich net teruggetrokken uit Cambodja en was de situatie gespannen. Nu is dat weer het geval. ""Doe je wel voorzichtig'', vragen collega's aan me, als ik de deur achter me dichttrek.

Vrijdag

Vroeg wakker. Ik moet nog veel doen alvorens ik 's avonds vertrek naar Bangkok. Het is elke keer weer hetzelfde liedje als ik op reis ga. Zou een cursus "time management' dan toch helpen?

Ik neem afscheid van Judith. Zij moet nog Sinterklaasgedichten maken. Ik benijd haar niet, ik hoef slechts dit dagboek vol te schrijven. In het vliegtuig lees ik in deze krant een interview met VVD-Kamerlid Erica Terpstra. Ze spreekt over het tegengaan van versnippering in het beleid van Ontwikkelingssamenwerking. Naar haar mening krijgen te veel landen ontwikkelingshulp. Vorige week heb ik Terpstra nog gebeld over het voorstel van Novib om de bilaterale relatie met Cambodja te herstellen. Zij is echter niet te vermurwen. Vooralsnog worden we alleen gesteund door de PvdA.

Vorig jaar heeft de Kamer een motie overgenomen waarin minister Pronk gevraagd wordt geen uitvoering te geven aan zijn voornemen om een bilaterale relatie aan te gaan met de landen in de Mekong-regio. Bij het debat afgelopen woensdag in de Kamer heeft Pronk nog eens gezegd dat hij dat uiterst onverstandige politiek vindt, omdat armoede kan leiden tot het voortduren van geweld. Hij wil graag nog eens met de Kamer daarover van gedachten wisselen. De eerste gelegenheid daartoe is de behandeling van de regiobeleidsdocumenten in februari. Ik neem me voor om voor die tijd in ieder geval te gaan praten met mevrouw Bijleveld, woordvoerster van het CDA.

Zaterdag

In Bangkok aangekomen lees ik de laatste knipsels over Cambodja in het zwembad van het hotel. De rest van de dag probeer ik nog wat slaap in te halen en alvast te wennen aan het tijdsverschil van zes uur. De Wereldomroep meldt dat de volgende vergadering van de Supreme National Council, die het hoogste gezag vertegenwoordigt in Cambodja, in de Thaise badplaats Pattaya zal worden gehouden. Daar is de veiligheid van de Rode Khmer in ieder geval gewaarborgd.

Zondag

Twee jaar geleden waren er nog geen rechtstreekse vluchten op Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Er werd gevlogen via Vietnam of Laos, maar aan het isolement van Cambodja is ook in dit opzicht een einde gekomen. Bangkok Airways voert twee vluchten per dag uit.

Twee weken geleden maakte prins Sihanouk zijn triomfantelijke intocht in Phnom Penh. Op weg van het vliegveld Pochentong naar de stad hangen overal portretten van de prins. Zijn terugkeer heeft geleid tot een Franse "revival', zo lijkt het. De taxichauffeur en de ober spreken Frans en overal op straat zijn stokbroden te koop. Bovendien was Frankrijk een van de eerste landen die diplomatieke contacten heeft aangeknoopt met Phnom Penh en de Alliance Française heeft een spiksplinternieuw kantoor geopend.

Op het eerste gezicht is er verder niet veel veranderd in Phnom Penh, maar dat is maar schijn. Vanuit mijn hotel kan er gebeld en gefaxed worden, terwijl twee jaar geleden alleen via Moskou een verbinding tot stand kon worden gebracht. Na de ondertekening van het vredesakkoord in oktober is er sprake van een invasie van buitenlanders, die zorgen voor een hausse op de huizenmarkt. Veel nieuwe hotels zijn in aanbouw. De prijs van de kamer is verdrievoudigd. Toch blijft het leven in Phnom Penh relatief goedkoop. Een ritje door de stad met de "cyclo', een fietstaxi, kost 300 Riel (60 cent) en een maaltijd 3.000 Riel.

Van de inflatie merken wij als buitenlanders weinig. De inwoners van Phnom Penh des te meer. Zij moeten zien rond te komen van een inkomen van 10.000 Riel per maand. Veel vrouwen proberen daarom iets bij te verdienen door op straat iets te verkopen. Voor 100 Riel laat ik dit vogeltje vrij. ""Pour la paix'', zegt ze erbij. Dat lijkt me een mooi gebaar.

Maandag

De dag begint met een lang gesprek met Jean-Jacques Frésard, hoofd van de Rode Kruis-delegatie in Phnom Penh. Op weg naar zijn kantoor rijden we langs het Onafhankelijkheidsmonument. ""Het is daar 's avonds een drukte van belang'', zegt Rémy, de Belgische medewerker van PADEK, het consortium van hulporganisaties waar Novib deel van uitmaakt. ""Het is zoals bij jullie in de jaren zestig op de Dam'', zegt hij. De liberalisering mag dan voortschrijden in Cambodja, zo'n vrijgevochten bende lijkt het me hier nog niet.

Frésard is niet optimistisch over de toekomst van Cambodja. Er is weliswaar een internationaal vredesakkoord, maar in Cambodja zelf is er nog lang geen sprake van vrede. Hij is bang dat de internationale gemeenschap Cambodja na de verkiezingen, die in 1993 worden gehouden, zal vergeten. ""We kopen nu ons schuldcomplex af door mee te betalen aan een grootscheepse VN-operatie (UNTAC moet toezien op het staakt-het-vuren en de verkiezingen voorbereiden), terwijl er juist nu toezeggingen op langere termijn van het grootste belang zijn'', aldus de Rode Kruis-vertegenwoordiger. Hij wijst op de noodzaak van plattelandsontwikkeling, omdat anders de Rode Khmer snel aan aanhang zal winnen onder de boerenbevolking.

Frésard laat kaarten zien van het noordwesten van Cambodja waarop dorpen staan, die behalve door het rijstveld niet meer bereikbaar zijn. Op alle wegen naar het dorp liggen mijnen. UNTAC-troepen zouden snel aan het werk moeten om de mijnen onschadelijk te maken, voordat ook vluchtelingen terugkeren uit de kampen langs de Thais-Cambodjaanse grens.

Vorig jaar heeft minister Ter Beek, die in 1989 op uitnodiging van Novib als parlementariër een bezoek heeft gebracht aan Cambodja, toegezegd dat Nederland een bijdrage zou leveren aan UNTAC. Ik zal Ter Beek namens Novib een brief sturen. Per maand worden er namelijk tweehonderd amputaties uitgevoerd. 's Middags brengt een PADEK-delegatie een bezoek aan een buitenwijk van Phnom Penh. Collega Michael Call herinnert zich nog - hij werkte in Phnom Penh nadat de Vietnamezen de Rode Khmer hadden verdreven in 1979 - dat de stad niet meer dan 20.000 inwoners telde. Tegenwoordig zijn dat er 900.000. Novib steunt de verbetering van de drinkwatervoorziening in deze wijk. De man die ons rondleidt, heeft drie jaar in Oost-Duitsland gewerkt. In de wijk wonen veel Vietnamezen. Zij blijken nog steeds niet erg geliefd in Cambodja. Vietnam wordt nog immer als een bedreiging ervaren. Niet zozeer wegens het socialisme alswel wegens hun economische invloed.

In Hotel Royal ontmoet ik 's avonds Dith Pran. Zijn belevenissen stonden centraal in de indrukwekkende film "The killing fields'. Hij stelt voor om wat te gaan eten, in de "cyclo' vertelt hij dat hij van mening is dat de Rode Khmer-leiders berecht moeten worden. ""To do justice to the Cambodian people'', zegt Pran. Hij is voor de tweede keer in Cambodja sinds zijn vlucht voor de Rode Khmer. Wat is er veranderd in die twee jaar? vraag ik Pran. ""There is more peace and more traffic.'' Dat laatste kan ik beamen. Er is geen avondklok meer, er zijn stoplichten en ik heb zelfs vastgezeten in een file. En dat in een stad, waar je nog niet zo lang geleden alleen het gezoem van fietsen hoorde.

Dinsdag

Vandaag is de bijeenkomst van de Supreme National Council. Belangrijkste agendapunt zal het waarborgen van de veiligheid van de Rode Khmer-leiders zijn. Ik hoorde het verhaal dat Dith Pran in New York aan premier Hun Sen had gevraagd een demonstratie te mogen organiseren bij de terugkeer van Son Sen en Khieu Samphan. Hun Sen had dat idee toen van de hand gewezen. De leden van de Veiligheidsraad zullen hem nu ongetwijfeld vragen naar de betrokkenheid van zijn regering in de organisatie van de demonstratie. Hun Sen ontkent elk aandeel. ""Mijn regering wil rust en orde bewaren, dus wij hebben daar geen enkel belang bij'', zo zegt de premier tegen buitenlandse verslaggevers. Toch wordt daar ook door de Cambodjanen die ik spreek, weinig geloof aan gehecht. Er is alleen niet voorzien dat het uit de hand zou lopen, zeggen zij.

In de Bangkok Post van vandaag staat een verhaal dat bij de aanval op het huis van Khieu Samphan een verslaggever van het Franse persbureau AFP de hand heeft weten te leggen op documenten waaruit blijkt dat "nr 87' precies op de hoogte wordt gehouden van alle werkzaamheden van de Rode Khmer-delegatie in Phnom Penh. Nr. 87 is de codenaam voor Pol Pot. De BBC-Worldservice die avond meldt dat de Rode Khmer terug zullen keren in Phnom Penh onder bescherming van de VN.

Woensdag 4 december

Met een PADEK-delegatie vertrekken we 's ochtends vroeg naar de provincie Prey Veng via "Highway 1' van Phnom Penh naar Ho Tsji Min-stad, het vroegere Saigon. Er kan niet al te snel gereden worden, want de weg is smal en zit vol kuilen. Bij Neak Lung, een stadje dat tijdens de Vietnam-oorlog "per ongeluk' is gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht, moet de Mekong-rivier worden overgestoken. Tijdens het wachten op de pont probeert een jongetje Vietnamese Dongs te wisselen voor dollars.

Ons eerste bezoek geldt een visserijproject. Een aantal visvijvers is tijdens de ernstige overstromingen in augustus verwoest. Als ik een kweekvijver wat van dichterbij wil bekijken, val ik tot grote hilariteit van iedereen in het water.

's Middags - ik ben inmiddels weer opgedroogd - bezoeken we een irrigatieproject. De directeur, San Lan, vertelt dat er 740 hectare in de droge tijd kunnen worden bevloeid. De meeste irrigatiekanalen zijn tijdens de Pol Pot-periode gegraven, maar de pomp van Noordkoreaanse makelij is inmiddels vervangen. San Lan rekent voor dat de opbrengst van een hectare gemiddeld duizend kilo rijst is. De verkoopprijs is 200 Riel per kilo. Na aftrek voor eigen gebruik - een gezin van vijf mensen eet gemiddeld 60 kilo per maand - wordt 300 kilo rijst verkocht op de markt. Te weinig om van te leven, omdat de boer 80.000 Riel moet betalen voor aanschaf van bijvoorbeeld kunstmest en insecticiden. Boeren verbouwen daarom ook groente en fruit en krijgen krediet waarover geen rente hoeft te worden betaald.

Terug in Phnom Penh haast ik me naar een afspraak met twee mensen die vorige maand zijn vrijgelaten uit de gevangenis. Zij hebben zeventien maanden vastgezeten. Zij mochten in die tijd geen bezoek en brieven ontvangen en zaten opgesloten in een kleine benauwde cel, zonder raam. Er is nimmer een aanklacht tegen deze twee hoge ambtenaren ingediend, maar zij werden verdacht van het oprichten van een nieuwe partij. En dat is in een communistisch land een doodzonde. Volgens Rode Kruis-vertegenwoordiger Frésard zaten er 1.200 mensen om politieke redenen vast, maar zijn er na de ondertekening van het vredesakkoord enkele honderden vrijgelaten.

De twee willen een mensenrechtenorganisatie oprichten en zoeken steun in het buitenland. Ik vraag ze om een projectvoorstel bij Novib in te dienen. En zo is de cirkel weer rond: de relatie tussen mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking. Cambodja moet hulp krijgen van Nederland, echter op voorwaarde dat de mensenrechten worden gerespecteerd en dat er vrije verkiezingen zullen worden georganiseerd.