Betreft: Douane

Zeer geachte mr. Koning,

Vandaag wilden we het met u hebben over de bewaking van ons nationale erf. Hoe effectief is ons net van invoerrechten, opiumwetten en die duizend andere, telkens nieuwe regelingen eigenlijk? Om deze vraag te beantwoorden bezochten we voor u de frontlinie van het Nederlandse grensgebeuren: de Zwarte Bende van de douane in de Rotterdamse haven. Zoals u uit uw vorige betrekking als staatssecretaris van financiën wellicht weet dankt deze ploeg haar bijnaam aan de viezigheid die de douaniers oplopen bij hun speurwerk naar smokkelwaar in de schepen.

Ook de dag van ons bezoek is het aardig raak. Gehuld in overalls stapt de ploeg onder leiding van douanier L. Jongenotter (53), met zijn 23 jaar ervaring een oude rot in het vak, aan boord van de Egyptische vrachtvaarder “15 May”. Buiten hangt een kille, dichte mist, maar binnen heerst het broeierige havenkwartier van Alexandrië. De Zwarte Bende neemt systematisch de schamele scheephutten onder handen. Matrassen worden gelicht, kastjes losgeschroefd en met een flinke mep wordt gecontroleerd of er niets verborgen is op het systeemplafond. Zelfs het onbeschrijfelijk smerige toilet wordt niet overgeslagen.

In hun strijd tegen de smokkel maakt de Zwarte bende gebruik van eenvoudig, maar praktisch materiaal, zo laat Jongenotter zien. Een bako en zaklamp behoren tot de standaarduitrusting. En natuurlijk de schroevendraaier en het zakspiegeltje voor de moeilijke hoeken.

De visitatie van de schepen is slechts een deel van de douane-controle in de strijd tegen de steeds verfijndere, hardere en beter georganiseerde smokkelaars. “Vroeger was het werk nog een beetje sportief, maar die tijd hebben we gehad”, zegt H. Huisman, 38 jaar in de dienst en nu bezig met het ontwikkelen van een nieuw, centraal informatiesysteem voor de douane. De smokkel van drugs en wapens en de fraude met subsidies van de Europese Gemeenschap worden door maffia-achtige organisaties op een professionele wijze bedreven.

Van alle containers die de haven passeren is slechts een vijfde voor de Nederlandse markt bestemd. De rest is doorvoer en behoefde tot dusver geen controle. Maar als in 1993 de binnengrenzen van de Europese gemeenschap wegvallen wordt de controledruk in Rotterdam waarschijnlijk een stuk groter: is de lading aan de Nederlandse grens eenmaal ingeklaard, dan worden de overige landsgrenzen binnen de EG in principe moeiteloos gepasseerd.

Is de douanedienst berekend op de eisen die de komende jaren worden gesteld? Het overgrote deel van het controlewerk is, zoals u vermoedelijk weet, een administratieve aangelegenheid. Daarbij maakt de douane gebruik van steeds verfijndere technieken die aansluiten bij bestaande bedrijfsboekhoudingen.

Met het opheffen van de binnengrenzen zullen zo'n 2.500 douane-beambten aan de Oost- en Zuidgrens overbodig worden. Dat schept ruimte en dus wordt de dienst vervolgens uitgebreid met 500 tot 600 douaniers aan de nieuwe buitengrens: Rotterdam, Schiphol, Amsterdam, Vlissingen en Delfzijl. Die zullen vooral worden ingezet bij de controle op drugs.

Dat de Rotterdamse haven ook op dit terrein een steeds belangrijker overslagpunt wordt blijkt uit enige cijfers die Huisman verstrekt. Gedurende de jaren tachtig vervijfvoudigde de hoeveelheid hasjiesj en marihuane tot ruim 25 ton in 1990. Dat haalt het echter niet bij de groei in de cocaïnesmokkel: verdween vorig jaar 145 kilo door de schoorsteen van de Rotterdamse afvalverwerking, dit jaar schat Huisman dat de grens van 2000 kilo zal worden gepasseerd. Heroïne speelt tot dusver een beperktere rol (afkomstig uit Turkije komt het doorgaans niet via de zee de grens over), maar Huisman heeft aanwijzingen dat de coca-telers in Colombia zich nu ook op de papaver-teelt hebben gestort.

Met de gemiddeld zevenduizend containers die zich dagelijks via de Rotterdamse haven in het Europese achterland terecht komen is het oude fingerspitzengefühl van de ervaren douaneman niet langer toereikend, vertelt Huisman. Het wachten op de klassieke tip voldoet eveneens niet meer en ook de verbrokkelde kennis binnen het douane-apparaat legt het af tegen de smokkelaars.

Hij werkt dan ook aan een centraal verwerkingssysteem van informatie dat een effectiever onderzoek binnen de dienst mogelijk moet maken. De 100.000 ladingbescheiden die de douane jaarlijks passeren worden daarin bijvoorbeeld vergeleken met een “normaal” vrachtpatroon. Op die manier vindt er een risicoselectie plaats die in het idioom van de belastingdienst als “klantgericht” wordt omschreven. Ook op dit vlak houdt de 'tegenstander' de ontwikkelingen echter goed bij. Tien jaar geleden gebeurde het nog wel dat een scheepslading rubber uit Ghana naar een woonadres in Zwitserland werd gestuurd. Nu haalt geen smokkelaar dat meer in zijn hoofd.

Overigens: in de plakkerige hutten en gangen van de “15 May” vonden we tijdens onze rondgang geen spoor van smokkelwaar. Wel troffen we enige levende have aan. “Daar gaat weer een Ferrari”, riepen de douaniers, als de zoveelste kakkerlak wegschoot en een goed heenkomen zocht, elders in de vuiligheid.

Met gepaste hoogachting, STEVEN ADOLF