Florida in zeven weken (4); De snelste rolstoel ter wereld

Waar en wanneer het gebeurde weet vermoedelijk niemand, maar ooit moeten twee of meer rolstoelrijders zich voor het eerst hebben afgevraagd wie van hen het snelst was.

Over hun vervoermiddelen is meer bekend: zware wielen met dikke gummi banden, gegarandeerd piepend op linoleum, massieve opklapvoetsteunen met grijze anti-wegglij rubberlaag naast de piepende zwenkwielen aan de voorkant, aan de achterzijde grote grijze handvatten voor de strenge handen van grote verpleegsters, hier en daar wat chroom maar de rest toch allemaal in grijs, want gehandicapt zijn is niet leuk en vrolijker kleuren zouden tot misverstanden kunnen leiden.

Terwijl de gehandicaptensport in de loop van de jaren zeventig aan belang en omvang begon te winnen, waren de eerste serieuze rolstoel-racers op twee fronten tegelijk bezig: verbetering van de eigen conditie en het versleutelen, verbouwen, opvoeren en overspuiten van hun zware, trage, sombere Groene Kruis-voertuigen.

Dat laatste wordt nu uitbesteed, al is daarbij geen sprake van het veranderen van reguliere modellen: de allersnelste race-rolstoelen ter wereld zijn peperdure, op maat gemaakte precisieinstrumenten in fluorescerende kleuren. Net als bij formule-1 auto's en andere sportartikelen werken de beste bouwers samen met de grootste kampioenen, die hun produkten uittesten en bekendheid geven in ruil voor gratis materiaal. Zo rijdt de Amerikaan George Murray (40), die verscheidene wereldrecords op zijn naam had of heeft, op The Heat, het topprodukt van de Top End race-rolstoelenfabriek in St. Petersburg, Florida. Dezelfde keus werd gemaakt door LeAnn Shannon (8), Amerika's dames-juniorenkampioen en houder van drie landelijke records.

In een kantoortje waarvan de wanden zijn behangen met krante-artikelen over de successen van zijn beste racers, vertelt directeur en eigenaar Chris Peterson, zelf goed ter been, dat een aantal van de beste bouwers in Florida zitten, “waaronder grote fabrikanten van gewone rolstoelen die ook af en toe een race-rolstoel maken om de aandacht op hun andere produkten te vestigen.” Zelf maken hij en zijn acht werknemers een kleine vijfhonderd exemplaren per jaar, zonder uitzondering op maat gemaakt, die in Amerika en ver daarbuiten voor vier- tot vijfduizend gulden van de hand gaan. Veel geld, maar daar staat tegenover dat er tegenwoordig aardig wat valt te verdienen in de rolstoelracerij. “In Amerika hebben we nu een bescheiden aantal profs die er een redelijk inkomen aan overhouden. Dat gebeurt niet in speciale wedstrijden voor gehandicapten, maar in normale marathons, triathlons en dergelijke. Daar is veel geld voor de winnaars en vaak worden ook deelnemers in rolstoelen toegelaten, voor wie dan een speciale prijzenpot bestaat. Daar komt veel publiek, zodat sponsors ook geïnteresseerd zijn in rolstoelrijders.”

Die dienen zich dan wel te verplaatsen in rolstoelen die bij benadering even hard gaan als de renners, ofwel het model waarbij de wielen direct met de hand worden aangedreven en waarmee experts op een vlakke weg maximale snelheden van 33 kilometer per uur kunnen bereiken. Het is dat wielrennen in Amerika niet populair is, en dus ongeschikt als betrouwbare inkomstenbron, anders was er veel emplooi voor het juist ontwikkelde produkt van Top End dat met handpedalen en 21 versnellingen tot een snelheid van 55 km-u kan worden opgejaagd. Peterson: “Dat is dus geen rolstoel maar in feite een fiets. Hij wordt al wel gebruikt bij het fiets-gedeelte van triathlons. Het "hardlopen' doen ze dan op een rolstoel.”

Hoewel Peterson ook uitvoerig experimenteerde met positie en bevestiging van frame, wielen en stuur, was de overstap van vier naar drie wielen voor hem en de concurrentie de grote doorbraak in de wording van de race-rolstoel. Verder zijn het de banden, de allerdunste die te krijgen zijn, en het gewicht (net zes kilo bij de The Heat), die het vestigen van wereld- en andere records eenvoudiger maken.

In de showroom wijst hij op de dubbele stuurmogelijkheid van zijn modellen: een handbediend pookje dat dankzij veren op "rechtuit' staat wanneer het niet beroerd wordt en een handel die in de bochten van stadionbanen in één, vooraf instelbare, gefixeerde stuurrichting wordt gezet. “Maar op de weg gebruiken ze meestal geen van beide”, is de ervaring van Peterson, “en wordt gestuurd door het voorwiel even van de grond te laten komen. Dat betekent voor ons weer problemen bij het stroomlijnen van de stoelen. Ik ben nu bezig met aluminium panelen om de luchtweerstand te verminderen, maar ik betwijfel of dat een succes wordt: de zijwindgevoeligheid neemt sterk toe, en sturen door het voorwiel los te laten komen, wordt veel moeilijker.”

Buiten draait Peterson een paar rondjes op zijn beste stoelen. Met volmaakte wendbaarheid en professionele snelheid flitst hij voorbij in zijn handpedaal-model waarvan de verkoop binnenkort losbarst. Voor races is het apparaat dan voorlopig niet nuttig, niet winstgevend voor de rijder althans, “maar ik voorzie toch veel vraag, want gehandicapten willen tegenwoordig ook hard rijden. Net zoals veel mensen een racefiets hebben zonder aan wedstrijden mee te doen.” Voor zwaar terrein kunnen mountainbike-banden worden geïnstalleerd, terwijl een verhoogde voetensteun de dreiging van molshopen en boomstronken kan verminderen.

Peterson vertelt na zijn demonstratie hoe hij vijftien jaar geleden deze wereld in rolde via zijn werk bij een toeleveringsbedrijf van onderdelen voor rolstoelen en ziekenhuisbedden. Wat er sindsdien met de rolstoelen gebeurde is nu te zien in zijn showroom: de voorlopige eindstand van een ontwikkeling die niemand twintig jaar geleden voorzag. Wellicht dat sportieve zieken daarom in 2011 ook bij Peterson terecht kunnen voor het snelste hospitaalbed ter wereld.

Foto Michiel Hegener

Foto: Chris Peterson in de nieuwste Top End-rolstoel met handpedalen en 21 versnellingen