Ontwikkelingshulp (2)

In het artikel "ongecontroleerd hobbyisme kenmerkt ontwikkelingshulp' (NRC Handelsblad, 16 november) wordt de vloer aangeveegd met het beleid zoals dit door de Nederlandse overheid en de Medefinancieringsorganisaties (MFO's) wordt gevoerd.

Alle projecten worden op één hoop gegooid en door de donkerste bril bekeken. De effecten van een dergelijke evaluatie zullen voor de kleine particuliere hulporganisaties, die afhankelijk zijn wat betreft hun hulpverlening van de giften van het Nederlandse publiek, wel te merken zijn. Laten we eerlijk zijn, wie wil zijn geld stoppen in een bodemloze put als deevaluatie uit het artikel inderdaad zou gelden voor alle hulpprogramma's? De armsten zijn zeker niet gediend met dat soort hulp en ook een dergelijk evaluatie biedt hun geen verdere oplossingen.

Wij willen echter wijzen op de projecten die wel vruchten afwerpen. Om een voorbeeld te noemen, sedert jaren zijn wij als Interkerkelijke Stichting Ethiopië bezig met ontwikkelingsprojecten in Ethiopië, onder andere visserij-ontwikkelingsprojecten. Sommige ervan kunnen worden uitgevoerd dankzij financiële ondersteuning door de Nederlandse ontwikkelingshulp, en de mede-financieringsorganisatie ICCO.

Begeleiding op technische gebied en een goede organisatie zouden worden gerealiseerd. Met veel waardering spreken wij over de kritische opstelling van ICCO, waardoor een beter lokaal management mogelijk wordt. In plaats van de bodemloze put die wordt geschetst werd gezamenlijk met partners in Ethiopië gezocht naar een sterke basis.

(Discussie gesloten - red.).