DOMINEESLAND

Zonde en deugd in domineesland. Nederlandse protestanten en problemen van opvoeding zeventiende tot twintigste eeuw door Bernard Kruithof 276 blz., Wolters Noordhoff 1990, f 34,95 ISBN 90 01 51160 0

Het mensbeeld van veel Nederlanders is nog steeds getekend door eeuwen orthodox-calvinistische godsvrucht. Dat geldt ook de visie op de opvoeding van kinderen. De bijdrage uit deze hoek aan het pedagogische debat was vanouds een waarschuwende. Het "Mens gedenk dat ge in zonden geboren bent!' weerklonk het snel in deze kringen: de "oude Adam' zit ook in het kind.

De historicus Bernard Kruithof heeft in zijn proefschrift Zonde en deugd in domineesland het pedagogische denken binnen de "steilere' calvinistische groepen vanaf de 16de eeuw in kaart gebracht. Het boek bestaat uit artikelen en kent daardoor een wat kaleidoscopisch karakter zonder dat het overigens als los zand aan elkaar hangt.

Volgens Kruithof ligt de geboorte van vooral de "zware' calvinistische pedagogiek bij de Nadere Reformatie. Toen in 1618 op de Synode van Dordt de orthodoxie de leerstellige overwinning had behaald op de vrijzinnige Arminianen binnen de Hervormde (ook wel toen gereformeerd genoemde) landskerk wilde deze beweging verder gaan. Niet alleen het kerkelijke maar ook het alledaagse leven, en dan vooral binnen het gezin en de school, moesten verder worden gereformeerd.

Er waren, aldus Kruithof, in de bewuste opvoedkundige calvinistische traditie overigens twee loten aan de stam. Er was de in de wat grimmige praedestinatieleer ontstane variant met een diep gevoeld zondebesef. Hier vergat men nooit het woord van de Heidelbergse Catechismus: ""dat kinderen in en met ongerechtigheid geboren, overmits zij in en met de zonden ontvangen zijn en dus kinderen des toorns van natuure.'' Daarnaast bestond een zachtaardiger variant welke door Vader Cats in zijn talrijke moraliserende beschouwingen is gepopulariseerd. De opvoeder werd gemaand een scherp oog te behouden voor het eigene van het kind en de kindertijd.

Beide stromingen verschilden niet zozeer principieel van elkaar; het mensbeeld was hetzelfde. Wat verschilde was de mate van beoogde dwang bij de opvoeding. Toen veel later, in de 19de eeuw het orthodoxe protestantisme nu vanuit de verdediging tegen de (liberale) "geest van de eeuw' zich religieus en politiek (Groen van Prinsterer) ging hergroeperen, greep men voor de pedagogische idealen terug op het gedachtengoed van de Nadere Reformatie.

"Tegen de revolutie het Evangelie' was het motto van Groen van Prinsterer. Ten diepste ging het om het stellen van het calvinistische mensbeeld tegenover het modernisme. De mens die weet in diepe zonde geboren te zijn tegenover de mens die denkt "als God te zijn'. Godsoevereniteit tegenover volkssoevereiniteit.

Kruithof beschrijft in dit verband de orthodoxe reactie op wat wel het burgerlijk beschavingsoffensief wordt genoemd. Aan het einde van de 18de eeuw, maar vooral in de daaropvolgende eeuw, groeide de belangstelling voor het thema volksopvoeding. Deze ontwikkeling wordt bevorderd door de ontzetting en de angst en deernis met betrekking tot de verpauperde "lagere volksklassen'. Er kwamen initiatieven op het terrein van onderwijs, opvoeding, seksuele voorlichting, drankbestrijding.

Op het aldus opbloeiende maatschappelijk middenveld rees in 1784 als markant monument het unieke specifiek Nederlandse fenomeen van de Maatschappij tot Nut van 't algemeen. De Orthodox-protestantse reactie blijft niet uit. Opnieuw werd tegenover het geloof in deugd en vooruitgang het geloof in zonde, bekering en belijdenis geplaatst. Zo ontstond een evangeliserend (op bekering gericht) rivaliserend netwerk van instellingen en voorzieningen op het terrein van jeugdzorg en wezenzorg, ongehuwde moeders, alcoholbestrijding. Deze vroege vorm van verzuiling op het gebied van de kinderbescherming heeft naar het oordeel van de schrijver "een bijna exemplarische waarde'.

De belangrijkste hoeksteen van de verzuiling bleef echter de schoolstrijd. Later was ook de vaccinatiekwestie - het verplichte pokkenbriefje bij het openbaar onderwijs - kenmerkend voor de Nederlandse verhoudingen. Mochten ouders die om principiële redenen zich verzetten tegen inenten van hun kinderen daartoe gedwongen worden? In wezen ging deze kwestie over het verzet tegen een onderwijs dat niet in overeenstemming was met het calvinistische mensbeeld. Na de pacificatie, die mede onder druk van de Eerste Wereldoorlog in 1917-20 tot stand kwam, bedaarde het grote politieke geweld op dit toneel. Men was veilig op eigen erf - erkend door de overheid - aangekomen.