"Provincieraden belangrijk voor gezondheidszorg'

ROTTERDAM, 6 DEC. “Het zou van politieke helderheid getuigen als staatssecretaris Simons (volksgezondheid) zou laten weten of hij nu voor of tegen Provinciale Raden voor de Volksgezondheid is. Die discussie wordt nu ontweken. Hij wil de wettelijke basis er onderuit halen, maar zegt niet dat ze moeten verdwijnen. Om nog iets te behouden van een systeem van normering zou je die provinciale raden moeten behouden.”

Dat zegt professor dr. W.S.P. Fortuyn, die Simons eerder heeft geadviseerd over de toekomst van de landelijke adviesorganen in zijn rapport "Ordening door ontvlechting'. Begin deze week bracht Simons daarover het kabinetsstandpunt naar buiten.

Ook de provincies kennen hun advies- en overlegorgaan. In een brief aan de Tweede Kamer liet de bewindsman weten dat hij er van uitgaat dat regionale overheden zich in de toekomst "van onafhankelijke en deskundig advies willen laten dienen'.

De Kamer debatteert maandag over de toekomst van deze raden, die wettelijk zijn verankerd in de Gezondheidswet. “In het nieuwe functioneel gedecentraliseerde zorgstelsel ligt het niet langer voor de hand dat de centrale overheid de provincies voorschrijft hoe zij hun adviesstructuren dienen in te richten”, aldus de bewindsman, die daarna concludeert dat “er geen reden is om de in de Gezondheidswet opgenomen bepalingen met betrekking tot de Provinciale Raden voor de Volksgezondheid langer te handhaven.”

“Je moet de zaak in een wat groter verband bekijken”, zegt Fortuyn. “Ziekenfondsen hebben een normerend effect op aanbod en afname. Omdat ze betrekkelijk kleinschalig werken kennen ze de artsen, ziekenhuizen, apothekers etc. in hun gebied. Ze kennen ook de verzekerden van vrij nabij. Zowel aanbieders als afnemers weten dat ze in de gaten worden gehouden. Straks wordt dat anders. Ik schat dat er tegen het eind van deze eeuw nog drie gigantische zorgverzekeraars over zijn, die landelijk werken en zo mogelijk in Europees verband. Het hele stelsel wordt dus uitermate anoniem en in zo'n situatie krijgen alle krachten een kans en ze zullen die ook grijpen. Gevolg daarvan is onvermijdelijk een enorme kostenstijging”, zegt Fortuyn.

“Niet dat ik vind dat ze precies zo moeten blijven als ze nu zijn. Ik ben er van overtuigd dat we straks naar een hele andere bestuursstructuur gaan als na '93 de grenzen binnen Europa vervallen. Dan hebben Brussel en Den Haag een belangrijke taak en verder zal er sprake zijn van wat ik "Euregio's' noem. Er zullen er zes komen: de noordvleugel van de Randstad, de zuidvleugel met Rotterdam, Breda en Antwerpen, de Euregio Maastricht met Hasselt, Aken, Keulen en Leuven en het grensgebied Enschede en Hengelo met een stukje Duitsland. Verder de drie noordelijke provincies en een regio in het midden van het land. In die Euregio's is er - denk ik - een taak weggelegd voor deze raden”, aldus Fortuyn.

Hij is er van overtuigd dat binnen deze bestuursregio's die het beleid gaan bepalen op het gebied van bij voorbeeld milieu, politie, openbaar vervoer en werkgelegenheid, ook een orgaan moet zijn dat zich bezighoudt met gezondheidszorg.

“De taak van deze raden is dat ze de publieke discussie moeten voorbereiden en aanzwengelen. In het nieuwe stelsel lijkt die discussie helemaal overgelaten te worden aan deskundigen. Politiek is het van eminent belang dat zo'n orgaan veel meer zal gaan sturen dan het departement. Die provinciale raden moet je dus niet kwijt, je moet ze steunen. Dat geldt trouwens in het algemeen. Wie hoor je nou nog met enthousiasme over de stelselwijziging praten? Wie je ook spreekt, men is matig voor of tegen. Maar wil een operatie laten slagen, waarbij zoveel overhoop wordt gehaald, dan zul je er toch vooral voor moeten zorgen dat de betrokkenen uiterst gemotiveerd zijn om de grote vernieuwingen door te voeren.”