Kans op uitstel Europese heffing op energieverbruik

DEN HAAG, 6 DEC. De kans op invoering van een Europese heffing op energie per 1 januari 1993 is klein. Dit bleek gistermiddag in de Tweede Kamer uit uitlatingen van de ministers Andriessen (economische zaken) en Alders (milieubeheer).

Onder voorzitterschap van laatstgenoemde vergaderen de EG-ministers van energiezaken en van milieu eind volgende week in Brussel over de suggestie van de Europese Commissie een energieheffing in te voeren. Die heffing is een onderdeel van een reeks maatregelen die volgens de Commissie nodig is wil de EG kunnen voldoen aan de zelf gekozen doelstelling voor de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2): stabilisatie in het jaar 2000 op het niveau van 1990. De Europese Commissie wil een heffing van drie dollar per vat olie in 1993 en er elk jaar een dollar bijdoen om op tien dollar uit te komen in 2000. Overigens blijkt uit een recente studie van de Europese Commissie dat de doelstelling ook bij doorvoering van alle beoogde maatregelen bijna, maar nog niet helemaal (een stijging van de CO2-uitstoot met één procent) wordt gehaald.

De meest waarschijnlijke uitkomst van de discussie van volgende week lijkt op dit moment dat de ministers de Europese Commissie zullen vragen nadere studies te doen of nieuwe voorstellen te formuleren. Dat laatste is volgens de EG-procedures overigens ook formeel noodzakelijk. Het betekent dat de ministers pas in maart, tijdens de volgende raad, nadere besluiten hoeven te nemen.

“Deze zaak is nog lang niet gelopen”, zei Andriessen gisteren en hij bevestigde een stelling van de Kamer dat “het perspectief niet gunstig is”. Alders liet weten dat op dit moment alleen Duitsland, Denemarken en Nederland zich duidelijk voor de heffing hebben uitgesproken. Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland zijn tegen; de andere EG-leden houden zich op de vlakte. Frankrijk staat een heffing voor die niet voor kernenergie geldt.

Nederland heeft een “eenvoudig standpunt”, zei Andriessen. “Wij steunen de Commissie in praktisch alle voorstellen. Dat hele pakket, ach, dat zouden wij wel willen overnemen.” De Commissie vindt ook dat elk land een nationaal programma moet maken hoe het tot energiebesparing - en dus beperking van de CO2-uitstoot - denkt te komen en meent bijvoorbeeld dat het verkeer striktere snelheidsbeperkingen moet worden opgelegd.

Alders maakte duidelijk dat van nationale energieprogramma's in de meeste landen nog niet veel terecht is gekomen, hoewel deze afspraak in oktober tijdens een informele vergadering van de EG-ministers voor milieu in Amsterdam wel is gemaakt. Na afloop van die bijeenkomst toonde Alders zich nog optimistisch over de kans op een energieheffing. “Maar de milieuministers en de energieministers verschillen per land van mening”, aldus Andriessen gisteren. Sterker nog: vijf landen zijn er op dit moment niet van overtuigd dat de uitstoot van CO2 bijdraagt aan het broeikaseffect, terwijl juist dat de reden is voor de heffing. Andriessen: “Die landen zeggen alleen: misschien is dat zo. Dan ben je nog ver weg.”

De tegenstand in de zuidelijke landen spitst zich toe op het feit dat zij een economische achterstand hebben en dat daar per hoofd van de bevolking minder emissie van kooldioxide is in vergelijking met de andere EG-leden.