Kamer dwingt minister Dales tot pakjesdag

DEN HAAG, 6 DEC. Kordaat nam minister Dales gistermiddag plaats achter de regeringstafel in de Tweede Kamer. Maandag had de minister van binnenlandse zaken de parlementariërs schriftelijk laten weten: “het lijkt mij niet opportuun deze brief op dit moment aan U te doen toekomen”. En daar nam de Kamer geen genoegen mee.

Met de Grondwet in de hand wilde de Kamer - onder aanvoering van O.Scheltema (D66) - weten wat de secretarissen-generaal in een brief aan het kabinet hadden geschreven over de "nieuwe overheid'. In de brief dringen de topambtenaren er bij het kabinet op aan snel duidelijkheid te verschaffen over de taken van de overheid en de daarbij behorende indeling van de ministeries. De Kamer nam geen genoegen met een samenvatting maar eiste de complete brief.

“Daarom doe ik een dringend beroep op de minister”, zei Scheltema “om op deze jaardag van de Sint alsnog over te gaan tot overlegging van de brief”. Pakjesdag inspireerde ook haar collega D. de Cloe (PvdA): “daarom wil ook ik de minister vragen of zij - wellicht met een strik erom omdat het Sinterklaas is - die brief aan de Kamer wil overleggen.”

Uitdagend haalde minister Dales de twee keer dubbelgevouwen brief uit haar colbert-zak en toonde die aan de Kamer. “Daar is ie.” Daarna stopte ze de brief weer in haar zak. Dales: “Ik heb inderdaad de brief expres in mijn zak gestoken, anders moet ik zo in de papieren woelen en dat geeft weer associaties. (-) Ik heb de brief ook een beetje plagerig in mijn zak gestoken; kijk mensen hier is hij. Het is niet te geloven, wat je kunt veronderstellen wat er in staat. Om aan die wilde speculaties een einde te maken, is het misschien ook maar beter om hem meteen uit te delen.”

En wat was de reden dat Dales de brief niet direct naar de Tweede Kamer wilde sturen? “Ik herinner mij dat toen ik nog deel mocht uitmaken van deze Kamer (PvdA, 1982-1987, cb), één en andermaal pogingen zijn gedaan om de papieren stroom in te dammen.” Een hoonlach vulde de vergaderzaal.

De minister van binnenlandse zaken vervolgde haar betoog. “Ik vind niet dat het kabinet fuss met fuss moet beantwoorden.” Die Engelse kwalificatie (betekenis: onnodige ophef, poeha) schoot het Kamerlid R. Linschoten (VVD) in het verkeerde keelgat. “De vraag van de Kamer is geen fuss, maar een normale manier van het vragen om informatie”, repliceerde hij. Na een kortdurende polemiek (Dales: “Ik vind het altijd heel bedroevend als ik de heer Linschoten beledig”) greep de Kamervoorzitter in.

Deetman: “Om de zaak helder te houden, mevrouw de minister het volgende. Een vraag van de kant van de Kamer, ongeacht het onderwerp, mag nimmer van het woord fuss worden voorzien. Zo'n vraag moet serieus worden genomen. In allerlei ander overwegingen treed ik uiteraard nu niet.”

Dales: “Maar dat was wel mijn punt.”

Deetman: “Mijn punt was dat een vraag van de Kamer niet als onbelangrijk kan en mag worden afgedaan.”

Dales: “Maar, voorzitter, dat heb ik niet gezegd. Dat wijs ik van de hand.”

Deetman: “Het misverstand is nu uit de wereld, want u hebt dat niet beoogd te zeggen, naar ik heb begrepen. We kunnen dus wat dat betreft een goed Sint-Nicolaasfeest, met strik, tegemoet gaan.”

En na lezing? “Ik ben teleurgesteld”, zei Scheltema vanmorgen “want wat in de brief staat weet ik reeds. Ik had méér verwacht, gezien het gestribbel van Dales. Er rest maar één conclusie: pesten door de minister.”