Kemp in beroep op groot aantal punten vrijgesproken

DEN HAAG, 6 NOV. Voormalig afvaltransporteur S. Kemp uit Hazerswoude heeft in hoger beroep een aanzienlijke strafverlaging gekregen.

Nadat de Haagse rechtbank hem in eerste instantie viereneenhalf jaar onvoorwaardelijke celstraf had opgelegd, heeft het gerechtshof in Den Haag hem vanmorgen veroordeeld tot drie jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De procureur-generaal bij het hof, mr. J. Couzijn, had zes jaar geëist.

Kemp werd ook in hoger beroep schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, omkoping van ambtenaren, onjuiste belastingaangifte en deelname aan een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Het hof sprak hem echter vrij van onder meer het storten van een partij chemisch afval, afkomstig van het bedrijf Draka, in de Coupépolder te Alphen aan den Rijn. Hij werd evenmin schuldig bevonden aan illegale stortingen in het Waalse dorp Mellery.

Wat dat laatste betreft had Kemp het bedrijf Nieuwe Matex meegedeeld dat hij 1.500 ton vervuilde grond naar Mellery mocht afvoeren, omdat hij daar exclusieve stortrechten voor Nederland zou hebben. Het hof achtte die mededeling op zichzelf niet onjuist en zag het meer als een “commerciële overdrijving” dan als een leugen. Meegewogen werd ook dat Nederlandse overheden van de transporten naar Wallonië op de hoogte waren, maar niet ingrepen.

Kemps advocate, mr. Y. van Boxel, reageerde vanochtend verheugd op de uitspraak van het hof. “Mijn cliënt”, zei ze, “is vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde milieudelicten.”

Ook twee voormalige medewerkers van Kemp kregen aanmerkelijk lagere straffen opgelegd. Bedrijfsleider A. van O. werd veroordeeld tot twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank had hem vorig jaar tot drie jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk, veroordeeld.

Acquisiteur B.S. kreeg vanmorgen zes maanden voorwaardelijk (met eveneens twee jaar proeftijd), tweehonderd uur verplichte dienstverlening en 5.000 gulden boete. Procureur-generaal Couzijn had tegen de twee respectievelijk twee jaar en achttien maanden, waarvan vier voorwaardelijk, geëist.