Tentakelarmen

Toon Tellegen-Harrie Geelen: Juffrouw Kachel. Uitg. Querido. Prijs ƒ 24.90.

De vier bundels waarin Toon Tellegen zijn dierenverhaaltjes tot nu toe bijeen bracht, heten bij voorbeeld Toen niemand iets te doen had en Misschien waren zij nergens. Het zijn raadselachtige titels, die passen bij de ongrijpbare aard van de verhalen, waarin het meeste net zo betrekkelijk is als het winkeltje van de hommel. Daar worden dingen verkocht, "waar bijna nooit iemand behoefte aan had'.

Op Tellegens nieuwste boek staat in kinderlijke hanepoten, midden op een vlekkerige bladzijde met strafregels: Juffrouw Kachel. De trouwe lezer voorvoelt onmiddellijk dat hem iets anders te wachten staat dan de absurdistische conversaties, de taartrijke feesten en het doelloos met de voeten in het water zitten van de eekhoorn, de mier, de olifant en de potvis. In Tellegens bos is plaats voor elk bestaand en waarschijnlijk ook voor elk niet bestaand dier, maar het lijkt uitgesloten dat er ooit een juffrouw binnen zou wandelen.

Juffrouw Kachel is schooljuffrouw en het tegendeel van ongrijpbaar en betrekkelijk. Ze is zo concreet als een bord met boerenkool en ze is absoluut verschrikkelijk. Juf slaat met de knokkels waar ook nog een gemene ring aan zit of met de vlakke hand. Juf zegt nooit "goed', nooit "dag', nooit "je mag gaan' en wie niet weet hoeveel achtentwintig gedeeld door drie is, zet ze in de hoek.

Dertig kinderen zijn aan haar overgeleverd. Een van hen houdt een dagboek bij, waaruit het beeld van juffrouw Kachel in volle, weerzinwekkende omvang oprijst. Deze leerling heeft begrepen dat schrijven de enige manier is om aan zijn machteloze woede vorm te geven. Al zijn energie en creativiteit stopt hij in dappere wraakplannen. Hij zal die Kachel vastgebonden in de woestijn voor de gieren achterlaten, haar de ruimte inschieten met een circuskanon, vergiftigen met een snoepje of, erger nog: "Als ze dood gaat zal ik haar meteen vergeten'. Juf zal hopelijk in een wak schaatsen, haar been op twaalf plaatsen breken, spontaan in vlammen opgaan of in stukken uit elkaar vallen of ze zal ernstig ziek worden en de klas stuurt een fruitmand met "van harte nooit meer beterschap'.

Het heeft een soort grappigheid, maar de grondtoon is treurig. Het lezen van de kleine, precies registrerende zinnen en de kinderlijke toon van onbegrip en ongeloof doen pijn in het hart. Wie daar al een beetje van ineen gekrompen is, wordt vervolgens platgewalst door de tekeningen van Harrie Geelen, die de bladzijden in een even ijzeren greep houden als juffrouw Kachel haar leerlingen. Ze zijn op de computer geproduceerd en hebben de subtiliteit van een met de heggeschaar gemaakt knipselwerk, maar ze zijn onontkoombaar. Het jongetje heeft een bang, kalig hoofd en grote benen om op weg te kunnen rennen. Kachel is massief en duister en haar tentakelarmen dreigen alle kanten op. Deze juf heeft geen weet van de meesters van Theo Thijssen en Guus Kuijer en ze staat met haar kachelpoten stevig op dezelfde realistische Nederlandse grond als waaruit ook schrijvers als Van het Reve en Wolkers zijn voortgekomen.

Ze belichaamt de frustratie van generaties schoolkinderen, die - zoals Tellegen laat zien - wanneer zij groot geworden zijn voor deze pijnlijke realiteit hun ogen sluiten en hun kind in de kou laten staan. Het enige perspectief dat rest, is dat dit kind ooit óók van school zal gaan: "Op een goede dag ben ik groot en dan bent u nog niet jarig'.

Het is de lezer in elk geval niet gegund die "goede dag' mee te maken. Het dagboek eindigt abrupt en verdwijnt, zoals ook een aantal van Tellegens dierenverhaaltjes, in het niets. Ik herinner mij de woede van mijn zoon bij een boek dat slecht afliep: "Die schrijver is toch zeker de baas over zijn verhaal!'.

Roald Dahl had dat heel goed begrepen en hij laat zijn kleine Matilda dan ook op een wonderbaarlijke wijze triomferen over de angstaanjagende juffrouw Bulstronk (die overigens als een karikatuur in het niet zinkt bij de echtheid van juffrouw Kachel). Het introverte karakter van Tellegens schrijverschap en zeker dat van zijn laatste boek laat zo'n wensvervullend einde niet toe. Wie echter "de baas is' over zo'n benauwend verhaal en het voor kinderen opschrijft, had zijn lezers tot slot wel een klein hapje lucht mogen gunnen.