Kunst als therapie; De volgelingen van Kwinta Essentia

Op talloze plaatsen in Nederland wordt tijdens "creatieve therapie' op trommels geslagen, geschilderd en muziek gemaakt. Doel kan zijn het verbeteren van contacten, het verminderen van angst, spanning, of depressieve gevoelens, of het verwerken van ervaringen uit het verleden. Helpt het? Dat is moeilijk te meten, creatieve therapie is nog een jong vak. “Als iemand down is en zich na een muziektherapie beter voelt, dan is het de vraag of dat kwam door de muziektherapie, of misschien doordat het mooi weer is.”

Boem boem boem keboem, boem boem boem keboem. In de muziektherapieruimte van het Psychiatrisch Centrum Venray zit een man met overgave op een paar bongo's te roffelen. We zitten met ongeveer tien mensen in een wijde kring en proberen zijn ritme te volgen. De een met een tamboerijn, de ander op een houten klankblok. Zelf sla ik op een conga, een hoge trommel. Tegenover mij pingelt een vrouw met weinig animo op een triangel. Tik, tik, tik, tik, je hoort haar nauwelijks.

De muziektherapeut is het uur begonnen op de piano. Wij moeten hem volgen: hard, zacht, snel, langzaam. Daarna neemt hij plaats in de kring en moet iemand uit de groep beginnen. Even valt een pijnlijke stilte, maar dan neemt de trommelaar met kennelijk plezier het initiatief: boem boem boem keboem. Later wordt de kring kleiner gemaakt en volgt een vraag- en antwoordspel. Eén persoon tikt, slaat of trommelt, terwijl hij een ander in de ogen kijkt, die het "gesprek' met zijn of haar instrument overneemt en weer met iemand anders oogcontact maakt.

Gesproken wordt er weinig, af en toe over ditjes en datjes. Naarmate het uur vordert wordt de sfeer meer ontspannen. Deze groep wordt alleen op doordeweekse dagen in de kliniek behandeld, men woont gewoon thuis en heeft elkaar een lang weekend niet gezien. Het is weer even wennen. Aan het eind haalt een meisje een cd tevoorschijn en draait een swingend nummertje popmuziek. Voeten wippen mee. Een vrouw heeft nog een verzoeknummer: Only a fool breaks his own heart. Zoetgevooisde geluiden, de meeste hoofden zijn gebogen. Dan is het therapie-uur voorbij. “Zo, de stoom is weer van de ketel”, zegt de man van de bongo's terwijl hij zijn jas aantrekt.

Dit is een momentopname uit een lang proces, één blik in een van de vele behandelingen waarbij een vorm van kunst als therapeutisch middel wordt ingezet. Wat beogen dergelijke sessies? “Iets te durven ondernemen, contact maken met elkaar, omgaan met stiltes, samenwerken, de spanning verminderen”, somt muziektherapeut Ad Haans na afloop op. “Daar hebben veel mensen moeite mee, maar psychiatrische patiënten in het bijzonder. Soms neem ik het op de band op. Dan kunnen mensen horen wat voor rol ze in het geheel spelen”. Aan de andere kant biedt het gebeuren observatiemateriaal voor degenen die de patiënt in zijn ziekte bijstaan, voer voor psychologen dus. Die wikken en wegen op hun "multidisciplinaire' vergaderingen: komt Anna al een beetje uit haar schulp? Wil Piet nog steeds alles domineren? Is Adriaans agressie al wat minder, of heeft hij weer een trommelvel kapotgebeukt?

Geneeskracht

Het idee dat kunst een heilzame werking op de mens kan hebben, is oeroud. Maar therapie was tot in de vorige eeuw nauw verbonden met magie. In de Griekse oudheid al bestonden verhalen waarin sprake was van de geneeskracht van de kunst. En door de hele geschiedenis heen zijn er voorbeelden van te vinden. In zijn boek Muziektherapie als Psychotherapie citeert dr. Henk Smeijsters Rabelais, die in 1535 in Gargantua en Pantagruel beschreef hoe de vorstin Kwinta Essentia zieken genas door liederen te spelen op een orgel van rabarber en kaneel. En in de tweede helft van de 16de eeuw schreven artsen in het Duitse kuuroord Aken-Burtscheid mannen en vrouwen voor gezamenlijk te baden, te dansen en te zingen. Bij de voorbeelden uit de geschiedenis is er sprake van een eenvoudig uitgangspunt, schrijft Smeijsters: “Confronteer mensen met het schone en ze worden door dit schone zo geboeid dat ze zorg en pijn vergeten”.

Tegenwoordig ligt het ingewikkelder. Toonaangevende psychiaters en psychologen bogen zich over het onderwerp en ontwikkelden therapeutische behandelingsmethoden. Vooral na de jaren zeventig bloeide de kunsttherapie op met beeldende kunst, muziek en toneel als hoofdstromingen. Dans en bewegingsexpressie kwamen daar later bij en recent ook de tuintherapie - spitten en snoeien dus om er beter van te worden. Vaak worden de kunsttherapieën gebruikt als aanvulling op andere (praat)therapieën en soms als enig hulpmiddel. Twintig jaar geleden waren het nog voornamelijk kunstenaars - schilders, musici - die in inrichtingen artistieke activiteiten begeleidden, of psychiaters en psychologen die er aardigheid in hadden. Sinds enkele jaren zijn er speciale opleidingen op hbo-niveau tot "creatief therapeut', of, als het om antroposofen gaat, tot "kunstzinnig therapeut'.

De meeste instellingen in de geestelijke gezondheidszorg (psychiatrische inrichtingen, zwakzinnigenzorg) hebben creatieve therapie als vast onderdeel van hun behandelingspakket. Maar ook verslavingsklinieken, RIAGG's, scholen voor bijzonder onderwijs, ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeghuizen, gevangenissen, tbs-klinieken en kinderbeschermingsinstituten maken er gebruik van. En soms organisaties die aan management- of loopbaantraining doen. Veel instituten beginnen er net mee, of hebben alleen nog maar plannen, want de financiële situatie in de gezondheidszorg laat weinig ruimte voor nieuwe initiatieven. De werkgelegenheid houdt daarom niet over, al vinden de meeste afgestudeerden wel - part time - emplooi. Een studente muziektherapie in Enschede vertelt: “Ik help in mijn stageperiode een muziektherapie opzetten in een Medisch Kinderdagverblijf. Op die manier rol je vaak in een baan.”

Bijzaak

Kunsttherapie is niet bedoeld om de cliënt een tak van kunst, een medium in vakjargon, te leren. Iedereen die ik spreek legt daar de nadruk op. Al bieden sommige instellingen de mogelijkheid ook les te nemen, in de therapie is het eindprodukt bijzaak. Of je tekening mooi of lelijk is, doet er niet toe. Soms - bij het behandelen van oorlogstrauma's gebeurt dat wel - wordt een werkstuk achteraf geïnterpreteerd, maar dat hoeft niet. De meeste muziek wordt gemaakt op instrumenten waar iedereen mee uit de voeten kan. Je hoeft geen Ibsen te spelen, maar iets wat in jezelf opkomt, of een rollenspel.

“Creatieve therapie moet gericht zijn op het verbeteren van iemands leefsituatie”, zegt Liesbeth Fockema Andreae, hoofd recreatieve dienst van het psychiatrisch ziekenhuis St. Franciscushof in Raalte. “Er zijn van te voren bepaalde doelstellingen, er wordt gewerkt volgens een bepaalde methode. Doel kan zijn het verbeteren van contacten, het verminderen van angst, spanning, of depressieve gevoelens, of het verwerken van ervaringen uit het verleden. Dat verschilt per groep. In de psychiatrie heb je vaak te maken met mensen met een verstoord, negatief zelfbeeld. Maar "oefening baart kunst' geldt hier natuurlijk ook. Sommige mensen houden er een hobby aan over. Een van onze patiënten is beeldend kunstenaar geworden, nadat hij hier ontdekt had dat hij dat kon. Maar dat is een uitzondering. Kunst trekt veel mensen aan, het kan een plezierige vorm van therapie zijn. Het laat mensen in hun eigen waarde en je gaat niet door de molen zoals bij gewone therapieën.”

Fockema Andreae is voorzitster van de in 1962 opgerichte Nederlandse Vereniging Kreatieve Therapie (NVKT), die duizend leden heeft. Het gehele "veld' is echter groter. De meeste kunsttherapeuten werken in instellingen, anderen zijn vrij gevestigd. De meeste particuliere verzekeraars en ziekenfondsen vergoeden hulp in privépraktijken echter niet. “In instituten is het geen probleem, die krijgen een budget en zijn betrekkelijk vrij om te bepalen wat ze wel en niet willen doen”, zegt de voorzitster. “De problemen liggen voor ons in de eerste- en tweedelijnsvoorziening. De overheid vindt dat creatieve therapie daar niet thuis hoort. Wij vinden van wel.”

Haar afdeling in Raalte is goed toegerust, het resultaat van jarenlang stukje bij beetje uitbreiden. Veel instellingen hebben maar een of twee vormen van kunsttherapie te bieden, hier kan zo'n beetje alles. De muziektherapie wordt gegeven in een ronde zaal met een vleugel en veel andere instrumenten, van drumstel en keyboard tot viool. Een kleinere kamer dient om naar muziek te luisteren, of wordt gebruikt voor patiënten die niet tegen zo'n grote zaal kunnen. De beeldende-kunstsector heeft een grote, professioneel aandoende ruimte ter beschikking met muren vol tekeningen en schilderijen. Mooie kunstboeken liggen her en der. Wie wil kan ook grafisch werk afdrukken, pottenbakken, hout bewerken. Voor spel of drama zijn twee kamers ingeruimd met oude kledingstukken en malle hoedjes aan de kapstok voor de verkleedpartijen en spiegels, spotjes en andere toneelbenodigheden.

Basisscholing

De opleiding tot creatief therapeut duurt vier tot vijf jaar. Uit de sociale academies en het hoger beroepsonderwijs vormden zich de zogenoemde mikojel-opleidingen aan de hogescholen in Amersfoort, Nijmegen en Sittard. In Tilburg is een tweede fase opleiding bewegingsexpressietherapie en drie conservatoria (Alkmaar, Enschede, Maastricht) hebben een opleiding tot muziektherapeut. Behalve een therapeutische vorming krijgen de studenten een brede basisscholing in hun vak. Een student muziektherapie aan een conservatorium doet de eerste jaren gewoon met de andere conservatoriumstudenten mee, moet van veel instrumenten iets weten en in ieder geval goed kunnen begeleiden en improviseren. De dramatherapeuten leren onder meer decors bouwen, kostuums maken, schminken en werken met belichting.

Waarom kies je voor zo'n beroep? Er zijn mensen bij die al als hulpverlener werkten, of een opleiding hadden als beeldend kunstenaar, balletdanser of musicus en zich aangetrokken voelden tot de therapeutische kant van het beroep. Anderen komen rechtstreeks van de middelbare school. Het non-verbale aspect wordt vaak als pluspunt genoemd. Miranda Huls is vijfdejaars in Enschede, had daarvoor vier jaar ervaring als maatschappelijk werkster. “Soms houdt de verbale communicatie op, je bent uitgesproken, maar de problemen zijn niet opgelost. Ik merk dat in een muziektherapie mensen zich dingen bewust worden zonder dat ze ze direct onder woorden hoeven te brengen.”

De antroposofen hebben een eigen opleiding tot "kunstzinnig therapeut' in de academie De Wervel in Zeist, gebaseerd op de theorieën van Rudolf Steiner - de mens als deel van een groter kosmisch geheel. Veel kunstzinnig therapeuten werken zelfstandig, soms in samenwerking met een antroposofische arts of psychiater. “De creatief therapeut gaat uit van het mensbeeld zoals dat gangbaar is in de maatschappij. De antroposofen beschouwen het bestaan op aarde als een klein moment van de hele ontwikkeling van de mens. Kunstzinnige therapie helpt meer in het proces tot menswording dan dat het symptomen probeert te bestrijden”, zegt Wieselien van Tongeren die een freelance-praktijk in Amsterdam heeft waar ik een middag met een groepje mag meeschilderen. Voor we in onze potjes waterverf beginnen te roeren, vertelt ze iets over de tijd van het jaar, de betekenis van St. Maarten in dit geval. Maar verder wordt ook hier weinig gesproken en hard gewerkt. Na afloop worden de resultaten bekeken en bewonderd, maar niet aan analyse onderworpen.

“Alle mensen die bij mij komen, zitten op een kruispunt”, zegt ze. “Ze hebben relatieproblemen, de kinderen zijn het huis uit, of er is een andere verandering van omstandigheden die hen aan het denken zet. Maar er komen ook wel mensen die nooit gestimuleerd zijn in hun creativiteit en dat als een gebrek ervaren, of mensen die graag willen schilderen maar een enorme faalangst hebben. De bedoeling is hun creatieve vermogens te ontwikkelen, zodat iemand uiteindelijk geen beeldend kunstenaar, maar misschien wel levenskunstenaar wordt. ”

Schrik

Het non-verbale karakter maakt creatieve therapie ook geschikt voor kinderen. Eveline Grabau, creatief therapeute drama en docente aan de Hogeschool Midden-Nederland in Amersfoort, vertelt hoe ze twee jaar met een onhandelbaar tehuisjongetje werkte, dat kleine meisjes terroriseerde en de schrik was van zijn verzorgers. Door bepaalde situaties met hem te spelen, ervoer hij langzamerhand dat het leuker was om samen dingen te ondernemen dan altijd maar te overheersen en om zich heen te meppen. “Samen hebben we heel wat ridders, draken en ruimtemannetjes verslagen. Ik verbouwde de ruimte, zorgde dat er ergens een veilige haven was en dan verkleedden we ons en hingen houten zwaarden om”, vertelt ze. “Als dramatherapeut raak je getraind in het verzinnen van verhalen. Maar ik zal nooit tegen zo'n jongetje zeggen hoe zielig hij wel is omdat hij zoveel heeft meegemaakt en daarom geen relaties kan aangaan. Ik liet hem voelen dat de boosheid die hij in zich had op zichzelf gerechtvaardigd was, want hij had alle reden om kwaad te zijn op de wereld om hem heen, maar dat de manier waarop hij daaraan uiting gaf niet zo gelukkig was.”

Helpt het schilderen en op bongo's slaan nu echt? De meeste therapeuten vinden van wel. Fockema Andreae is er nuchter over. “Meetbaar is niets”, zegt ze. “Je kunt natuurlijk ook alles met verbale therapie aanpakken, met groeps- of individuele gesprekken, of met medicatie. Met het meten van effectiviteit begeef je je op glad ijs. Dat geldt al in de somatiek, maar in de geestelijke gezondheidszorg nog veel meer. Als iemand down is en zich na een muziektherapie beter voelt, dan is de vraag of dat kwam door de muziektherapie, of misschien doordat het mooi weer is, of doordat het vanzelf beter ging.”

Creatieve therapie is een jong vak. Onderzoek naar de effecten komt in binnen- en buitenland op gang. Henk Smeijsters, die coördinator en docent muziektherapie is aan het conservatorium in Enschede, is ook verbonden aan de opleiding in Nijmegen, waar men een muziektherapeutisch laboratorium heeft. Binnenkort begint daar een onderzoek naar afasiepatiënten. “Het is bekend dat zij wel kunnen zingen”, zegt Smeijsters. “Onderzocht wordt of ze via de zang weer een vocabulaire kunnen opbouwen, zodat ze bijvoorbeeld weer om een kop koffie kunnen vragen. Bij afasiepatiënten is de linkerhersenhelft aangetast, er zijn methodes om de rechterhersenhelft te activeren, waardoor het herinneringsproces weer op gang komt. Bekend is dat muziek de rechterhelft beïnvloedt.”

Ook wordt steeds meer gewerkt met dementerende ouderen. Smeijsters: “Als je met demente bejaarden liedjes van vroeger zingt, komt er vaak een associatieproces op gang. Daar is al veel onderzoek naar gedaan. De resultaten blijken nog beter te zijn als je de oude, krakende radio's van vroeger erbij gebruikt. Muziek werkt daarbij beter dan andere methoden, is gebleken. De laatste vijf jaar heeft men ook ontdekt dat muziek een rol kan spelen bij het bepalen van het stadium van dementie waarin iemand verkeert.”

Effect

De vraag of creatieve therapie nog wel met kunst van doen heeft wordt eigenlijk al beantwoord door de term "creatieve', of zo men wil, "kunstzinnige' therapie. “Kunst heeft te maken met het effect dat een produkt op de toeschouwer heeft”, zegt Eveline Grabau. “Hier gaat het om het effect die kunstzinnige bezigheden hebben op de beoefenaar. Toneelspelen, schilderen of muziek maken, kan je inzicht geven in gevoelens waarvan je je daarvoor niet bewust was”. De grens tussen kunst, therapie en recreatie is dikwijls vaag. Dat geldt vooral in de zwakzinnigeninrichtingen, waar over het algemeen meer "gewoond' wordt dan "behandeld'. Overigens kunnen ook verstandelijk gehandicapten psychische problemen hebben, waarvoor een kunsttherapie kan worden geïndiceerd. In sommige instellingen wordt kunst als vorm van therapie aangeboden, in andere staat het recreatieve element voorop, of wordt zelfs een artistieke ontwikkeling aangemoedigd. Dat dit ook psychologisch gunstig werkt, is meegenomen.

In de werkruimte van Sterrenberg, een christelijke inrichting voor verstandelijk gehandicapten in Huis ter Heide, klinkt oorverdovend getimmer. Een vrouw is bezig stukjes gekleurd hout op een ondergrond vast te nagelen. Naast haar zit een man een enorm stuk papier met waterverf vol te smeren. In een belendende kamer laat Lorenzo, een spastische en licht geestelijk gehandicapte jongeman uit Aruba, zien waar hij aan bezig is: een tropisch landschap, heel verdienstelijk geschilderd. Lorenzo verblijft op verzoek van de eilandsraad tijdelijk in Sterrenberg. Men vindt dat hij zoveel talent heeft, dat hij voor verdere scholing in aanmerking komt.

“De afgelopen twintig jaar is het besef gegroeid dat de verstandelijk gehandicapte net zulke kunstzinnige neigingen heeft als de doorsnee burger. Toen ze eenmaal begonnen te schilderen, musiceren, of toneel te spelen bleek dat er veel meer uitkwam dan men voor mogelijk had gehouden”, zegt directeur N.W.J. Speelman van Sterrenberg. De laatste jaren treden groepen geestelijk gehandicapten met toneel, muziek en dans naar buiten. Het Josti-bandorkest met leden uit verschillende inrichtingen treedt op door het hele land en heeft cd's gemaakt. Nederlandse, Belgische, Duitse en Scandinavische groepen manifesteren zich met toneel en bewegingsexpressie. Internationaal worden beurzen en tentoonstellingen gehouden met kunst van gehandicapten.

Sterrenberg, waar sinds 1975 een beeldend kunstenaar de dagactiviteiten begeleidt, heeft een zekere reputatie opgebouwd op het gebied van de beeldende kunst. Bij een eerder bezoek was me al opgevallen wat een originele dingen er aan de muren hingen: kunstuitingen van bewoners. “Met enige begeleiding bleken zo'n tien tot twintig mensen het stadium van de verdienstelijke amateur te ontstijgen. Sommigen hebben een heel eigen stijl ontwikkeld”, zegt Speelman, die plannen heeft een artotheek van het werk op te richten.

Tjeerd bij voorbeeld is een diep zwakzinnige man die bijna niet spreekt. Als hij aan het werk is, lijkt het alsof hij doelloos met een kleurpotlood heen en weer over het papier zit te vegen, maar het resultaat is een bundeling van golvende lijnen in verschillende kleuren, waar een bepaalde dieptewerking van uitgaat. Soms herhaalt hij die beweging zo lang dat zijn potlood dwars door het papier gaat, maar hij weet wel precies wanneer zijn compositie "af' is. Het ministerie van WVC liet van een van Tjeerds tekeningen een Nieuwjaarskaart voor het jaar 1988 maken, ondertekend door de toenmalige minister Brinkman.

Speelman: “We zijn niet therapeutisch bezig in de zin van een doelstelling en een behandelprogramma, maar onze activiteiten hebben wel degelijk een therapeutische werking. Je geeft mensen meer gevoel van eigenwaarde, ze beseffen dat ze iets kunnen, dat ze meetellen in de maatschappij. Bovendien geeft het een zekere ontspanning. Ze beleven er echt lol aan. Als wij het niet zouden doen, ben ik ervan overtuigd dat er slechte effecten zouden optreden, zoals verveling, onrust, onaangenaam en meer stereotype gedrag. Denk maar eens wat er zou gebeuren als je het Nederlandse volk het voetbal zou ontnemen. Bij gehandicapten ligt dat niet anders. Misschien is wat we doen niet therapeutisch, maar het is wel goed voor ze.”

Creatieve therapie is geen beschermd vakgebied. In principe mag iedereen een bordje op zijn deur zetten en aan het "behandelen' slaan. Gevreesd wordt, nu weer allerlei vage, op oosterse en half-magische ideeën gebaseerde therapieën in zwang komen, dat ook ongecontroleerde kunsttherapieën de kop zullen opsteken. Zo bestaat er een behandelingsmethode met Tibetaanse klankschalen - een soort kommen die men op en om iemand heen plaatst, waarna erop wordt geslagen. Van de klanken, die door merg en been gaan, zou een associatieve, helende werking uitgaan. Op zichzelf is het verschijnsel serieus te nemen, zo blijkt onder andere uit Duits onderzoek, maar dan wel in handen van iemand met verstand van zaken. Ook zijn er behandelingen bekend met pijpen waarop men blaast om door de klanken lichamelijke en geestelijke klachten te doen verdwijnen. Dat in de handen van onbevoegden, dat klinkt weer meer naar magie dan naar therapie.