Column

Mikis

“Mikis Papaionanou”, zei hij toen ik hem vroeg hoe hij heette en hij was een broer van de beroemde Griekse verdediger Dimitri Papaionanou. Hij is de uitbater van het strandtentje op Kreta, waar wij al honderd jaar onze zomervakantie doorbrengen. Inderdaad: een laatste hoekje Griekenland waar alleen nog Grieken komen, een kamer twee gulden per nacht kost, oma kookt en je mee de keuken in moet om in de pannen aan te wijzen wat je die avond wilt eten.

Met Mikis werd er veel gelachen. Hij kan een lepel aan zijn neus laten hangen, zingt prachtig en kan een aardig balletje hoog houden. Hij was de strandvoetballer bij uitstek en blonk elke middag uit tijdens ons dagelijkse potje toeristen tegen de autochtonen.

Zo ontstond ook het plan. Zijn broer Dimitri was een weekend over, vertelde hoe kansloos ze waren tegen het Nederlands elftal en dat hij eigenlijk bij voorbaat al geen zin had om vernederd te worden door Gullit, Van Basten en Rijkaard. Het hele Griekse elftal dacht er zo over. Vier Ouzo's later was de zaak beklonken. Ik zou elf jongens van de straat halen en Arjen van der Grijn, de topgrimeur van Van Kooten en De Bie, moest ons tot Grieken ombouwen. Zelf mocht ik niet meespelen daar men anders binnen tien seconden alles door zou hebben. Ik mocht coach zijn. Mijn keus viel op: Maico Vissers, Hans Floberg, Anne Kwast, Albert Lantink, Tom Fijnenberg, Roel Petter, Patrick Praaning, Dick Stoeltie, Joop van Kessel, Pieter van Empelen en Hiero Oosterbaan. Mijn broers Frank, Huub, Carol, Paul en Tom mochten de reservebank vullen. En het is gelukt. Afgelopen maandag kwamen we met een chartertje aan, hadden overdag moeite met de snor die er nog al eens af wou transpireren en hebben twee keer getraind. Verder veel gelachen en stevig doorgezakt. Woensdag waren we een beetje nerveus en het grootste probleem was de uitspraak. Iedereen had goed geoefend op zijn eigen naam, maar toch........

Karageorgiu en Tsalouchidis komt minder makkelijk je mond uit dan Jansen of De Jong. En je kan nou eenmaal niet allemaal Papadopoulos heten. Dat valt ook op.

Bijna ging het mis. Een half uur voor de wedstrijd kreeg ik verschrikkelijke jeuk onder mijn pruik en stekende koppijn omdat ik mijn bril niet op had. Ik naar het toilet en daar heb ik even een kwartiertje stevig op mijn hoofd staan krabben en door mijn eigen glazen staan turen. En wat gebeurt er? Ik kom het toilet af, heb vergeten mijn bril af te zetten en sta oog in oog met een verbaasde Ruud Gullit.

“Youpi”, stamelt de Milanees en vraagt waarom ik er zo belachelijk uitzie. Ik heb geen keus, neem hem mee in het complot en in eerste instantie moet-ie verschrikkelijk lachen. Maar dan gebeurt het. Hij vertelt dat hij er niet aan meedoet, wij zouden wilde trapbewegingen maken en voor je het weet lig je hier begraven. Ik smeek hem om niks te zeggen, ons een geintje te gunnen en we komen overeen dat hij last van zijn rug krijgt en zich onmiddellijk afmeldt. U weet inmiddels hoe dit tussen de aanvoerder en de bondscoach is gelopen. Ze zijn nu weer vrienden.

De uitslag is hard meegevallen, Ronald Koeman was onze beste spits en het was even vervelend toen het Griekse publiek doorkreeg hoe de vork in steel zat en ook ons met muntjes ging bekogelen. Natuurlijk waren we bang om met een nulletje of twaalf te worden afgedroogd, maar gelukkig had onze tegenstander een resultaattactiekje en was het verboden aan de spelers om meer dan drie meter achter elkaar te lopen. Dat was onze redding. En u die het een verschrikkelijke wedstrijd vond bieden we onze excuses aan. Het was niet meer dan een uit de hand gelopen vakantiegrap. Sorry. Donderdagochtend vlogen we terug met het Oranjelegioen en ik moet zeggen: we hebben erg gelachen.