Vertalen

De Volkskrant, heb ik begrepen, vindt het niet meer nodig om in de rubriek ”Nieuw' in de boekenrubriek ISBN, de namen van vertalers te vermelden.

Dat is een geringschatting van een nobel vak. Het zijn de vertalers, onder anderen, die met hun aandachtige ambacht landen en culturen aan elkaar knopen. Wij kunnen wel denken dat we een bepaalde vreemde taal goed beheersen, vooral wij Nederlanders denken dat, maar het is mijn ervaring dat een vertaling vaak subtiliteiten en nuances in een tekst onthult die ik anders zou missen. Vertalen is essentieel - ook om de verhouding tussen talen in het oog te blijven houden; en vertalen is cultuuroverdracht in de zuiverste vorm.

Vorige week kreeg de Nederlander Frans van Woerden in Dublin de Europese vertaalprijs uitgereikt. Volgens deze krant sprak hij in zijn dankwoord over het ”oude en eerbiedwaardige' vak van de vertaler. Het is goed dat hij daar nog eens de aandacht op vestigde. In dit tijdperk van fax en tekstverwerker en satellietverbinding hebben wij, denk ik, de neiging een vertaling als iets gewoons te zien. Het is geen probleem meer om op elk gewenst moment te praten met iemand in Tokio of Los Angeles. Tegen die huiveringwekkende achtergrond van globale communicatie is de figuur van de vertaler, die woord voor woord doorploetert, hopeloos ouderwets. Als we niet op de televisie concerten konden zien, zouden we bijna vergeten dat muziek eerst door musici gespeeld moet worden voordat ze op een cd beschikbaar is.

Met vertalers is het net zo - alleen zij worden bij hun werk niet door de camera's gevolgd. Dat past niet bij de langzame en stille ernst van hun werk: het zijn monniken. Ze zwijgen omdat ze vertalen. Dat proces van woorden wegen en proeven kan niet onderbroken worden door frivole conversatie. Maar we moeten ze wel een beetje eren en er voor zorgen dat er meer geld komt zodat ook teksten die niet helemaal commercieel zijn, wat geldt voor de meeste literatuur, in onze moedertaal kunnen worden omgezet.