Wittgenstein (2)

Ondanks de uitstekende kwaliteit van het artikel van W.F. Hermans over de filosoof L. Wittgenstein (NRC Handelsblad, CS literair, 15-11- 91), zijn hierbij een aantal vraagtekens te plaatsen.

Het grootste probleem doet zich voor als Hermans stelt dat Wittgenstein niet religieus dacht, maar "eerder poëtisch'. Vervolgens merkt hij op: “En mocht ik me hierin vergissen, dan heb ik toch het volste recht me voor die kanten van zijn binnenste niet te interesseren, of, nu ja, ze tussen haakjes te plaatsen.”

Welnu, uit recente Engelse en Duitse publikaties blijkt nu juist de ethische religiositeit de sleutel te zijn tot Wittgensteins filosofische onderzoekingen. Hij is echter van mening dat hierover niet gesproken kan worden, maar dat het slechts door een voorbeeldig leven getoond kan worden. Toch schrijft Wittgenstein sporadisch erover in zijn dagboeken in de periode 1914-1916, in een gelegenheidslezing over ethiek (uit 1929 of 1930), in zijn opmerkingen over Frazers Golden Bouch (uit 1930 of 1931), in een college over religieus geloof (uit 1938), maar ook in zijn boek de Tractatus Logico-Philosophicus (uit 1921-22) snijdt hij de ethisch-religieuze bestaansdimensie kort aan. Zo schrijft een leerling van Wittgenstein, M. Drury, dat Wittgenstein in een gesprek ooit zei: “Ik kan het niet helpen dat ik elk probleem vanuit een religieus standpunt bekijk.”

Als Hermans meent zich niet te hoeven interesseren voor dit aspect uit Wittgensteins kruitvat, zal hij nooit de lont tot Wittgensteins vuur vinden. Hij mist de points en beperkt zich tot een sterk reducerend beeld van Wittgenstein, door hem slechts "de positivistische kerkvader' te blijven noemen. Wittgenstein (althans de jonge Wittgenstein) speelt het spel van het positivisme om het positivisme vaarwel te zeggen! Dit alles blijkt ook uit diverse artikelen die opgenomen zijn in twee recent verschenen boeken over Wittgenstein, die onder mijn hoofdredactie verschenen zijn: Wittgenstein. Kok Agora en Wittgenstein in meervoud, Garant. Maar laten we verheugd zijn dat Hermans degene is die Wittgenstein destijds in het Nederlands taalgebied heeft "geïntroduceerd', door zijn talloze essays en vertaling van de Tractatus, en nu weer erin geslaagd is een interessant beeld van Wittgenstein te schetsen.