Documentaires: kunst over kunst

AMSTERDAM, 7 DEC. Een documentaire maken over een andere vorm van artistieke expressie - het wordt veelvuldig ondernomen: alleen al dit weekend bevat het competitie-programma van het vierde International Documentary Festival Amsterdam in bioscoop Alfa vier van zulke films.

De goede documentaire heeft de pretentie een kunstvorm in zichzelf te zijn. Het onderwerp dient in zijn waarde gelaten te zijn en toch persoonlijk ingekleurd. De kunstdocumentaire is dus kunst over kunst, waarbij de ene kunstenaar de andere moet omhelzen zonder hem dood te knuffelen. Wie die vier films bekijkt, ziet hoe gemakkelijk de filmmaker zich daarop verkijkt.

Je kunt het heel los aanpakken, zoals de Amerikaan Robert Mugge het deed met zijn Deep Blues. Het doel van zijn film is een ode te construeren aan de blues-muziek en hij doet dat door zich in de Mississippi-delta te laten rondleiden door Robert Palmer, auteur van het standaardwerk over de blues. Palmer, een weinig begenadigde camera-persoonlijkheid, voert Mugge en zijn filmploeg van het ene dorpje naar het andere. We stoppen, ontmoeten een niet meer zo jonge musicus die slechts lokaal beroemd is, een kapper, een boer, een vrachtwagenchauffeur.

Palmer, aanvankelijk ijdel begeleid door Eurythmics-gitarist Dave Stewart die niets anders bijdraagt dan zijn bezonnebrilde aanwezigheid, stelt een vraagje. Dan luisteren en kijken we naar een song en voort gaat het weer. Dat Deep Blues toch zo sterk werkt, dankt Mugge uitsluitend aan de uitstraling en de inzet van de muzikanten die zijn camera hun muziek schonken. Als film stelt dit snoer ontmoetingen weinig voor.

De laatste sessie van Hans Hylkema is het andere uiterste. Hylkema's eerbetoon aan de jonggestorven jazz-musicus Eric Dolphy werd, strak en nadrukkelijk als film, gecomponeerd aan de hand van de nummers van Dolphy's posthuum uitgebrachte, met Nederlandse musici tot stand gekomen, plaat "Last Date'. Hylkema heeft geprobeerd Dolphy's talent in filmbeelden uit te drukken en dat is hem op wonderlijke wijze gelukt; door de trefzekere, liefderijk gedraaide, gesprekjes met bekenden en collega's van Dolphy, door het intrigerende archiefmateriaal, door de prachtige foto's die Ton van Wageningen van Dolphy's optreden hier maakte. Maar in de eerste plaats door de zes nummers van Dolphy's plaat diens verhaal mee te laten vertellen. De laatste sessie werd zo een intense muziekfilm.

Barbara Hanlo maakte over haar oom, de dichter Jan Hanlo, geen poëzie-film maar filmpoëzie. Haar film Jan Hanlo, en die man ben ik zelf bestaat grotendeels uit in scène gezette beelden. Toch voldoet de film als volwaardige documentaire, omdat die beelden echo's zijn van Jan Hanlo's poëzie, zijn brieven, zijn notities, kortom van zijn taalgebruik en daarmee van Jan Hanlo's gekwelde zelf. Jan Hanlo definiëerde de poëzie als "de vakantie van de filosofie' en dat is precies wat Barbara Hanlo met deze film maakte: een vakantie van de documentaire.

Just Visiting This Planet van de Duitse Peter Sempel laat zien hoe een fascinerend kunstenaar alleen geen garantie is voor een geslaagde documentaire. Sempels film over een bejaarde Butoh-danser draagt een duistere, ongetwijfeld zeer persoonlijke signatuur, wil veel en geeft weinig: we zien die danser optreden en orakelen, we zien zijn familie, we zien moderne bewonderaars voor hem zingen (Nina Hagen doet het Ave Maria), we zien (symbolisch bedoelde?) dieren, we zien schoolkindertjes en jonge Butoh-beoefenaars in Japan. En na 104 minuten film zijn we nog geen centimeter genaderd tot die sierlijke oude man met zijn wit-geschminkte gezicht.