Onderzoek O-Timor verdeelt Indonesië

JAKARTA, 6 DEC. Indonesische bewindslieden hebben gisteren verschillend gereageerd op een eventueel VN-onderzoek naar het recente bloedbad in Oost-Timor, waarbij militairen schoten op begrafenisgangers. Minister van buitenlandse zaken Ali Alatas, die president Soeharto vergezelt tijdens een staatsbezoek aan Zimbabwe, verklaarde dat een persoonlijke afgezant van VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar “welkom” is in Jakarta.

Diplomaten melden dat een dergelijk oriënterend bezoek momenteel in Genève wordt besproken door leden van de VN-commissie voor de rechten van de mens en de Indonesische ambassadeur ter plaatse.

Alatas reageerde zeer koel op pleidooien voor een kompleet VN-onderzoek naar het bloedbad.

Min of meer gelijktijdig liet minister van defensie Benny Moerdani weten dat Jakarta geen officieel verzoek had bereikt om een VN-gezant te ontvangen. Hij keurde het Australische verzoek af om een consulaat te mogen openen in Dili, de hoofdstad van Oost-Timor. Volgens Moerdani woont op Oost-Timor geen Australische gemeenschap die een dergelijke vestiging zou rechtvaardigen. Hij voegde eraan toe dat het “Australische gedrag de gevoelens van de Indonesiërs krenkt”.

De Indonesische commissie onder leiding van opperrechter Djaelani, die een onderzoek instelt naar de schietpartij in Oost-Timor, heeft in de eerste week van zijn verblijf in de provinciehoofdstad Dili gesproken met wereldlijke en geestelijke autoriteiten, ooggetuigen en slachtoffers. Journalisten die het team volgen, worden niet toegelaten bij de gesprekken en krijgen slechts mondjesmaat informatie. Niettemin doet de meereizende pers zelf naspeuringen en worden Indonesische krantelezers dagelijks op de hoogte gehouden.

Het onderzoeksteam van dertien mensen sprak vooral met drie sleutelfiguren in Oost-Timor: de gouverneur, de bisschop en de legercommandant. Gouverneur Mario Viegas Carrascalao, zelf een Oosttimorees, zegt alleen te willen aanblijven als de commissie een geloofwaardig rapport op tafel legt. Tijdens zijn eerste onderhoud met de onderzoekers uit Jakarta overhandigde hij hun een eigenhandig getypt boekwerk van driehonderd pagina's, waarin hij chronologisch verslag doet van de gebeurtenissen. Het bevat gesprekken met ooggetuigen, en een analyse van de oorzaken.

Carrascalao gaf de commissie ook zijn mening over de maatregelen van het leger na de schietpartij van 12 november, met name de anonieme en massale wijze waarop de doden zijn begraven. De regionale commandant van Oost-Indonesië, generaal-majoor Sintong Panjaitan, zei tegen de pers dat hiertoe is besloten om “nieuwe optochten en nieuw geweld te voorkomen”. De gouverneur vindt dat de lichamen weer moeten worden opgegraven en teruggegeven aan de families opdat die hun verwanten kunnen bijzetten op een plaats naar eigen keuze.

Carrascalao zei niet te weten waar de slachtoffers zijn begraven: “Dat moet de commissie uitzoeken”. Op de vraag of hij geloof hecht aan het officiële dodencijfer van negentien zei de gouverneur: “Ik heb in het voorbijgaan een truck vol lijken gezien, maar ik weet niet uit ervaring hoeveel dode lichamen er in een vrachtwagen gaan”.

Ook voor bisschop Carlos Filipe Ximenes Belo, de leider van de Oosttimorese kerk, trok de commissie veel tijd uit. De bisschop geniet groot aanzien bij de Oosttimorezen en heeft met verschillende getuigen gesproken.

Inmiddels heeft de Indonesische Bisschoppenconferentie een tweede verklaring uitgegeven, gebaseerd op eigen onderzoek ter plaatse. De eerste reactie, twee dagen na de schietpartij in Dili, waarin de kerkleiders hun “spijt en bezorgdheid” uitspraken, heeft volgens welingelichte kringen kritiek losgemaakt in het Vaticaan. Het jongste schrijven bekritiseert de anonieme begrafenis van de slachtoffers en de weigering van de autoriteiten om familieleden toe te laten bij de gewonden, die worden verpleegd in het militaire hospitaal van Dili.

De bisschoppen vragen zich af “waarom er zoveel slachtoffers moesten vallen als de soldaten louter uit zelfverdediging hebben gehandeld”. Het bisdom Dili valt rechtstreeks onder Rome en maakt geen deel uit van de Indonesische kerkprovincie. Naar verluidt wil het Vaticaan die kloof helpen dichten en heeft Rome aangedrongen op een duidelijker stellingname van de Indonesische bisschoppen.