Max Havelaar

Aan Rudy Kousbroeks artikel over de Japanse spookeditie van de Max Havelaar (CS 8-11-91) kan ik het volgende toevoegen.

Op 13 april 1991 schonk de dochter van professor Asakura Sumitaka (1893-1978) aan de bibliotheek van het Japan-Nederland Instituut te Tokio de overblijfselen van haar vaders bibliotheek. Hieronder bevond zich ook Asakura's eigen exemplaar van de Max Havelaar-vertaling.

Het verhaal dat dit boek in de oorlog verboden en vernietigd zou zijn gaat inderdaad rond, maar ook professor Sato heeft tegenover mij toegegeven dat hij daar geen harde bewijzen voor heeft. Volgens de dochter van Asakura is daar nooit sprake van geweest. Integendeel, het boek werd bij verschijning aanbevolen door zowel de vereniging voor Japanse publikaties en cultuur als de toenmalige Japanse minister van onderwijs. Het ligt eerder voor de hand om te veronderstellen dat het boek, zoals zovele dingen, de oorlog niet overleefd heeft; na de oorlog had men in Japan wel andere dingen aan het hoofd om aan een herdruk te denken.

Ook Kousbroeks veronderstelling dat Asakura lange tijd in Nederlands-Indië gewoond heeft, of zelfs op school geweest is, blijkt ongegrond, hoewel Sato, die nog twee jaar les van Asakura gehad heeft, dit ook altijd gedacht heeft. Volgens zijn dochter heeft Asakura in 1918-19 slechts enkele maanden op studiereis in Nederlands-Indië vertoefd.

De oorlog heeft Asakura grotendeels in Tokio doorgebracht, voornamelijk als vertaler Nederlands voor het Japanse ministerie van Marine. Na de grote bombardementen op Tokio evacueerde hij met zijn familie naar zijn geboorteplaats in de provincie Ishikawa. Zijn huis en bibliotheek zijn bij de bombardementen in vlammen opgegaan.

Tijdens het Tokio-tribunaal fungeerde hij als vertaler Nederlands. Asakura bezocht vele malen Nederland en was sinds 1964 lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Een van de redenen voor zijn bezoeken aan Europa was ongetwijfeld het feit dat zijn dochter, een begaafd pianiste, in Duitsland bij Gieseking studeerde.